Wilde planten in Nederland en België

Gewone spurrie - Spergula arvensis

Frysk: Sparje

English: Corn spurrey

Français: Espargoutte

Deutsch: Acker-Spark

Synoniemen: Akkerspurrie

Familie: Caryophyllaceae (Anjerfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Spergula komt van het Latijnse spargere (uitstrooien), de planten strooien gemakkelijk hun zaden uit. Arvensis betekent op akkers groeiend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni, juli, augustus, september.

Afmeting: 10-50 cm.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Rasbak -
CC BY-SA 3.0


AnRo0002 -
CC0


Krzysztof Ziarnek -
GFDL

Wortels: Worteldiepte: 20 tot 50 cm.


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0

Stengels: De stengels zijn slap en geknikt. Ze kunnen rechtopstaand, opstijgend of liggend zijn. Bovenaan zijn ze kleverig behaard door verspreide klierharen.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


AnRo0002 -
CC0


Javier Martin - Public Domain


AnRo0002 -
CC0

Bladeren: De bladen staan schijnbaar in kransen. Ze zijn niet blauwig, 2-3 cm, lijnvormig en vlezig. Aan de onderkant zie je een lengtegroef. Er zijn kleine steunblaadjes.


AnRo0002 -
CC0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


AnRo0002 -
CC0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De witte, 4-8 mm grote bloemen vormen samen een losse schermvormige vertakte bloeiwijze. De vijf kroonbladen zijn omgekeerd eirond, niet ingesneden, stomp en even lang of iets langer dan de klierachtig behaarde kelkbladen. De bloemen hebben meestal tien meeldraden, maar soms minder en vijf stijlen. Het vruchtbeginsel is bovenstandig.


Rasbak -
CC BY-SA 3.0


AnRo0002 -
CC0


AnRo0002 -
CC0


AnRo0002 -
CC0

Vruchten: Een doosvrucht, die bij rijpheid met vijf tanden openspringt. De in het wild groeiende Spurrie heeft gepukkeld bruinzwart zaad met een zeer smalle vleugelrand. Gekweekte Spurrie heeft gladde zaden. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pionier) op droge tot vochthoudende, matig voedselrijke, kalkarme, zure grond (zand en hoogveen).

Groeiplaatsen: Akkers, kapvlakten, ruderale plaatsen, plantsoenen, halfverhardingen, bermen (open plekken en langs zandwegen en fietspaden), zeeduinen en braakliggende grond.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit West-Europa. Nu in alle werelddelen, in gebieden met een gematigd klimaat.

Nederland: Algemeen, maar zeldzaam in klei- en laagveengebieden.

Vlaanderen: Algemeen, maar minder algemeen in de Polders en de Leemstreek.

Wallonië: Vrij algemeen.

Toepassingen

Spurrie is een van de weinige inheemse landbouwgewassen. Het groeit uitstekend op arme zand- en hoogveengrond. Sinds de prehistorie wordt zij hier als voedselplant gebruikt, vroeger voor de mens, nu soms nog als veevoer. De zaden kunnen duizenden jaren hun kiemkracht behouden. Zaden die gevonden werden bij het opgraven van Deense nederzettingen uit de ijzertijd bleken nog steeds te kunnen kiemen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Spuerie
Cruijdeboek, deel 1, Rembert Dodoens. Gheslacht, onderscheet, fatsoen, naemen, cracht ende werckinghe (1554)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Unkrauttaflen - Weed plates - Planches des mauvaises herbes - Ugressplansjer, E. Korsmo (1934-1938)


Bilder ur Nordens Flora, deel 2, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


British entomology, deel 3, J. Curtis (1823-1840)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Iconographia botanica seu plantae criticae, H.G.L. Reichenbach (1823-1832)


Svensk botanik, deel 5, J.W. Palmstruch e.a. (1807)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 2, J.E. Sowerby (1864)


Flora Londinensis, deel 5, William Curtis (1784-1788)


Nouvelle iconographie fourragère (Atlas) J. Gourdon, P. Naudin (1865-1871)


Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)


© 2001-2020 K.M. Dijkstra