Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Gewone veldbies - Luzula campestris

Andere namen

Frysk: Breake

English: Field woodrush

Français: Luzule des champs

Deutsch: Feld-Hainsimse

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Poales

Familie: Juncaceae (Russenfamilie)

Geslacht: Luzula (Veldbies)

Soort: Luzula campestris

Naamgeving (Etymologie): Luzula komt van het Italiaansche luciola (glimworm), omdat uit het merg van deze planten kaarsenpitten (lucigno of lucignolo) gemaakt werden. Campestris betekent veld.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Maart, april, mei.

Afmeting: 5-20 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Wortels: Korte wortelstokken. Worteldiepte 10 tot 20 cm.


Jerzy Opiola - GFDL


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0

Stengels: De rechtopstaande stengels vormen losse groepjes of staan soms afzonderlijk. Vooral na de bloei staan ze  vaak schuin omhoog. De plant vormt losse zoden.


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Bladeren: De lichtgroene bladeren zijn vlak en 2-4 mm breed. Aan de randen groeien enkele lange wimperharen.


Jerzy Opiola - GFDL


Konrad Lackerbeck - CC0


AnRo0002 - CC0


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

Bloemen: Tweeslachtig. De dichte, eivormige, bruine bloemhoofdjes staan met hoogstens zeven bij elkaar in een gedrogen,  schermvormige, maar  verder niet vertakte bloeiwijze. Eén hoofdje groeit aan de stengeltop temidden van de andere hoofdjes. De bloemen hebben meestal vrij lange stelen, die later vaak terug buigen. Ze hebben zes bruine bloembladen van 3-4 mm met een doorschijnende rand. Binnen de bloemdekbladen groeien zes meeldraden. De helmknoppen zijn 1-2 mm lang, minstens twee keer zo lang als de helmdraden. Het vruchtbeginsel  is bovenstandig met een stijl  met drie stempels. Het schutblad van de bloeiwijze is meestal minder hoog dan de gesteelde aartjes.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


AnRo0002 - CC0

Vruchten: Een doosvrucht. De zaden hebben aan de voet een aanhangsel, dat minstens half zo lang als de rest van het zaad. Zonder de aanhangsels zijn de zaden bijna bolvormig. De zaden zijn kortlevend (één tot vijf jaar). Eenzaadlobbig.


Rasbak - CC BY-SA 3.0


Rasbak - CC BY-SA 3.0


AnRo0002 - CC0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige of soms licht beschaduwde plaatsen op droge tot matig vochtige, voedselarme tot matig voedselrijke, weinig of niet bemeste, meestal kalkarme, zwak zure, maar soms kalkrijke grond (zand, leem, zavel, löss en veen).

Groeiplaatsen: Grasland (laagblijvend schraal grasland, droog, zuur grasland, weiland, hooiland en schrale gazons), langs holle wegen, bermen, op steile kantjes, dijken, wallen, heide (grazige plaatsen), greppelkantjes, begraafplaatsen (op klei) en zeeduinen (duingrasland en duinberkenbos).

Verspreiding

Wereld: Europa, behalve in het hoge noorden en noordoosten. Oostelijk tot in de Kaukasus. Ook op enkele verspreide plaatsen in Afrikaanse gebergten. Ingeburgerd in Nieuw-Zeeland, Australië en Noord-Amerika.


gbif.org

Nederland: Algemeen, maar vrij zeldzaam in het rivierengebied, in Flevoland en in de zeekleigebieden.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Algemeen, maar zeldzaam in de Polders.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Algemeen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 3, Jan Kops (1814)


Flora Batava, deel 3, Jan Kops (1814)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm (1796)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

     

© 2001-2018 K.M. Dijkstra