Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Gewone vogelkers - Prunus padus

Andere namen

Frysk: Wylde sering

English: Bird Cherry

Français: Cerisier à grappes

Deutsch: Gewöhnliche Traubenkirsche

Verouderde of andere namen: Cerasus padus, Padus petraea, Prunus virginiana

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Rosales

Familie: Rosaceae (Rozenfamilie)

Geslacht: Prunus

Soort: Prunus padus

Naamgeving (Etymologie): De vruchten zijn voor mensen niet eetbaar, vandaar de naam vogelkers (alleen voor de vogels). Prunus is misschien afgeleid van het Griekse prooinos (vroegtijdig), dat op het vroeg rijp zijn van de vruchten van de wilde pruim zou slaan. Padus komt uit het Griekse (pados) en was oorspronkelijk de naam voor de Weichselboom.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Struik of boom.

Winterknoppen: Fanerofyt.

Bloeimaanden: April en mei.

Afmeting: 3-15 meter.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Rasbak - CC BY-SA 3.0


Maasaak - GFDL


Borealis55 - Public Domain

Wortels: Een wortelstelsel met uitlopers (wortelopslag).

Stam en takken: De stinkende, bruine en geschubde  bast bladdert af. Jonge takken zijn eerst groen.


AnRo0002 - CC0


Eiku - CC BY 3.0


Udo Schröter - CC BY 3.0


Gyft Xelz - CC BY-SA 3.0

Bladeren: De verspreidstaande,  lichtgroene, breed langwerpige tot eironde bladeren zijn toegespitst en gezaagd. Ze zijn niet leerachtig en niet glanzend. Ze worden 5-10 cm lang en hebben acht tot veertien paar zijnerven. Aan de onderkant zitten uitspringende nerven. Op de bladbovenkant zijn  de nerven behaard, evenals en op de onderkant in de nerfoksels. Aan de bladsteel kun je  twee honingklieren zien.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Sciadopitys - CC BY-SA 2.0


Øystein H. Brekke - CC BY-SA 3.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen verschijnen tegelijk met de bladeren. De lange tros staat eerst rechtop, maar gaat later overhangen. De bloemen zijn 1-2 cm. De vijf  kroonbladen zijn wit en langwerpig. De vijf  kelkbladen zijn voorzien van franje en klieren. De kelkbuis valt tijdens de vruchtrijping af. Eer zijn veel meeldraden  en het bovenstandig vruchtbeginsel  heeft een stijl met stempel.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een steenvrucht. De bittere, bolvormige vruchten zijn blauwzwart en worden 6-8 mm. Ze hebben een afvallend kroontje. De pit is gegroefd. De tros hangt naar beneden. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


Dellex - CC BY-SA 4.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op matig droge tot vrij natte, matig voedselrijke tot voedselrijke, zwak zure, humeuze grond. Vaak in bron- of kwelgebieden (zand, leem en klei).

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen), bosranden, houtwallen, struwelen, heggen, afgravingen (kiezelgroeven) en zeeduinen (natte bosjes aan de binnenduinrand).

Verspreiding

Wereld: Europa, noordelijk tot de Noordkaap. In zuidelijker streken alleen in gebergten (o.a. in het Atlasgebergte). Ook in West- en Midden-Azië.


gbif.org

Nederland: Vrij algemeen in het oosten en midden van het land, in het rivierengebied en op de grens van het Hollandse duingebied en het laagveengebied. Elders zeer zeldzaam.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Vrij algemeen. Het meest in de Leemstreek.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Vrij zeldzaam. Het meest in het Maasgebied en in de Ardennen.

Toepassingen

De vruchten zijn niet eetbaar. De wrange smaak komt door het hoge gehalte aan looizuur of tannine. Ze worden wel gebruikt als smaakmaker bij brandewijn en wijn. Het hout heeft roodachtig bruin kernhout en wit spinthout met een enigszins onaangename geur. De schors werd in de Middeleeuwen gebruikt om er een aftreksel van te maken als opwekkend middel en als pijnstiller bij maagpijn, terwijl men stukjes schors aan de buitenkant van de deur en in drinkwater hing als bescherming tegen de pest.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 2, Jan Kops (1807)


Flora Batava, deel 2, Jan Kops (1807)


Flora Batava, deel 21, Jan Kops, F.W. van Eeden en L.Vuyck (1901)


Flora Batava, deel 21, Jan Kops, F.W. van Eeden en L.Vuyck (1901)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 3, Johan Carl Krauss (1796)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 3, Johan Carl Krauss (1796)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

     

© 2001-2018 K.M. Dijkstra