Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Gewone waterbies - Eleocharis palustris

Andere namen

Frysk: Wetterbies

English: Common spike-rus

Français: Scirpe des marais

Deutsch: Gewöhnliche Sumpfbinse

Verouderde of andere namen: Scirpus palustris

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Poales

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Geslacht: Eleocharis (Waterbies)

Soort: Eleocharis palustris

Naamgeving (Etymologie): Eleocharis komt van het Griekse elos (moeras) en chairo (houden van). Palustris betekent het moeras bewonend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Helofyt of geofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni, juli, augustus.

Afmeting: 10-90 cm.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Wortels: Een kruipende wortelstok met uitlopers.


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/

Stengels: De rechtopstaande, ronde stengels zijn 1-6 mm dik. Ze zijn glanzend groen en dragen geen bladen. De scheden (zonder bladschijf) aan de voet zijn geelbruin of soms iets rood aangelopen. De soort vormt losse zoden.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Bladeren: De bladscheden zijn bruin of vaak glanzend paarsrood. De bovenste bladschede is ongeveer recht afgesneden. Stengels met bladen staan in rijen.


Yuvalr - CC BY-SA 4.0


Karelj - CC BY-SA 3.0


Christian Fischer - CC BY-SA 3.0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Bloemen: Tweeslachtig. De langwerpige  aartjes groeien aan het eind van de stengels. Ze zijn 0,5-2 cm lang en bevatten tussen de vijf en zeventig bloemen. Aan de voet zitten twee bloemloze (onvruchtbare) kelkkafjes, die elk het aartje voor de helft tot driekwart omvatten. Het vruchtbeginsel  is bovenstandig. Elke bloem heeft drie meeldraden,  één stijl  en twee stempels (zelden zijn het er drie).


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De 1-1,8 mm lange zaden zijn meestal aan twee kanten afgeplat. Om het nootje zie je meestal vier  borstels, die ongeveer even lang zijn als het nootje (inclusief de  stijl).  Ze hebben naar beneden gerichte kleine tanden. De zaden zijn kortlevend (één tot vijf jaar). Eenzaadlobbig.


Steve Hurst - USDA-NRCS PLANTS Database


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, vrij open plaatsen op natte, matig voedselrijke tot voedselrijke, matig zure tot kalkhoudende grond (zand, leem, zavel, klei en laagveen) of in ondiep zoet tot brak water.

Groeiplaatsen: Waterkanten (greppels, sloten, poelen, nieuw gegraven wateren, vijvers, beweide oevers van oude rivierarmen), moerassen (oeverlanden en rietland), heide (vennen), zeeduinen (duinvalleien, laagblijvend duingrasland en randen van strandvlakten), grasland (nat weiland en hooiland), polderboezems en langs dijken.

Verspreiding

Wereld: In alle werelddelen. Het meest in gematigde streken.


gbif.org

Nederland: Algemeen in het westen en noorden van het land en in laagveengebieden. Elders vrij algemeen, maar zeldzaam in Zuid-Limburg.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Vrij algemeen in het kustgebied, in de Kempen en in de Maasvallei. Elders vrij zeldzaam.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Vrij algemeen tot vrij zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Flora Batava, deel 13, Jan Kops, F. A. Hartsen en F.W. van Eeden (1868)


Flora Batava, deel 13, Jan Kops, F. A. Hartsen en F.W. van Eeden (1868)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra