Wilde planten in Nederland en België

Gewone dotterbloem (Spindotterbloem) - Caltha palustris

Frysk: Djerreblom, Spindjerreblom

English: Marsh Marigold

Français: Populage des marais, Populage des marais sous-esp. araneos

Deutsch: Sumpf-Dotterblume, Dotterspinne

Synoniemen: Spindotter

Familie: Ranunculaceae (Ranonkelfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Dotter verwijst naar het woord dooier, vanwege de gele kleur. Caltha is waarschijnlijk een verkorte naam voor calatha, dat is afgeleid van het Griekse kalathos (korfje) en zal dan betrekking hebben op de vorm van de bloem. Palustris betekent moeras en araneosa als een spin of spinnenweb.

Ondersoorten: Gewone dotterbloem (Caltha palustris subsp. palustris) en Spindotterbloem (Caltha palustris subsp. araneosa). Soms onderscheidt men nog een derde ondersoort: Bosdotterbloem (Caltha palustris var. radicans).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt of helofyt

Hoofdbloei: April en mei, maar soms ook in augustus en september.

Afmeting: 15-50 cm.

Gewone dotterbloem


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Spindotterbloem


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Dick Kerkhof - verspreidingsatlas.nl


© Frank van Gessele -
CC BY 3.0

Wortels: Gewone dotterbloem: De stengels wortelen niet.
Spindotterbloem: De stengels wortelen wel.

Gewone dotterbloem


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Spindotterbloem


© Edwin De Weerd -
CC BY-NC-ND 3.0


© Edwin De Weerd -
CC BY-NC-ND 3.0

Stengels: Gewone dotterbloem: De kantige, holle, geribde en rechtopstaande stengels zijn naar boven vertakt. Een vertakking eindigt in een bloem. De stengelknoppen onder de bloemen zijn hol en niet verdikt. De plant groeit in pollen.
Spindotterbloem: De holle, rechtopstaande stengels zijn naar boven vertakt of ze kruipen en wortelen dan op de knopen. De plant groeit in pollen. De stengelknoppen onder de bloemen zijn massief gevuld en verdikt. Als de plant in de herfst bovengronds afsterft laten de stengelknoppen los. Deze kunnen dan nieuwe planten vormen.

Gewone dotterbloem


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Spindotterbloem


© Dick Kerkhof - verspreidingsatlas.nl


© Dick Kerkhof - verspreidingsatlas.nl


© Leo Apon  -
CC BY-NC-ND 3.0


© Frank van Gessele -
CC BY 3.0

Bladeren: Gewone dotterbloem: De verspreidstaande, kale, tot 15 cm brede, min of meer eironde bladeren zijn hartvormig, getand en glanzig. De onderste bladeren hebben meestal een lange steel, maar de bovenste zijn kleiner en vrijwel zittend.
Spindotterbloem: De kale, tot 15 cm brede bladeren zijn hartvormig, getand en glanzig. De onderste bladeren hebben meestal met een lange steel, de bovenste zijn kleiner en vrijwel zittend.

Gewone dotterbloem


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Spindotterbloem


© Frank van Gessele - CC BY 3.0


© Jan Willem de Jong - CC BY-NC-ND 3.0


© Frank van Gessele - CC BY 3.0


© Kjell Nilsen - CC BY-NC-ND 3.0

Bloemen: Tweeslachtig. De glanzend gele bloemen zijn 2-5 cm. Aan de onderkant zijn ze vaak groenachtig. Er zijn meestal vijf bloemdekbladen, zelden meer (tot acht). Aan de voet zitten honingklieren. Bloemen met veel meeldraden en een bovenstandig vruchtbeginsel.

Gewone dotterbloem


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Spindotterbloem


A.Beijer -
CC BY-SA 3.0


© Frank van Gessele -
CC BY 3.0


© Jan Willem de Jong -
CC BY-NC-ND 3.0


© Frank van Gessele -
CC BY 3.0

Vruchten: Een doosvrucht. Het vruchthoofdje bestaat uit vijf tot acht (maar soms meer) peulvormige kokervruchtjes in een krans. Rijpe zaden blijven drijven, waardoor de plant zich gemakkelijk langs de oevers van beken en sloten verspreidt. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.

Gewone dotterbloem


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Gewone dotterbloem: Zonnige tot halfbeschaduwde plaatsen op natte, matig voedselrijke tot voedselrijke, weinig of niet bemeste grond (leem, zand, zavel, lichte klei (geen zeeklei) en laagveen). Vaak op kwelplekken en zoutmijdend.
Spindotterbloem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op natte, zeer voedselrijke grond

Groeiplaatsen: Gewone dotterbloem: Waterkanten (o.a. langs greppels, sloten en kanalen), moerassen (rietland en buitendijks rietland), grasland (nat, licht bemest grasland), langs spoorwegen (langs spoorsloten) en bossen (moerasbossen, bronbossen en beschaduwde beekoevers).
Spindotterbloem: Waterkanten en moeraasen (in het zoetwatergetijdengebied, in bij hoog water overstroomd rietland).

Verspreiding

Wereld: Caltha palustris: Gematigde en koude streken op het noordelijk halfrond.
Gewone dotterbloem: Voornamelijk in gematigde en koudere streken in Europa.
Spindotterbloem: In het kustgebied van West-Europa.

Caltha palustris

Gewone dotterbloem

Spindotterbloem

Nederland: Gewone dotterbloem: Vrij algemeen, vooral in laagveengebieden en het rivierengebied, zeldzaam tot zeer zeldzaam in Zeeland, in het noordelijk zeekleigebied, op de Waddeneilanden en in Flevoland.
Spindotterbloem: Zeldzaam, maar plaatselijk algemeen in de Biesbosch en langs de Oude Maas, ook aan de Friese IJsselmeerkust, in het Lauwersmeergebied en bij de monding van het Reitdiep.

Gewone dotterbloem

Spindotterbloem

Vlaanderen: Gewone dotterbloem: Vrij algemeen. Het meest in de Kempen, de Leemstreek en de Zandleemstreek.
Spindotterbloem
: Zeldzaam. Aan de Scheldemond.
Wallonië:
Gewone dotterbloem: Plaatselijk vrij algemeen.
Spindotterbloem: Niet in Wallonië.

Gewone dotterbloem

Spindotterbloem

Wetenswaardigheden

In de Middeleeuwen was de Dotterbloem een afweermiddel tegen boze geesten en een middel om de melkproduktie van het vee te verhogen. In Engeland had de plant de aardige bijnaam drunkard, 'dronkaard'. In de geneeskunde werd de plant gebruikt tegen geelzucht (de tekenleer) en ook wel tegen epilepsie en bloedarmoede. De bloemknoppen werden vroeger ingelegd in azijn en gegeten als kappertjes. Vee vermijdt de licht giftige plant. Hooi met een geringe hoeveelheid dotterbloemen kan voor vee geen kwaad, maar grote hoeveelheden leiden tot spijsverteringsstoringen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 1, Jan Kops (1800)


Cruijdeboek, deel 1, Rembert Dodoens. Gheslacht, onderscheet, fatsoen, naemen, cracht ende werckinghe (1554)


Naauwkeurige beschrijving der aardgewassen. Eerste boek. Van allerley boomen, Abraham Munting (1696)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Botanischer Bilderatlas nach dem natürlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)


Unkrauttaflen - Weed plates - Planches des mauvaises herbes - Ugressplansjer, E. Korsmo (1934-1938)


Bilder ur Nordens Flora, deel 1, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)

 


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888) 


Atlas des plantes de France, deel 2, Amédée Masclef (1890)


Flora Parisiensis, deel 3, P. Bulliard (1776-1781)


Icones plantarum sponte nascentium in episcopatu Monasteriensi, deel 1, F. Wernekinck (1798)


Grandes Heures Anne de Bretagne, Jean (Jehan) Bourdichon (1503-1508)


Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)


Flora regni borussici, deel 2, A.G. Dietrich (1834)


Deutschlands flora, deel 2, J. Sturm, J.W. Sturm (1801-1802)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Sämmtliche Giftgewächse Deutschlands, E. Winkler (1853)


Svensk botanik, deel 3, J.W. Palmstruch e.a. (1807)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 1, J.E. Sowerby (1863)


Flora Londinensis, deel 1, William Curtis (1775-1777)


Nouvelle iconographie fourragère (Atlas) J. Gourdon, P. Naudin (1865-1871)


Hortus Eystettensis, deel 1, Bessler, Basilius (1620) - Hortus Eystettensis, deel 3, Bessler, Basilius (1620)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL