Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Gewone klit - Arctium minus

Frysk: Kladde

English: Common burdock

FranÁais: Petite Bardane

Deutsch: Kleine Klette

Synoniemen: Middelste klit, Kleine klit, Gewone klis, Arctium pubens

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): De naam klit heeft te maken met de vorm van de vruchten. Arctium is afkomstig van het Griekse arctos (beer), vanwege de ruwe bladen, maar met name de stekelige bloemhoofdjes, die op de borstelige, ruwe berenhuid lijken. Minus betekent kleiner en pubens is volwassen, welig of baardharen krijgend.

Opmerking: Middelste klit (Arctium pubens) en Kleine klit (Arctium minus) zijn tegenwoordig samengevoegd onder de naam Gewone klit (Arctium minus).

Kruising: Gewone klit kan een kruising vormen met Donzige klit (Arctium x mixtum) en Grote klit (Arctium x nothum).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Tweejarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: hemikryptofyt is een tweejarige, meerjarige of vaste plant ribben

Hoofdbloei: Juni, juli, augustus en september.

Afmeting: 50-250 cm.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Alberto Salguero -
CC BY-SA 3.0


Christian Fischer -
CC BY-SA 3.0

Wortels: Een penwortel.

Stengels: Vaak zijn de taaie, rechtopstaande, geribde en vertakte stengels roodachtig en behaard. Ze zijn gevuld met merg. De zijtakken staan vrijwel horizontaal tot schuin af.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: 's Winters sterven de bladeren af. De onderste bladen worden tot 50 cm lang. Ze zijn breed hartvormig en aan de onderkant grijsgroen en vrijwel kaal. Ze zijn meer lang dan breed en hebben een holle steel. De stengelbladen zijn veel kleiner dan de wortelbladen en staan verspreid langs de stengel. De bladrand is getand en aan de top zit een kleine stekelpunt.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. Een trosvormige tot pluimvormigebloeiwijze met korte tot vrij lang gesteelde hoofdjesvan 2-3 cm breed, aan het eind van de stengel. De stevige omwindselbladen hebben vaak een paarse top en zijn gewoonlijk, maar niet altijd, vrij dicht spinragachtig behaard. De top van de omwindselbladen is haakvormig gebogen. De bloemkroon is meestal niet beklierd, een verschil met Donzige klit. De bloemhoofdjes groeien min of meer in kluwens. Ze hebben een heel korte steel of geen steel en zijn groen of paarsrood aangelopen. Het vruchtbeginsel is onderstandig.
Kleine klit: De bloemhoofdjes zijn kleiner (1,5-2 cm breed). Het zijn vrijwel zittende of hoogstens kort gesteelde, min of meer in kluwens staande hoofdjes, waarvan het omwindsel weinig of geen spinragachtige beharing draagt.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl

© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De klitten (de haakvormige omwindselbladen) blijven vaak de hele winter aan de dode plant. Dieren zorgen voor verspreiding doordat de klitten in de vacht blijven hangen. Tweezaadlobbig.


Isidre blanc -
CC BY-SA 4.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde, vaak vrij open open plaatsen op matig droge tot vochtige, voedselrijke, zwak zure tot kalkhoudende, omgewerkte grond.

Groeiplaatsen: Bermen, ruige dijken, ruigten (humeuze ruigten), bossen (lichte plekken in loofbossen en oeverwalbossen), struwelen, heggen, kapvlakten, zeeduinen, plantsoenen, langs spoorwegen (spoorwegterreinen), braakliggende grond, ruderale plaatsen, puinhopen, aan de voet van vrijstaande of vervallen muren, bij mesthopen en bij bebouwing.

Verspreiding

Wereld: Europa, Noordwest-Afrika, West-AziŽ en Noord-Amerika. Ook in Nieuw-Zeeland en AustraliŽ.

Nederland: Algemeen.

Vlaanderen: Algemeen.
WalloniŽ:
Algemeen, maar zeldzamer  in de Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 20, Jan Kops en F.W. van Eeden (1898)


Naturalis Biodiversity Center (1895)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, ÷sterreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1885-1905)


New KreŁterbuch, P.A. Mattioli (1563)


Kleine klit
Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Flora regni borussici, deel 10, A.G. Dietrich (1842)


Plantae medicinales, deel 1, Nees von Esenbeck, M.F. Wijhe (1828-1833)


Atlas des plantes de France, deel 2, Amťdťe Masclef (1890)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL