Wilde planten in Nederland en België

Gewone ossentong - Anchusa officinalis

Frysk: Skiere kowetonge

English: Alkanet

Français: Buglosse officinale

Deutsch: Gewöhnliche Ochsenzunge

Synoniemen:

Familie: Boraginaceae (Ruwbladigenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Anchusa komt van het Griekse anchousa (blanketsel). Blanketsel is poeder om het gezicht blank te maken. Hoe dit in verband staat met deze plant is onbekend. Officinalis komt van het Latijnse officium (werkplaats, in plantkundig/medische verband is dat de apotheek). Officinalis betekent dus in gebruik in de apotheek / geneeskrachtig.

Kruising: Gewone ossentong kan een bastaard vormen met Geelwitte ossentong (Anchusa x baumgartenii).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Tweejarig, maar soms overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Mei t/m november.

Afmeting: 30-100(-130) cm.


Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Wortels: Een penwortel.


Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


hasbrouck.asu.edu - cc0-1.0


hasbrouck.asu.edu - cc0-1.0


herbariaunited.org

Stengels: De rechtopstaande, geribde stengels zijn niet vertakt en dicht borstelig, afstaand behaard, maar niet stekelig. Soms onderaan met teruggekromde haren.


Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Bladeren: De verspreidstaande, smal langwerpige bladen zijn 1-2 cm breed en hebben een gave rand. Ze zijn meer dan vier keer zo lang als breed en borstelig behaard. De onderste bladen zijn gesteeld, de bovenste zijn zittend met een afgeronde voet. De bladrand is gaaf.


Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Bloemen: Tweeslachtig. De schutbladen zijn lancetvormig en lopen meestal niet langs de stengel af. De 0,7-1½ cm grote bloemen staan met vele bijeen in schichten, die na de bloei sterk uit groeien. Ze zijn eerst rozerode, maar later worden ze diepblauw (zelden zijn ze wit). De kroonbuis is recht. Hierop staan de vijf meeldraden ingeplant. Hiertussen staan behaarde keelschubben, die de kroonbuis afsluiten. De 6-8 m lange kelk is tot ongeveer de helft ingesneden, met vrij spitse, niet of nauwelijks vliezig gerande slippen (zonder bleke rand) en begroeid met alleen lange borstelharen. Een bloem heeft vijf kroonbladen, vijf kelkbladen en een bovenstandig vruchtbeginsel met één stijl en twee stempels.


Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Vruchten en zaden: Een splitvrucht. De nootjes zijn kegelvormig. Vruchten zonder steeltjes. Tweezaadlobbig.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


AnRo0002 - cc0


AnRo0002 - cc0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme, open plaatsen op droge, kalkrijke, matig voedselarme tot matig voedselrijke, stikstofrijke, vaak omgewerkte grond (op zand en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Zeeduinen (industrieterreinen en parkeerterreinen in de duinstreek, langs duinwegen, langs infiltratiekanalen, verlaten duinakkertjes en duindoornstruweel), langs spoorwegen, ruigten, (kalkrijke ruigten), wallen, molenbelten, rivierduinbosranden langs de Rijn, dijken en bermen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Europa.

Nederland: Archeofyt. Vrij zeldzaam.

Vlaanderen: Ingeburgerd. Zeldzaam.

Wallonië: Ingeburgerd. Zeer zeldzaam.

Toepassingen

Gewone ossentong werd vroeger gebruikt tegen darmklachten.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 9, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1846)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 3, Johan Carl Krauss (1796)


Groote tamme Ossentonghe
Cruijdeboek, deel 1, Rembert Dodoens. Gheslacht, onderscheet, fatsoen, naemen, cracht ende werckinghe (1554)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Kräuterbuch, Unsere Heilpflanzen in Wort und Bild, Friedrich Losch (1914)


Flora regni borussici, deel 3, A.G. Dietrich (1835)


Svensk botanik, deel 4, J.W. Palmstruch e.a. (1807)


Bilder ur Nordens Flora, deel 1, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Medical Botany, deel 2, W. Woodville, W.J. Hooker, G. Spratt (1832)



Herbarium Blackwellianum, deel 5, E. Blackwell (1765)


Figuur 1 - Figuur 2 en 3
Hortus Eystettensis, deel 2, Bessler, Basilius (1620)


Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Botanischer Bilderatlas nach dem natürlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)


New Kreüterbuch, L. Fuchs (1543)


Iconographia botanica seu plantae criticae, H.G.L. Reichenbach (1823-1832)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 7, J.E. Sowerby (1867)


Flora Parisiensis, deel 5, P. Bulliard (1776-1781)


Flore médicale, deel 2, F.P. Chaumeton (1829)

2001-2022 K.M. Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl