Wilde planten in Nederland en België

Gewone smeerwortel - Symphytum officinale en Basterdsmeerwortel - Symphytum x uplandicum

Frysk: Skuorwoartel

English: Common comfrey

Français: Consoude officinale

Deutsch: Gemeiner Beinwell

Synoniemen:

Familie: Boraginaceae (Ruwbladigenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Uit de penwortel werd een gomachtige stof gewonnen die als heelmiddel bij wonden werd gebruikt. Hieraan dankt de plant haar naam. Symphytum is afgeleid van het Griekse Symphyein (samengroeien). De plant werd gebruikt bij botbreuken om deze weer aan elkaar te laten groeien. Officinale betekent geneeskrachtig of uit de apotheken.

Kruising: Symphytum x uplandicum is de hybride van Gewone smeerwortel en Ruwe smeerwortel. Deze plant wordt ook wel (niet officieel) Basterdsmeerwortel of Bastaardsmeerwortel genoemd. Volgens René van Moorsel is de kruising ontstaan n de Kaukasus waar de arealen van de beide stamouders elkaar overlappen en is van daaruit in tal van landen ingevoerd, o.a. als veevoer, en daar verwilderd en lokaal ingeburgerd. De plant is gedeeltelijk vruchtbaar en kan met beide ouders terugkruisen.
Deze overblijvende bastaard wordt 50-180 cm hoog en bloeit van juni t/m september. Op de stengel groeien rolronde borstelharen. De haren op de kelk zijn zeer variabel. Het kunnen lange haren zijn met een brede voet en kortere, fijnere haren. Ook zijn er allerlei tussenvormen. De bovenste stengelbladen zijn zittend en lopen kort af, of ze zijn halfstengelomvarrend. De bloemkroon is eerst roodachtig, wordt later voor een deel blauwachtig, maar kan ook wit zijn. De plant komt voor op omgewerkte, voedselrijke grond.
Bronnen: René van Moorsel (CC BY-SA 3.0) en de Flora van Nederland, Leni Duistermaat.


Danny S. -
CC BY-SA 3.0


Finchj -
CC BY-SA 3.0


Tristram Brelstaff -
CC BY 2.0


Danny S. -
CC BY-SA 3.0

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: April t/m oktober (soms het hele jaar).

Afmeting: 30-100 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Een penwortel. Deze is aan de buitenkant vrijwel zwart, maar van binnen wit.


hasbrouck.asu.edu -
CC0-1.0


herbariaunited.org


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0

Stengels: De rechtopstaande stengels hebben brede vleugels en zijn borstelig behaard. De holle bloeistengels zijn dik, vlezig en naar boven toe vertakt.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De lange stengelbladen worden geleidelijk smaller. De vaak grote, onderste bladen zijn eirond tot langwerpig. De verspreidstaande bovenste bladen zijn langwerpig en niet getand. Alleen de onderste bladen zijn gesteeld. Ze zijn borstelig behaard en de nerven springen uit aan de onderkant van de bladeren. De bladrand is vaak gegolfd.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De klokvormige bloemen vormen een knikkende, gevorkte bloeiwijze bovenaan aan de stengels. Ze zijn paars, vuilroze of wit (niet blauw), 1,2-1,8 cm en met spitse, ingesloten keelschubben (op de vergroeide kroonbuis staan vijf meeldraden) en korte driehoekige, teruggekromde slippen. De kelk is gedeeld (over meer dan de helft ingesneden) en ongeveer half zo lang als de bloemkroon. De haren op de kelk zijn voor het grootste deel fijn en maar weinig verdikt. Het vierhokkig vruchtbeginsel is bovenstandig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een splitvrucht. De vier zwarte nootjes zijn vrijwel glad, glanzend en voorzien van een vlezig aanhangsel. Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op natte tot vochtige, voedselrijke tot zeer voedselrijke grond (alle grondsoorten, maar weinig op puur veen).

Groeiplaatsen: Waterkanten (oeverruigten, langs rivieren, beken en stenen beschoeiingen), moerassen (venen en verruigde rietmoerassen), ruigten (natte ruigten), bossen (loofbossen en grienden), struwelen, heggen in uiterwaarden, dijken, bermen, grasland (kwelplekken in weiland en uiterwaardhooiland), zeeduinen, iets omgewerkte grond en akkers (maisakkers).

Verspreiding

Wereld: Gewone smeerwortel: Gematigde streken in West-, Midden- en Oost-Europa. Noordelijk tot in Midden-Scandinavië en zuidelijk tot de Pyreneeën, Midden-Italië en de Balkan. Ook in Centraal-Azië. Ingeburgerd in Noord-Amerika, Nieuw-Zeeland en Australië.
Basterdsmeerwortel: Voornamelijk in Europa.

Gewone smeerwortel

Basterdsmeerwortel

Nederland: Gewone smeerwortel: Algemeen, maar zeldzaam op de Waddeneilanden.
Basterdsmeerwortel: Zeldzaam. Op een plaats plaatsen inburgerend.

Gewone smeerwortel

Basterdsmeerwortel

Vlaanderen: Gewone smeerwortel: Algemeen.
Basterdsmeerwortel: Zeldzaam.
Wallonië:
Gewone smeerwortel: Algemeen, maar zeldzamer in de Ardennen.
Basterdsmeerwortel: Zeldzaam.

Gewone smeerwortel

Basterdsmeerwortel

Toepassingen

Vooral de wortel werd verzameld. De plant werd en wordt met name uitwendig toegepast, in de vorm van omslagen bij botbreuken, wonden en gewrichtsontstekingen. Onderzoek heeft uitgewezen dat allantoïne de heling van wonden kan bevorderen door de stimulering van de vorming van nieuwe cellen. De plant wordt reeds genoemd in oude Griekse bronnen. Er wordt melding gemaakt van een gunstig effect op de genezing van wonden. Bij de Romeinen schreef Plinius de oudere in zijn Naturalis Historica over de smeerwortel. Apuleius noemt gedroogde plantendelen in wijn als middel bij hevige menstruatie. Jan Yperman vermelde in de 14e eeuw dat de smeerwortel werd gebruikt voor de genezing van wonden.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 3, Jan Kops (1814)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 2, Martinus Houttuyn (1796)


Cruijdeboek, deel 1, Rembert Dodoens. Gheslacht, onderscheet, fatsoen, naemen, cracht ende werckinghe (1554)


Naturalis Biodiversity Center


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Botanischer Bilderatlas nach dem natürlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)


Kräuterbuch, Unsere Heilpflanzen in Wort und Bild, Friedrich Losch (1914)


Flora regni borussici, deel 2, A.G. Dietrich (1834)


Bilder ur Nordens Flora, deel 1, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)



English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 7, J.E. Sowerby (1867)


Flora Londinensis, deel 4, William Curtis (1781-1784)


Atlas des plantes de France, deel 3, Amédée Masclef (1893)


Grandes Heures Anne de Bretagne, Jean (Jehan) Bourdichon (1503-1508)


Hortus Eystettensis, deel 2, Bessler, Basilius (1620)


Deutschlands flora, deel 5, J. Sturm, J.W. Sturm (1804-1806)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Medizinal Pflanzen, deel 1, F.E. Köhler, W. Müller (1887)


Icones plantarum medico-oeconomico-technologicarum, deel 1, F.B. Vietz (1800)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Svensk botanik, deel 6, J.W. Palmstruch e.a. (1807)


British entomology, deel 2, J. Curtis (1823-1840)


Medical Botany, deel 2, W. Woodville, W.J. Hooker, G. Spratt (1832)


Flora Parisiensis, deel 2, P. Bulliard (1776-1781)


Flore médicale, deel 3, F.P. Chaumeton (1830)


Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)

2001-2022 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL