Gewone veldbies - Luzula campestris

Frysk: Breake

English: Field woodrush

Français: Luzule des champs

Deutsch: Feld-Hainsimse

Synoniemen:

Familie: Juncaceae (Russenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Luzula komt van het Italiaansche luciola (glimworm), omdat uit het merg van deze planten kaarsenpitten (lucigno of lucignolo) gemaakt werden. Campestris betekent veld.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Veldbies.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Maart t/m mei.

Afmeting: 5-20(-40) cm.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0

Wortels: Korte wortelstokken. Worteldiepte 10 tot 20 cm.


Jerzy Opiola - gfdl


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0

Stengels: Losse zoden vormend. De rechtopstaande stengels vormen losse groepjes of staan soms afzonderlijk. Vooral na de bloei staan ze vaak schuin omhoog.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0

Bladeren: De lichtgroene bladeren zijn vlak, lang wit gewimperd en 2-4 mm breed.


Jerzy Opiola - gfdl


Konrad Lackerbeck - cc0


AnRo0002 - cc0


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

Bloemen: Tweeslachtig. Het schutblad van de bloeiwijze is meestal minder hoog dan de gesteelde aartjes. De dichte, eivormige, bruine bloemhoofdjes staan met hoogstens zeven bij elkaar in een gedrogen, schermvormige, maar verder niet vertakte bloeiwijze. Eén hoofdje groeit aan de stengeltop temidden van de andere hoofdjes. De bloemen hebben meestal vrij lange stelen, die later vaak terug buigen. Ze hebben zes bruine bloembladen van 3-4 mm met een doorschijnende rand. Binnen de bloemdekbladen groeien zes meeldraden. De helmknoppen zijn 1-2 mm lang, twee en een half keer zo lang als de helmdraden. Het vruchtbeginsel is bovenstandig met een stijl met drie stempels.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


AnRo0002 - cc0

Vruchten en zaden: Driezadige doosvruchten. De zaden hebben aan de voet een aanhangsel, dat minstens half zo lang als de rest van het zaad. Zonder de aanhangsels zijn de zaden bijna bolvormig. De zaden zijn kortlevend (één tot vijf jaar). Eenzaadlobbig.


Rasbak - cc by-sa 3.0


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


AnRo0002 - cc0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige of soms licht beschaduwde plaatsen op droge tot matig vochtige, voedselarme tot matig voedselrijke, weinig of niet bemeste, meestal kalkarme, zwak zure, maar soms kalkrijke grond (zand, leem, zavel, löss en veen).

Groeiplaatsen: Grasland (laagblijvend schraal grasland, droog, zuur grasland, weiland, hooiland en schrale gazons), langs holle wegen, bermen, op steile kantjes, dijken, wallen, heide (grazige plaatsen), greppelkantjes, begraafplaatsen (op klei) en zeeduinen (duingrasland en duinberkenbos).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Europa en op enkele verspreide plaatsen in Afrikaanse gebergten.

Nederland: Inheems. Algemeen.

Vlaanderen: Inheems. Algemeen.

Wallonië: Inheems. Algemeen.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl