Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Gewoon reukgras - Anthoxanthum odoratum

Andere namen

Frysk: Rûkersgers

English: Sweet vernal grass

Français: Flouve odorante

Deutsch: Gewöhnliches Ruchgras

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Poales

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Geslacht: Anthoxanthum (Reukgras)

Soort: Anthoxanthum odoratum

Naamgeving (Etymologie): Anthoxanthum komt van het Griekse anthos (bloem) en xanthos (geel), naar de kleur van de pluim na de bloeitijd. Odoratum betekent riekend of meestal welriekend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: April, mei, juni.

Afmeting: 10-80 cm.


Harry Rose -
CC BY 2.0


Daderot - Public Domain


Krzysztof Ziarnek -
GFDL


Atriplexmedia -
CC BY-SA 3.0

Wortels: Een wortelstok.


John Milne and Sons - Public Domain


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De rechtopstaande, niet vertakte stengels zijn verspreid behaard. Het gras vormt zoden of kleine pollen.


AnRo0002 -
CC0


Harry Rose -
CC BY 2.0


Hedwig Storch -
CC BY-SA 3.0


Atriplexmedia -
CC BY-SA 3.0

Bladeren: De blauwgroene, 3-6 mm brede bladeren zijn iets gootvormig. Aan de onderkant zie je een uitspringende middennerf. Aan de voet van de bladschijf zitten oortjes en een haarkrans. Het tongetje is 1-2 mm lang, stomp, getand en vaak iets paarsrood. De bladscheden lijken enigszins opgeblazen. De onderste, om de stengel zittende, bladscheden zijn kort behaard. De bladeren hebben een bittere smaak.


Kristian Peters -
CC BY-SA 3.0


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen groeien in een korte, smalle, eironde, meestal 2-4 cm lange (soms langer), aan de voet niet onderbroken aar-pluim. Een aartje is smal en spits en bevat één vruchtbare bloem, die later geelbruin wordt. Het onderste kroonkafje is stomp en hol en omsluit het bovenste, iets kortere kroonkafje. De twee helmknoppen zijn 3-4½ mm lang. De vier kelkkafjes zijn min of meer behaard. Het vruchtbeginsel is bovenstandig.


AnRo0002 -
CC0


Konrad Lackerbeck -
CC0


AnRo0002 -
CC0


Harry Rose -
CC BY 2.0

Vruchten: Een graanvrucht. De zaden zijn kortlevend (één tot vijf jaar). Eenzaadlobbig.


Kristian Peters - CC BY-SA 3.0


AnRo0002 -
CC0


Forest en Kim Starr -
CC BY 3.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, soms licht beschaduwde plaatsen op droge tot natte, voedselarme tot matig voedselrijke, vaak zwak zure, vrij kalkarme tot kalkrijke, humeuze grond (zand, leem, zavel, löss en veen, zelden op andere grondsoorten).

Groeiplaatsen: Grasland (hooiland, hooiweiden en grasveldjes bij begraafplaatsen e.d.), bossen (loofbossen), moerassen, zeeduinen (duinvalleien), schrale bermen, hellingen en grazige plekken in heide.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Europa. Nu in alle werelddelen, in gebieden met een gematigd klimaat.


gbif.org

Nederland: Zeer algemeen.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeer algemeen, maar zeldzaam in de Polders Achteruitgaand.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Zeer algemeen tot vrij algemeen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 2, Jan Kops (1807)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Plantarum indigenarum et exoticarum Icones ad vivum coloratae, deel 7 (1793)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Botanischer Bilderatlas nach dem natürlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)


Genera plantarum florae germanicae, Monocotyledones 1 Graminae, deel 2, T.F.L. Nees von Esenbeck (1843)


Illustratio systematis sexualis Linnaei, J.S. Miller (Mueller, Müller), M.B. Borckhausen, (1770-1777)


Svensk botanik, deel 1, J.W. Palmstruch e.a. (1803)


Bilder ur Nordens Flora, deel 3, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Flora Londinensis, deel 1, William Curtis (1775-1777)


La flore et la pomone francaises, deel 5, J.H. Jaume Saint-Hilaire (1832)


Icones plantarum sponte nascentium in episcopatu Monasteriensi, deel 1, F. Wernekinck (1798)


Plantae per Galliam, Hispaniam et Italiam observatae, J. Barrellier (1714)

© 2001-2019 K.M. Dijkstra