Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Gewoon varkensgras - Polygonum aviculare

Andere namen

Frysk: Bargegers

English: Knotgrass

Français: Renouée des oiseaux

Deutsch: Vogel-Knöterich

Verouderde of andere namen: Polygonum monspeliense, Polygonum heterophyllum

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Caryophyllales

Familie: Polygonaceae (Duizendknoopfamilie)

Geslacht: Polygonum (Varkensgras)

Soort: Polygonum aviculare

Naamgeving (Etymologie): Polygonum komt van het Griekse polys (veel) en gonu (knie of knoop), omdat de stengels zeer knopig zijn. Aviculare betekent van de vogeltjes.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni, juli, augustus, september, oktober, november.

Afmeting: 5-100 cm.


Anneli Salo -
CC BY-SA 3.0


Rasbak -
CC BY-SA 3.0


Javier martin - Public Domain


Sten Porse -
CC BY-SA 3.0

Wortels: Worteldiepte 20 tot 50 cm.


Sten Porse -
CC BY-SA 3.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De meestal liggende tot opstijgende, zelden rechtop staande stengels (niet hoger dan 40 cm) zijn dof donkergroen, vaak rood aangelopen en donker gestreept. Ze vertakken zich en vormen een mat van in een kring uitgespreide stengels (soms wel meer dan één vierkante meter). De stengels maken echter geen nieuwe wortels.


Sanja565658 -
CC BY-SA 3.0


Cody Hough -
CC BY-SA 3.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Dalgial -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De verspreidstaande bladen zijn meestal niet langer dan 2 cm (zelden tot 4 cm). Ze hebben een korte bladsteel. Jonge, rechtopstaande planten hebben vrij grote, omgekeerd eironde bladen. Plat op de grond liggende matten hebben vaak kleine, langwerpige blaadjes. Hetvliezige tuitje (een soort vergroeide steunblaadjes) omsluit de stengel helemaal.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Anneli Salo -
CC BY-SA 3.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Sten Porse -
CC BY-SA 3.0

Bloemen: Tweeslachtig. De alleenstaande of met twee tot zes bij elkaar staande bloemen groeien in de bladoksels of naar het einde van de stengel in losse bebladerde aren. Ze zijn groen of roze met een witte rand (tot 0,4 mm). Meestal zijn er vijf bloemdekbladen (2-3 mm). Het bloemdek is alleen aan de voet vergroeid. Elke bloem heeft verder vijf meeldraden en een bovenstandig vruchtbeginsel met twee stijlen.


N-Baudet -
CC BY-SA 2.0


Dalgial -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Aiwok -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De dopvruchten zijn 2-3½ mm lang en steken niet of nauwelijks uit het vruchtdek. Ze zijn mat of weinig glanzend. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Rasbak -
CC BY-SA 3.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pioniervegetatie) op vrij droge tot vochtige, voedselrijke, vaak betreden grond (van fijn grind tot zware klei en ook op zandig of kleiig laagveen).

Groeiplaatsen: Tredplaatsen, braakliggende grond, zeekusten (op vloedmerk), wegkanten, greppels, braakliggende akkers, tussen straatstenen, parkeerplaatsen, goten, afgravingen (open plaatsen), speelvelden en op wegen en voetpaden.

Verspreiding

Wereld: Koude en gematigde streken op het noordelijk halfrond. Elders op veel plaatsen ingeburgerd.


gbif.org

Nederland: Zeer algemeen.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeer algemeen.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Zeer algemeen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 3, Jan Kops (1814)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 2, Martinus Houttuyn (1796)


Polygonon mas
Cruijdeboek, deel 1, Rembert Dodoens. Gheslacht, onderscheet, fatsoen, naemen, cracht ende werckinghe (1554)


Naauwkeurige beschrijving der aardgewassen. Tweede boek. Van alle lage boomen, en heesteren of struvellen. Abraham Munting (1696)


Deutschlands flora, deel 1, J. Sturm, J.W. Sturm (1796-1798)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Kräuterbuch, Unsere Heilpflanzen in Wort und Bild, Friedrich Losch (1914)


Unsere Unkräuter, Zweite Auflage, L. Klein (1926)


Unkrauttaflen - Weed plates - Planches des mauvaises herbes - Ugressplansjer, E. Korsmo (1934-1938)


Flora regni borussici, deel 4, A.G. Dietrich (1836)


Genera plantarum florae germanicae, Dicotyledones 1, Monochlamidae, deel 1, T.F.L. Nees von Esenbeck (1835)


New Kreüterbuch, L. Fuchs (1543)


Bilder ur Nordens Flora, deel 2, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 8, J.E. Sowerby (1868)


British entomology, deel 1, J. Curtis (1823-1840)


Flora Londinensis, deel 1, William Curtis (1775-1777)


A curious herbal, deel 2, E. Blackwell (1739)


Herbarium Blackwellianum, deel 4, E. Blackwell (1760)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Flore médicale, deel 2, F.P. Chaumeton (1829)


Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)

© 2001-2019 K.M. Dijkstra