Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Gewoon langbaardgras - Vulpia myuros

Frysk: Spoarringers

English: Rat's-tail Fescue

FranÁais: Vulpie queue de rat

Deutsch: Mšuseschwanz-Federschwingel

Synoniemen:

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Vulpia is genoemd naar de Duitse chemicus, aptheker en botanist Johann Samuel Vulpius (1760-1846). Myuros betekent muizenstaart.

Kruising: Gewoon langbaardgras kan een kruising vormen met Rood zwenkgras (Bastaardzwenkgras - Festuca rubra x Vulpia myuros).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: Juni t/m november.

Afmeting: 10-70 cm.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl

VŠclav DvorŠk - verspreidingsatlas.nl


Daderot -
CC0


Vincent Jouhet - tela-botanica.org -
CC BY-NC 4.0

Wortels


Forest en Kim Starr -
CC BY 3.0


Fornax -
CC BY-SA 3.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De stengels zijn meestal vertakt. Polvormend.


Hong -
CC BY-NC 4.0


Dominique Remaud - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


sarahnwilson -
CC BY-NC 4.0


Harry Rose -
CC BY 2.0

Bladeren: Aan de voet wordt de stengel meestal omhuld door de bovenste schede. Het tongetje wordt tot 1 mm lang.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Dominique Remaud - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Harry Rose -
CC BY 2.0

Bloemen: Tweeslachtig. De smalle, samengetrokken, meestal iets knikkende (meestal gebogen of overhangend) pluim wordt 5-30 cm lang. De aartjes (zonder de naalden) zijn 6-10(-12) mm lang. De bovenste ťťn of twee bloemen van het aartje zijn onvruchtbaar en sterk gereduceerd. De onderste tak is meestal veel korter dan de bloeiwijze. Het onderste kelkkafje is (0,4-)1-2,5 mm lang, minder dan half zo lang als het bovenste (meestal met ťťn nerf). De naald wordt tot 1 mm lang.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Harry Rose -
CC BY 2.0

Vruchten: Een graanvrucht. De zaden zijn kortlevend (ťťn tot vijf jaar). Eenzaadlobbig.


Steve Hurst - USDA-NRCS PLANTS Database


crothfels -
CC BY 4.0


Pedro Beja -
CC BY-NC 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pionier) op droge, matig voedsealrme tot matig voedselrijke, vaak omgewerkte en betreden, humusarme, zwak zure tot kalkhoudende grond (zand, leem, zavel en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Langs spoorwegen (spoorwegterreinen), industrieterreinen, bouwterreinen, stortterreinen, braakliggende grond, opgespoten grond, afgravingen (zandgroeven, grindgroeven, steengroeven), ruigten, bermen (open plekken), parkeerplaatsen, vluchtheuvels, tussen straatstenen, oude muren, zeeduinen, geschoffelde of met herbiciden bespoten plantsoenen en langs trottoirranden.

Verspreiding

Wereld: Zuidwest-AziŽ, Noordwest-Afrika en West-, Midden- en Zuid-Europa. Noordelijk tot in Nederland en Groot-BrittanniŽ. Ingeburgerd in Amerika, AustraliŽ en Zuid-Afrika.

Nederland: Plaatselijk vrij algemeen, voornamelijk in stedelijke gebieden. Zeldzaam in de duinstreek en in de zandstreken in het noordoosten van het land.

Vlaanderen: Algemeen.
WalloniŽ:
Vrij algemeen, maar zeldzamer in Lotharingen en de Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 22, Jan Kops, F.W. van Eeden en L.Vuyck (1906)


Festuca myuros
Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Genera plantarum florae germanicae, Monocotyledones 1 Graminae, deel 2, T.F.L. Nees von Esenbeck (1843)


Plantae per Galliam, Hispaniam et Italiam observatae, J. Barrellier (1714)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL