Wilde planten in Nederland en België

Gewoon speenkruid - Ficaria verna

Frysk: Bûtergieltsje

English: Lesser celandine

Français: Ficaire

Deutsch: Scharbockskraut

Synoniemen: Ranunculus ficaria, Ranunculus verna subsp. verna

Familie: Ranunculaceae (Ranonkelfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Ficaria is afgeleid van het Latijnse woord Ficus (Vijg), vanwege de vorm van de wortelknolletjes. Verna betekent van de lente.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Hoofdbloei: Maart en april.

Afmeting: 5-30 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: De wortels zijn voor een deel spoelvormig of knotsvormig verdikt. Vanuit de ondergrondse knolletjes groeien het volgende voorjaar weer de nieuwe planten.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Stengels: De vertakte stengels zijn sappig en richten zich halverwege op. Polletjes vormend.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De glimmende bladeren zijn niet gedeeld. Ze zijn rond of de bovenste zijn hoekig. Vaak hebben ze een gave rand, maar soms zijn ze bochtig gekarteld. De bladvoet is hartvormig. Aan de voet van de bladsteel zit een wijde bladschede. Gewoon speenkruid vormt vaak ronde knolletjes (broedbolletjes) in de bladoksels. Deze knolletjes zorgen mede voor verspreiding van de soort.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De gele bloemen zijn 2-3 cm. Ze bestaan uit zes tot twaalf langwerpig-eironde kroonbladen en drie of soms vier bleekgroene, afgerond driehoekige kelkbladen. Gewoon speenkruid heeft smalle kroonbladen, die elkaar niet met de randen bedekken. Vreemd speenkruid heeft brede kroonbladen, die elkaar met de randen bedekken. Het vruchtbeginsel is bovenstandig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Gewoon speenkruid vormt vaak geen vruchten. Verspreiding gebeurt hoofdzakelijk via de knolletjes (broedbolletjes) in de bladoksels. Vreemd speenkruid heeft normale vruchten, die niet gesnaveld zijn. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


vrucht
Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


broedbolletje
Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


broedbolletje
Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op vochtige tot vrij natte, zwak zure tot zwak basische, matig voedselrijke tot voedselrijke, vaak lemige tot licht kleiige grond. Zoutmijdend (vrijwel alle grondsoorten).

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen, rivierbegeleidende loofbossen, bronnetjesbossen, beekdalbossen, hellingbossen, binnenduinbossen, parkbossen), heggen, bosranden, bermen, waterkanten (in de rietkraag langs kanalen, slootkanten, beek- en rivieroevers en langs greppels), tuinen, plantsoenen, begraafplaatsen, grasland (weiland, hooiland, uiterwaarden, grazige hellingen, beschaduwde gazons en grasvelden) en aan de voet van kleiige dijken.

Verspreiding

Wereld: Europa, behalve in het uiterste noorden. Ook in Noordwest-Afrika en Klein-Azië. Ingeburgerd in o.a. Noord-Amerika en Nieuw-Zeeland.

Nederland: Algemeen.

Vlaanderen: Algemeen.
Wallonië:
Algemeen.

Toepassingen

Speenkruid werd wel gegeten als spinazie. Jonge planten zijn rijk aan vitamine C en dienden als midden tegen scheurbuik (Duitse naam is Scharbockskraut). In de loop van de lente neemt het gehalte aan giftige stoffen echter toe. De naam komt van de gelijkenis met de spenen van een koe. Het werd gebruikt om ontstekingen van uiers of aambeien te bestrijden.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 1, Jan Kops (1800)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 1, Dirk Leonard Oskamp (1796)


Cleyn Gouwe
Cruijdeboek, deel 1, Rembert Dodoens. Gheslacht, onderscheet, fatsoen, naemen, cracht ende werckinghe (1554)


Naturalis Biodiversity Center, Leiden


Botanische Wandtafeln, A. Peter (1901)


Unkrauttaflen - Weed plates - Planches des mauvaises herbes - Ugressplansjer, E. Korsmo (1934-1938)


Svensk botanik, deel 1, J.W. Palmstruch e.a. (1803)


Bilder ur Nordens Flora, deel 1, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Flora Londinensis, deel 2, William Curtis (1777-1778)


British entomology, deel 1, J. Curtis (1823-1840)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Herbier de la France, deel 1, P. Bulliard (1776-1783)


Grandes Heures Anne de Bretagne, Jean (Jehan) Bourdichon (1503-1508)


Hortus Eystettensis, deel 1, Bessler, Basilius (1620)


Deutschlands flora, deel 3, J. Sturm, J.W. Sturm (1801-1802)


Flora regni borussici, deel 2, A.G. Dietrich (1834)


Sämmtliche Giftgewächse Deutschlands, E. Winkler (1853)


New Kreüterbuch, L. Fuchs (1543)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 1, J.E. Sowerby (1863)


A curious herbal, deel 1, E. Blackwell (1737)


Herbarium Blackwellianum, deel 1, E. Blackwell (1750)


Flora Parisiensis, deel 3, P. Bulliard (1776-1781)


Nouvelle iconographie fourragère (Atlas) J. Gourdon, P. Naudin (1865-1871)


Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL