Gewoon timoteegras - Phleum pratense

Frysk: Timkegers

English: Timothy

Français: Fléole des prés

Deutsch: Wiesen-Lieschgras

Synoniemen: Timoteegras, Phleum pratense subsp. pratense

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Phleum komt van het Griekse phleos (bast) of pheleos (overvloeien). De plant werd tegen oorloop gebruikt. De naam is vroeger gegeven aan een ander gras (Ampelodesmus tenax), waarvan de stengels voor vlechtwerk werden gebruikt. Pratense betekent in weiden groeiend. Als voedergras werd Timoteegras in de 18de eeuw gepropageerd door Timothy Hanson, naar wie het gras is vernoemd.

Ondersoorten: Voorheen werd Timoteegras verdeeld in twee ondersoorten: Timoteegras (Phleum pratense subsp. pratense) en Klein timoteegras (Phleum pratense subsp. serotinum).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Gras.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juni t/m augustus.

Afmeting: 40-150 cm.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Daderot - cc0


Franz Xaver - cc by-sa 3.0


Notafly - cc by-sa 3.0

Wortels: Soms met ondergrondse uitlopers.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Matt Lavin - cc by-sa 2.0


John Milne and Sons - No restrictions


cc by-sa 3.0

Stengels: Pollen vormend. De stengelvoet kan al of niet knolvormig verdikt zijn of soms raapvormig. Rechtopstaande stengels, maar soms kruipt een deel van de bebladerde stengels en vormt zo uitlopers.


Roberto Bottinelli - cc by-nc-nd 4.0


Matti Virtala - cc0


Rasbak - cc by-sa 3.0


Lazaregagnidze - cc by-sa 4.0

Bladeren: De lichtgroene bladen zijn ruw, 3-8 mm breed en hebben vaak een enigszins golvende rand. Het tongetjeis 3-5 mm lang. Het tongetje van niet bloeiende spruiten is meestal stomp, symmetrich of aan beide kanten met een korte driehoekibge tand.


Matt Lavin - cc by-sa 2.0


Matt Lavin - cc by-sa 2.0


Rasbak - cc by-sa 3.0


H. Zell - cc by-sa 3.0

Bloemen: Tweeslachtig. De grof aanvoelende, 5-30 cm lange en 0,5-1 cm brede aar-pluim is aan de voet plotseling afgeknot. De pluim is grijsgroen tot donkergroen en heeft zeer korte zijtakken. De langwerpig-hartvormige aartjes zijn (zondeer de naald) 3-4 mm lang. De kelkkafjes zijn niet met elkaar vergroeid. Ze zijn ruig gewimperd, aan de top plotseling afgeknot en in een 1-2 mm lange, iets naar buiten gebogen naaldvormige spits versmald. Ze zijn twee tot vier keer zo lang als de kafnaalden. De helmknoppen zijn iets paarsig. Elke bloem heeft drie meeldraden en één stijl met twee stempels.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Grada Menting - verspreidingsatlas.nl


Cor Nonhof- cc by-nc-sa 3.0 nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl

Vruchten en zaden: Een graanvrucht. De zaden zijn kortlevend (1-5 jaar). Eenzaadlobbig.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Rasbak - cc by-sa 3.0


Annick Larbouillat - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op matig droge tot vochtige, voedselrijke, maar niet te zwaar bemeste grond (allerlei grondsoorten).

Groeiplaatsen: Grasland (hooiland en weiland), bermen en dijken. Grasland, zeeduinen (duingrasland), opgespoten grond, bermen en dijken.

Verspreiding

Wereld: In alle werelddelen, in gebieden met een gematigd klimaat.

Nederland: Inheems. Algemeen.

Vlaanderen: Inheems. Algemeen.

Wallonië: Inheems. Algemeen.

Wetenswaardigheden

Timoteegras is waarschijnlijk ontstaan door bastaardering van Klein timoteegras met een andere Doddegrassoort. Zo ontstaan vaak forsere en produktievere planten.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl