Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Glad biggenkruid - Hypochaeris glabra

Andere namen

Frysk: Glêde fôleblom

English: Smooth cat's-ear

Français: Porcelle glabre

Deutsch: Kahles Ferkelkraut

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Asterales

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Geslacht: Hypochaeris (Biggenkruid)

Soort: Hypochaeris glabra

Naamgeving (Etymologie): Het Griekse hypo betekent voer en chaeris komt van choiros en betekent big of zwijn, dus varkensvoer. Glabra betekent onbehaard.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus, september.

Afmeting: 7-50 cm.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Hans Toetenel - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Christian Fischer - CC BY-SA 3.0


Harry Rose - CC BY 2.0

Wortels


Harry Rose - CC BY 2.0


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/

Stengels: De meestal kale en vertakte stengels zijn bleekgroen of soms rood aangelopen. Bovenaan zijn ze iets verdikt.


John de Vos - CC BY-SA 2.0 FR


John de Vos - CC BY-SA 2.0 FR


Harry Rose - CC BY 2.0


Harry Rose - CC BY 2.0

Bladeren: Tijdens de bloei heeft de plant kleine bladrozetten met langwerpige bladen. De grootste breedte zit boven het midden. Ze zijn veerspletig tot getand.


Mathieu Menand - CC BY-SA 2.0 FR


Harry Rose - CC BY 2.0


Paul Fabre - CC BY-SA 2.0 FR


John de Vos - CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De gele bloemhoofdjes zijn 1-1½ cmt en gaan alleen 's ochtends open. De gesloten hoofdjes zijn kegelvormig. De lintbloemen komen maar weinig buiten de binnenste omwindselbladen uit. Van onderen zijn ze bleek. De omwindselbladen zijn ongelijk en hebben een donkere top.


Hans Toetenel - CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Domenico Puntillo - CC BY-SA 3.0


Paul Fabre - CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaadjes aan de randen zijn niet gesnaveld, de andere zaden hebben wel een snavel. Tweezaadlobbig.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Domenico Puntillo - CC BY-SA 3.0


Domenico Puntillo - CC BY-SA 3.0


Domenico Puntillo - CC BY-SA 3.0


Domenico Puntillo - CC BY-SA 3.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme, open plaatsen (pioniervegetatie) op droge, voedselarme, met name stikstofarme, zwak zure, kalkarme grond (leemarm en lemig zand).

Groeiplaatsen: Akkers (graanakkers en akkeranden), zeeduinen (laag blijvend duingrasland), bermen (open plekken en pas ingezaaide bermen) en grasland (gazons).

Verspreiding

Wereld: Klein-Azië en Noordwest-Afrika en West-, Midden- en Zuid-Europa. Niet in Schotland en Ierland. Ingevoerd in Noord-Amerika en op enige plaatsen op het zuidelijk halfrond, o.a. in Australië.


gbif.org

Nederland: Zeldzaam tot zeer zeldzaam in het oosten en midden van het land en in de duinen.
Rode lijst 2012. Bedreigd. Trend sinds 1950: zeer sterk afgenomen. Zeer zeldzaam. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeer zeldzaam. Zeer sterk afgenomen.
Rode lijst. Met verdwijning bedreigd.

Wallonië: Vroeger zeer zeldzaam.
Rode lijst. Verdwenen uit Wallonië.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 8, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1844)


Flora Batava, deel 8, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1844)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra