Gladde iep

Namen

Wetenschappelijk: Ulmus minor (Ulmus campestris, Ulmus carpinifolia, Ulmus procera)

Nederlands: Gladde iep (Veldiep)

Frysk: Iperenbeam

English: Small-leaved elm (English elm, European elm, Smoothleaf elm)

Français: Orme champêtre

Deutsch: Feldulme

Familie: Iepenfamilie, Ulmaceae

Geslacht: Ulmus, Iep

Kruising: De bastaard van Ruwe iep en Gladde iep is de Hollandse iep (Ulmus x hollandica). Deze boom wordt vaak aangeplant.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl

Naamgeving: Ulmus is mogelijk afgeleid van het Keltische elm, waarmee de iep werd aangeduid, volgens anderen komt het van het Griekse iopos (schors), vanwege de kurkachtige schors van sommige soorten en volgens nog weer anderen is Ulmus afkomstig van lupus (wolf), vanwege de ruwe bladen. Minor betekent kleiner.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Boom.

Winterknoppen: Fanerofyt.

Bloeimaanden: Maart en april.

Afmeting: Tot 30 meter.


Luis Fernández García - CC BY-SA 2.5


Darkone - CC BY-SA 2.1 es


AnRo0002 - CC0


Miguelgalm - CC BY-SA 3.0

Wortels: Veel wortelopslag.


Gmihail - CC BY-SA 3.0 RS

Stam: De schors is bruingrijs met lange hoogtegroeven en kleine dwarse groeven.


AnRo0002 - CC0


Robur.q - CC BY-SA 4.0


Joanbanjo - CC BY-SA 3.0


Lichtblick2012 - CC BY-SA 4.0

Takken: De korte zijtakken staan onder een scherpe hoek af. Jonge takken zijn zacht behaard of kaal.


AnRo0002 - CC0


AnRo0002 - CC0


Ptelea - CC BY-SA 4.0


Xemenendura - CC BY-SA 3.0

Bladeren: De gladde, elliptische tot eironde bladeren zijn 5-10 cm lang. Ze zijn scherp getand en hebben zeven tot twaalf zijnerven (in de langste bladhelft acht tot veertien). Van boven zijn ze vrijwel kaal en glad, van onderen groeien er bundeltjes haren in de nerfoksels. De bladeren zijn het breedst in het midden. De bladsteel is 0,5-1½ cm lang.


Ptelea - CC BY-SA 4.0


Antonio Speranza - CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen groeien op een zeer kort steeltje in een kluwenvormige bloeiwijze.


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


AnRo0002 - CC0


AnRo0002 - CC0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De vleugellrand is naar de top versmald. Het zaad vind je boven het midden van de vrucht. Tweezaadlobbig.


dzn.eldoc.ub.rug.nl


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Roger Culos - CC BY-SA 3.0

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde, warme plaatsen op vrij droge tot vrij natte, matig voedselrijke tot voedselrijke, vaak kalkhoudende, goed doorluchte grond.

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen), bosranden, struwelen, hagen, waterkanten (beekvalleien, ook op plekken die in de winter korte tijd kunnen overstromen), hoge delen van de uiterwaarden, zeeduinen en kalkhellingen.

Verspreiding

Wereld: Midden- en Zuid-Europa, Noord-Afrika en West-Azië, oostelijk tot bij de Kaspische Zee. Ingeburgerd in Noord-Amerika en Australië.

Gladde iep - Ulmus minor

Nederland: Vrij algemeen, vooral in de duinen, in Zeeland, in het rivierengebied, in Zuid-Limburg, in laagveengebieden en in het noordelijk zeekleigebied.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: matig afgenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.

Gladde iep

verspreidingsatlas.nl

Hollandse iep (Ulmus x hollandica)

verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Algemeen, maar zeldzaam in de Kempen.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Gladde iep - Ulmus minor

Wallonië: Vrij algemeen, maar zeer zeldzaam in de Ardennen.

Toepassingen

Gladde iep kan sterk worden gesnoeid en in sommige streken knot men de boom voor de tenen, die o.a. als bonenstaken worden gebruikt. Het hout is taai, vrij zwaar, goed bewerkbaar en zeer bestendig bij toepassing onder water. Het wordt o.a. voor meubels gebruikt. Van de bastvezels werd vroeger wel touw en textiel gemaakt. Slijm uit de bast werd voor medicinale doeleinden gebruikt. Bij Gladde iep komt kurkvorming voor. De kurklijsten vormen een bescherming tegen vraat.

Oude illustraties


Flora Batava, deel 15, Jan Kops en F.W. van Eeden (1877)


Flora Batava, deel 15, Jan Kops en F.W. van Eeden (1877)


Flora Batava, deel 15, Jan Kops en F.W. van Eeden (1877)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885 - 1905)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)
var. suberosa

© 2001-2017 K.M. Dijkstra