Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Gladde zegge - Carex laevigata

Andere namen

Frysk:

English: Smooth-stalked Sedge

Français: Laîche lisse

Deutsch: Glatte Segge

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Poales

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Geslacht: Carex (Zegge)

Soort: Carex laevigata

Naamgeving (Etymologie): Zegge stamt uit het Indogermaanse woord seq (snijden). Carex is zeer waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse ceiro (ik snij), een verwijzing naar de scherpe kanten van de bladeren. Laevigata betekent glad (alsof het gepolijst is).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Mei en juni.

Afmeting: 50-100 cm.


© Niels Jeurink - verspreidingsatlas.nl

© Niels Jeurink - verspreidingsatlas.nl


Emmanuel Stratmains - CC BY-SA 2.0 FR


Mathieu Menand - CC BY-SA 2.0 FR

Wortels: Tot 1 cm dikke, verhoutende en kort kruipende wortelstokken en korte uitlopers.


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/

Stengels: De stengels zijn scherp driekantig en ongeveer 2 mm dik. De onderste scheden  zijn bruin tot roodachtig. De plant groeit in losse pollen.


Andrea Moro - CC BY-SA 3.0


Emmanuel Stratmains - CC BY-SA 2.0 FR


Emmanuel Stratmains - CC BY-SA 2.0 FR


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Bladeren: De bladen zijn 0,4-1,2 cm breed, met wijde bladscheden.


Andrea Moro - CC BY-SA 3.0


Emmanuel Stratmains - CC BY-SA 2.0 FR


Emmanuel Stratmains - CC BY-SA 2.0 FR


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. Een losse bloeiwijze met een mannelijke topaar en twee tot vier van elkaar verwijderd staande, vrouwelijke aren van 2-4 cm en 6-7 mm breed. Een bloem heeft drie stempels. De schutbladen komen niet tot de top van de bloeiwijze. De schede wordt tot meer dan 5 cm lang en omhult de aarsteel voor een groot deel. De kafjes zijn 3-4 mm lang en versmald in een ongeveer 1 mm lange, gezaagde stekelpunt.


© Niels Jeurink - verspreidingsatlas.nl

© Niels Jeurink - verspreidingsatlas.nl

Mannelijk aartje.
© Niels Jeurink - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De spoelvormige urntjes zijn 4-5 mm lang en lichtgroen tot bruin van kleur. Ze zijn versmald in een lange snavel, die gespleten is in twee dunne, gestekelde tanden. Eenzaadlobbig.


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


dzn.eldoc.ub.rug.nl


dzn.eldoc.ub.rug.nl

 

Biotoop

Bodem: Beschaduwde plaatsen op natte, matig voedselrijke, humeuze, zwak zure grond (zand, leem, veen en grindrijk zand met een waterkerende kleilaag).

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen, met name in brongebieden en langs beekjes en moerasbossen).

Verspreiding

Wereld: Zuid- en West-Europa, van het westelijke deel van het Middellandse-Zeegebied tot in Schotland, noordoostelijk tot het Sauerland.


gbif.org

Nederland: Zeer zeldzaam in Midden- en Noord-Limburg.
Rode lijst 2012. Gevoelig. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Zeer zeldzaam. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Niet in Vlaanderen.

Wallonië: Vrij zeldzaam in de Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 8, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1844)


Flora Batava, deel 8, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1844)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm

© 2001-2018 K.M. Dijkstra