Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Glansbesnachtschade - Solanum nitidibaccatum

Frysk: Glimmende hŻnebei

English: Green nightshade

FranÁais: Morelle verte

Deutsch: GlanzfrŁchtiger Nachtschatten

Synoniemen: Solanum sarrachoides, Solanum physalifolium

Familie: Solanaceae (Nachtschadefamilie)

Naamgeving (Etymologie): Nachtschade komt van het Middeleeuwse woord nachtschaduwe. Vroeger dacht men dat de plant nachtmerries verdreef. Solanum is afgeleid van het Latijnse solari (pijnstillen of kalmeren). Enkele soorten van dit geslacht hebben een pijnstillende werking. In het kruidenboek van Clusius komt ďNascayeĒ voor i.p.v. Solanum. Physalifolium betekent lijkend op het blad van Physalis (lampionplant).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Juli, augustus, september, oktober.

Afmeting: 7-70 cm.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Jean-Luc Gorremans - tela-botanica.org - 
CC BY-SA 2.0 FR


© Gertjan van Noord -
CC BY-ND 3.0

Wortels


midwestherbaria.org -
CC BY-NC 3.0


midwestherbaria.org -
CC BY-NC 3.0


midwestherbaria.org -
CC BY-NC 3.0


hasbrouck.asu.edu -
CC0-1.0

Stengels: De opstijgende stengels zijn groen, dicht bezet met klierharen. Ze zijn niet kleverig.


Willemien Troelstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Erik van Dijk -
CC BY-NC-ND 3.0


© Marc de Bont -
CC BY-NC-ND 3.0


Peter Meininger - freenatureimages.eu

Bladeren: Ook op de bladen groeien veel klierharen. De bladen zijn eirond-ruitvormig, worden tot 5 cm lang, hebben een wigvormige voet en stomp getande randen met aan elke kant ongeveer vijf tanden. Je ziet ze maar zelden met een gave rand.


Christophe Girod - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Christophe Girod - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


© Kjell Nilsen -
CC BY-NC-ND 3.0


© Peter van Santbrink -
CC BY-NC-ND 3.0

Bloemen: Tweeslachtig. De kort gesteelde bloemen zijn wit. Ze groeien met vier of meer bij elkaar in schermachtige bloeiwijzen. De kelk is 2Ĺ-5 mm lang, maar wordt na de bloei langer (6-13 mm).


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl

© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Peter van Santbrink -
CC BY-NC-ND 3.0


Rutger Barendse - freenatureimages.eu

Vruchten: Een bes. De sterk glanzende bessen zijn groen met lichtgroene aderen. Ze groeien aan afstaande of boogvormig overhangende stelen. De kelk groeit na de bloei sterk uit en omvat het onderste deel van de bes. De kelktanden zijn dan driehoekig. Tweezaadlobbig.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Peter Meininger - freenatureimages.eu


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pionier) op vochtige, voedselrijke, omgewerkte grond (vooral op zand, soms op zavel of klei).

Groeiplaatsen: Waterkanten (rivierstrandjes), akkers, ruigten, uiterwaarden, afgravingen, stortplaatsen, verstoorde bermen, zeeduinen (langs duinpaden), langs spoorwegen (spoorwegterreinen) en industrieterreinen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit het Andesgebied in Zuid-Amerika. Ingeburgerd in Noord-Amerika, AustraliŽ en in delen van Europa.

Nederland: Zeldzaam in het rivierengebied. Elders zeer zeldzaam. Ingeburgerd tussen 1900 en 1924.

Vlaanderen: Zeldzaam ingeburgerd. Meestal in stedelijke gebieden.
WalloniŽ:
Zeer zeldzaam ingeburgerd.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 25, Jan Kops, F.W. van Eeden en L.Vuyck (1920)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL