Wilde planten in Nederland en België

Goudhaver - Trisetum flavescens

Frysk: Goudoart

English: Yellow oat-grass

Français: Trisète jaunâtre

Deutsch: Goldhafer

Synoniemen: Avena flavescens

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Trisetum komt van het Latijnse tres (drie) en setae (naald), omdat het onderste kroonkafje in drie naalden uitloopt. Flavescens betekent geel wordend of geelachtig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juni.

Afmeting: 30-60 cm.


yvesbas -
CC BY 4.0


© Dick Kerkhof - verspreidingsatlas.nl


Daderot - Public Domain


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Wortels


s.idigbio.org -
CC0-1.0


s.idigbio.org -
CC0-1.0


bisque.iplantcollaborative.org -
CC BY-NC 3.0


s.idigbio.org -
CC0-1.0

Stengels: Kleine, losse pollen. vormend. De rechtopstaande stengels zijn kaal of bij de knopen behaard. Het gras heeft bij zonneschijn een enigszins goudglanzige kleur.


Julien Barataud - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


bertrant.bui - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Patrick Hacker -
CC BY 4.0


Krzysztof Ziarnek -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De vlakke bladen zijn aan de rand gewimperd. Ze worden minder dan een ½ cm breed. Van boven zijn ze vaak behaard. Voor ontplooiing zijn ze opgerold. De onderste bladscheden zijn meestal dicht en zeer lang behaard (de haren zijn vaak teruggeslagen). Het vliezige tongetje is 1-2 mm.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Daderot - Public Domain


bertrant.bui - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Emmanuel Stratmains - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De vrij dichte pluim wordt 10-20 cm lang en bevat veel goudgroene bloemen. De pluimen hebben dunne zijtakken met elk drie tot twaalf aartjes. De aartjesspil is bezet is met korte en wat langere haren. De 5-7 mm (zonder de naalden) lange aartjes zijn rondachtig, met drie (zelden twee) of vier bloemen. Ze zijn glanzig geelachtig, met twee of drie kafnaalden en een behaarde as. Het onderste kelkkafje heeft één nerf en is veel smaller dan het drienervige bovenste kelkkafje. Het onderste kroonkafje (er zijn er twee) heeft vijf nerven, is tweespletig en heeft een 5-7 mm lange, knievormig gebogen naald. In elke bloem zie je een bovenstandig vruchtbeginsel met twee stijlen met geveerde stempels en drie meeldraden.


© Dick Kerkhof - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


bertrant.bui - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een graanvrucht. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Eenzaadlobbig.


Tracey Slotta - USDA-NRCS PLANTS Database


Emmanuel Stratmains -
CC BY-SA 2.0 FR


Emmanuel Stratmains -
CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op matig droge tot vochtige, matig voedselarme tot matig voedselrijke, niet of licht bemeste, basische, kalkrijke grond (lichte klei, leem, slibrijk zand en mergel).

Groeiplaatsen: Bermen, dijken (polder- en rivierdijken), grasland (hooiland, hooiweiden, kalkgrasland, uiterwaarden en bergweiden), zeeduinen (duingrasland) en langs spoorwegen (spoordijken).

Verspreiding

Wereld: In enkele zuidelijke delen van Centraal-Azië, in de Kaukasus, Noordwest-Afrika en in Europa, behalve in de meest noordelijke, oostelijke en zuidwestelijke delen. Ingeburgerd in Noord-Amerika en Nieuw-Zeeland.

Nederland: Vrij algemeen in Zuid-Limburg, Zeeland, het rivierengebied en enkele aangrenzende gebieden, vrij zeldzaam in laagveengebieden in het westen van het land, in het noordelijk zeekleigebied en in de duinen. Elders zeer zeldzaam.

Vlaanderen: Vrij algemeen. Sterk afgenomen.
Wallonië:
Vrij algemeen, maar zeldzamer in de Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 3, Jan Kops (1814)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Plantarum indigenarum et exoticarum Icones ad vivum coloratae, deel 4 (1791)


Genera plantarum florae germanicae, Monocotyledones 1 Graminae, deel 2, T.F.L. Nees von Esenbeck (1843)


Atlas des plantes de France, deel 3, Amédée Masclef (1893)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Flora Londinensis, deel 3, William Curtis (1778-1781)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL