Wilde planten in Nederland en België

Goudknopje - Cotula coronopifolia

Frysk: Goudknoopke

English: Golden buttons

Français: Cotule

Deutsch: Laugenblume

Synoniemen:

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Cotula komt van kotule (napje of schoteltje), misschien omdat de stengelomvattende bladschede een open ruimte overlaat. Coronopifolia betekent kraaienpootbladig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 10-50 cm.


Franco Folini -
CC BY-SA 2.0


Penarc -
CC BY-SA 3.0


Penarc -
CC BY-SA 3.0


Walter Siegmund -
CC BY-SA 3.0

Wortels


hasbrouck.asu.edu -
CC0-1.0


hasbrouck.asu.edu -
CC BY-NC 3.0


hasbrouck.asu.edu -
CC0-1.0


s.idigbio.org -
CC0-1.0

Stengels: De opstijgende, al of niet vertakte, lichtgroene of bruinige stengels zijn kaal. De stengeltoppen zijn niet bebladerd. Elke stengel heeft één bloemhoofdje.


Walter Siegmund -
CC BY-SA 3.0


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De bladen zijn lijnvormig tot langwerpig en iets vlezig. Vaak hebben ze een gave rand, maar soms zijn ze veerdelig. Aan de voet zit een wijde, stengelomvattende schede.


Walter Siegmund -
CC BY-SA 3.0


Walter Siegmund -
CC BY-SA 3.0


Harry Rose -
CC BY 2.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: Polygaam. De alleenstaande bloemen staan op lange stelen. De gele bloemhoofdjes zijn 0,5-1 cm breed. Er zijn alleen buisbloemen. De randbloemen zijn vrouwelijk.


Walter Siegmund -
CC BY-SA 3.0


Walter Siegmund -
CC BY-SA 3.0


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaden zijn wrattig. Die van de randbloemen zijn gevleugeld. Geen vruchtpluis. Tweezaadlobbig.


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pionier) op natte, stikstofrijke, brakke tot zilte grond. Vaak bij de kust, op plaatsen die (door koeien of ganzen) worden beweid. De plant is vorstgevoelig (klei, veen en zand).

Groeiplaatsen: Drooggevallen plaatsen in onlangs ingepolderde gebieden, waterkanten (langs ondiepe plassen) en grasland (in trapgaten van drassig buitendijks weiland).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Zuid-Afrika.Tegenwoordig in warm-gematigde streken in alle werelddelen, voornamelijk in ver uiteengelegen kustgebieden. In Europa voor het eerst gevonden in 1739 in de buurt van Emden in Duitsland.

Nederland: Zeldzaam in het Lauwersmeergebied, langs de Dollard, in Flevoland, in enkele laagveengebieden in het noorden van Fryslân en in Zeeland. Elders zeer zeldaam.

Vlaanderen: Waarschijnlijk alleen adventief.

Wallonië: Niet in Wallonië.

Wetenswaardigheden

In het Afrikaans wordt de plant Eendjieskweek of Gansgras genoemd.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 9, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1846)


Deutschlands flora, deel 2, J. Sturm, J.W. Sturm (1801-1802)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)

 

© 2001-2020 K.M. Dijkstra