Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Graskers - Lepidium graminifolium

Frysk:

English: Tall pepperwort

FranÁais: Passerage ŗ feuilles de graminťe

Deutsch: Grasblšttrige Kresse

Synoniemen:

Familie: Brassicaceae (Kruisbloemenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Lepidium komt van het Griekse lepis (schub), hetgeen slaat op de kleine hauwtjes, die wel wat op schubben lijken. Graminifolium betekent grasbladig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juni , juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 40-80 cm.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Michael Becker -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Wortels: Geen uitlopers.


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


plantdata.bio.cmich.edu -
CC BY-NC 3.0


herbariaunited.org

Stengels: De rechtopstaande stengels zijn behaard. Bovenaan zijn ze vertakt.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


P.F. Stolwijk -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Michael Becker -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De onderste bladen zijn langwerpig tot spatelvormig. Ze worden tot 10 cm lang en zijn getand of soms dieper ingesneden. Meestal zijn ze dicht behaard. De stengelbladen zijn lijnvormig tot smal spatelvormig en hebben meestal een gave rand.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Michael Becker -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen groeien in lange trossen. De witte kroonbladen zijn ongeveer 0,5 mm lang.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een doosvrucht. De vruchten vormen langgerekte trossen. De 2Ĺ-4 mm lange hauwtjes zijn spits, eirond en meer lang dan breed. Het vruchtsteeltje is vaak iets langer dan het hauwtje. Tweezaadlobbig.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op vochtige, voedselrijke grond.

Groeiplaatsen: Waterkanten (rivieroevers), ruigten (natte ruigten), ruderale plaatsen en braakliggende grond.

Verspreiding

Wereld: Zuidwest-AziŽ, Noord-Afrika en Zuid- en Midden-Europa. Noordelijk tot in Nederland.

Nederland: Zeer zeldzaam langs de Waal en de Rijn.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam.
WalloniŽ:
Niet in WalloniŽ.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Deutschlands flora, deel 16, J. Sturm, J.W. Sturm (1835-1837)


Flora regni borussici, deel 7, A.G. Dietrich (1839)


Flora Graeca, deel 7, J. Sibthrop, J.E. Smith (1830)


Icones et descriptiones plantarum, deel 2, A.J. Cavanilles (1793)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL