Wilde planten in Nederland en België

Grauwe wilg - Salix cinerea

Frysk: Skiere wylch

English: Grey Willow

Français: Saule cendré

Deutsch: Grau-Weide

Synoniemen:

Familie: Salicaceae (Wilgenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Salix komt mogelijk van het Keltische sal (dicht bij water), hetgeen te maken heeft met de groei van veel wilgensoorten langs het water. Het kan echter ook afkomstig zijn van het Latijnse salire (snel groeien), veel wilgensoorten groeien snel. Cinerea betekent asgrauw.

Ondersoorten: Grauwe wilg (Salix cinerea subsp. cinerea) en Rossige wilg (vroeger Roestige wilg) (Salix cinerea subsp. oleifolia of Salix atrocinerea).

Kruisingen: De kruising van Geoorde wilg met Grauwe wilg (Salix x multinervis) komt vrij regelmatig voor. Grauwe wilg kan ook een kruising vormen met Boswilg (Salix x reichardtii). De kruising Grauwe wilg en Katwilg (Salix x smithiana) is zeldzaam, evenals die met Kruipwilg (Salix x subsericea).

Beschrijving(Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Struik.

Winterknoppen: Fanerofyt .

Hoofdbloei: Maart en april.

Afmeting: 2-6 meter, maar soms tot 10 meter.


AnRo0002 -
CC0


AnRo0002 -
CC0


AnRo0002 -
CC0


AnRo0002 -
CC0

Stam: Een kroon met een vlakke bovenkant. De schors is glad.


AnRo0002 -
CC0


AnRo0002 -
CC0


AnRo0002 -
CC0


AnRo0002 -
CC0

Takken: De jonge takken en knoppen zijn grijsviltig behaard. Het hout van oudere takken heeft onder de bast lijsten. De takken zijn dofgrauw van kleur.
Rossige wilg: De jonge takken en knopschubben zijn snel kaal.


AnRo0002 -
CC0


Júlio Reis -
CC BY-SA 3.0


Oroussei -
CC BY-SA 3.0


Rasbak -
CC BY-SA 3.0

Bladeren: De langwerpige tot eironde bladeren zijn 2½-6 of soms tot 10 cm lang. De grootste breedte zit in het midden. De bladeren hebben een versmalde voet. Aan de bovenkant zijn ze dof blauwgroen en aan de onderkant blauwgrijs. Met name op de nerven zijn ze behaard. Aan beide kanten zitten acht of meer nerven. Naar de top zijn ze zwak gekarteld. De top is meestal spits, vlak en min of meer recht. De tot 5 mm lange steunblaadjes zijn niervormig. Meestal vallen ze vroeg af.
Rossige wilg: Van boven zijn ze glanzend en aan de onderkant roestbruin. Ze zijn behaard op de nerven.


Grauwe wilg
© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

Grauwe wilg
© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

Rossige wilg
© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

Rossige wilg
© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

Bloemen: Eenslachtig. Tweehuizig. De 3½-5, soms tot 9 cm lange katjeszijn in omtrek rond, gedrongen en vrijwel zittend. Ze beginnen te bloeien voor de bladeren verschijnen. Het vruchtbeginsel is viltig behaard. De stempels zijn diep tweedelig (de beide delen uitgespreid). De helmknoppen zijn voor het openspringen vaak rood.


Grauwe wilg
© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Bertrant Bui - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een doosvrucht. Tweezaadlobbig.


Grauwe wilg
Hans Toetenel -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Sten Porse -
CC BY-SA 3.0


BCB -
CC BY-SA 3.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige tot halfbeschaduwde plaatsen op vochtige tot natte, matig voedselrijke, zwak zure grond (meestal op laagveen).

Groeiplaatsen: Waterkanten (vooral langs rivieren en beken, maar ook wel langs sloten in schraal grasland), bossen (natte bossen, moerasbossen en wilgenbosjes), zeeduinen (duinvalleien), struwelen in dichtgroeiende moerassen en langs spoorwegen (langs spoorsloten).
Rossige wilg: Zeeduinen (duinvalleien).

Verspreiding

Wereld: Salix cinerea: Een groot deel van Europa, West-Azië en Noordwest-Afrika.
Rossige wilg: Voornamelijk in Europa.

Salix cinerea

Rossige wilg

Nederland: Grauwe wilg: Algemeen.
Rossige wilg: Vrij zeldzaam.

Salix cinerea

Grauwe wilg

Rossige wilg

Vlaanderen: Grauwe wilg: Algemeen.
Rossige wilg
: Vrij zeldzaam.

Wallonië: Grauwe wilg: Vrij algemeen.
Rossige wilg: Zeer zeldzaam.

Salix cinerea

Grauwe wilg

Rossige wilg

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Grauwe wilg
Flora Batava, deel 14, Jan Kops en F.W. van Eeden (1872)


Rossige wilg
Flora Batava, deel 14, Jan Kops en F.W. van Eeden (1872)


Unsere Waldbäume, Sträucher und Zwergholzgewächse, L. Klein (1910)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 8, J.E. Sowerby (1868)


Traité des arbres et arbustes, Nouvelle édition, deel 3, H.L. Duhamel du Monceau, P.J. Redouté (1806)


Svensk botanik, deel 8, J.W. Palmstruch e.a. (1807-1838)


Bilder ur Nordens Flora, deel 2, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL