Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Grijskruid - Berteroa incana

Frysk: MŻneplant

English: Hoary alison

FranÁais: Alysson blanc

Deutsch: Graukresse

Synoniemen:

Familie: Brassicaceae (Kruisbloemenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Berteroa is genoemd Carlo Giuseppe Bertero (1789-1831), een botanicus uit VenetiŽ. Incana betekent grijsgrauw.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig of tweejarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: Juni, juli, augustus en september.

Afmeting: 20-70 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Een dunne penwortel.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Stengels: De rechtopstaande, slanke stengels zijn grijs door sterharen.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De langwerpige, door sterharen grijsachtige bladeren hebben meestal een gave rand, maar soms zijn ze grof getand. Ze zijn in de korte steel versmald en worden 3-5 cm lang.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De 4-6 mm grote bloemen hebben witte kroonbladen, die diep zijn ingesneden (tweespletig).


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een doosvrucht. De hauwtjes zijn enigszins eivormig, omhoog gebogen en worden 0,45-1 cm lang en 0,3-0,5 cm breed. De zijden zijn enigszins bol. Verder zijn ze dicht behaard met sterharen en ongeveer twee keer zo lang als breed. De hauwtjes vormen lange, dichte trossen. De zaden zijn kortlevend (ťťn tot vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op droge, matig voedselrijke, zandige of steenachtige grond.

Groeiplaatsen: Langs spoorwegen (spoordijken), bermen (verstoorde plaatsen), zeeduinen, afgravingen (kiezelgroeven), ruderale plaatsen, ruigten, puin, industrieterreinen, haventerreinen, molenbelten en hellingen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit steppegebieden in Midden-AziŽ en Oost- en Midden-Europa. Sinds de 18de eeuw ook in West-Europa.

Nederland: Vrij zeldzaam in stedelijke gebieden, in het rivierengebied en in Zuidoost-Nederland. Elders zeer zeldzaam.

Vlaanderen: Vrij algemeen ingeburgerd. Het meest in de buurt van stedelijke gebieden.
WalloniŽ:
Vrij zeldzaam ingeburgerd.

Wetenswaardigheden

Vroeger werd Grijskruid vaak aangevoerd met graan. De zaden kwamen samen met het graanafval terecht bij korenmolens, vandaar de Friese naam MŻneplant (molenplant).

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 17, Jan Kops en F.W. van Eeden (1885)


Deutschlands flora, deel 12, J. Sturm, J.W. Sturm (1826-1827)


Unkrauttaflen - Weed plates - Planches des mauvaises herbes - Ugressplansjer, E. Korsmo (1934-1938)


Genera plantarum florae germanicae, Conspectus, deel 6, T.F.L. Nees von Esenbeck (1853)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)


Unsere Unkršuter, Zweite Auflage, L. Klein (1926)


Flora regni borussici, deel 9, A.G. Dietrich (1841)


Svensk botanik, deel 10, J.W. Palmstruch e.a. (1807-1838)


Bilder ur Nordens Flora, deel 1, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL