Wilde planten in Nederland en België

Grijze melde - Atriplex micrantha

Frysk:

English: Twoscale saltbush

Franç ais: Arroche à petites fleurs

Deutsch: Verschiedensamige Melde

Synoniemen: Atriplex hortensis subsp. heterosperma

Familie: Amaranthaceae (Amarantenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Atriplex komt van het Griekse a (niet) en trephein (voedend), dus planten, die niet geschikt zijn als voedsel. Micrantha komt van het Griekse micro (klein) en anthos (bloem).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: Augustus en september.

Afmeting: 50-150(-200) cm.


svetlana-bogdanovich -
CC BY-NC 4.0


Michal Duchá ček -
CC BY-NC 4.0


Елена Алексеевна Р. -
CC BY-NC 4.0


Andrey Zharkikh -
CC BY 2.0

Wortels: Een penwortel.


University of Vienna -
CC BY-SA 4.0


University of Vienna -
CC BY-SA 4.0


Steiermä rkisches Landesmuseum Joanneum -
CC BY-SA 4.0


Herbarium Berolinense, Berlin -
CC BY-SA 4.0

Stengels: De rechtopstaande, enigszins metaalgrijzig gekleurde stengel is geribbeld en mestal vertakt boven het midden. De stengel heeft aan beide kanten van de bladvoet een donkerrode streep.


Norbert Sauberer -
CC BY-NC 4.0


Moscow State University -
CC BY 4.0


Michal Duchá ček -
CC BY-NC 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De bladsteel is 0,5-1,5(-3) cm lang. De aan beide zijden grijsgroene, spiesvormige bladen zijn 3-6(-15) cm lang en meestal 1,2 tot 5(-9) cm breed. De bladrand is gaaf of grof, onregelmatig getand. De bovenste bladen zijn langwerpig-lancetvormig en altijd met gave bladranden. De bladen staan verspreid, maar de onderste ook tegenoverstaand. Afstervende bladen zijn vaak roodachtig.


Michal Duchá ček -
CC BY-NC 4.0


spins -
CC BY-NC 4.0


Patrick Hacker -
CC BY 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. Samengestelde aarachtige bloeiwijzen van 6-25 cm lang. De mannelijke bloemen, die meestal vó ó r de vrouwelijke worden gevormd, hebben vijf (zelden vier) groene schutbladen ( bloemblaadjes) en vijf meeldraden (later worden ze geelachtig tot bruinachtig). De vruchtbare schutbladen zijn vergroeid aan de basis. De schutbladen zijn verschillend van grootte: de grotere worden ongeveer 5-8 mm, de kleinere slechts ongeveer 2 mm.


Norbert Sauberer -
CC BY-NC 4.0


Michal Duchá ček -
CC BY-NC 4.0


Katerina Kashirina -
CC BY-NC 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De vruchtkleppen zijn vrij, rond tot breed-eirond en gaaf. De vruchten hebben twee verschillende afmetingen. Kleine (0,5 tot 1,6 mm) met zwarte zaden en grotere (2-3,5 mm) met geelbruine zaden.


Norbert Sauberer -
CC BY-NC 4.0


Patrick Hacker -
CC BY 4.0


Patrick Hacker -
CC BY 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op vochtige, zilte of sterk basische grond. De plant is zeer zouttolerant.

Groeiplaatsen: Langs gepekelde autowegen en in de middenbermen van autowegen, langs rivieren, meeroevers, zoute steppen en woestijnen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit gematigde streken in Azië . Ingeburgerd in o.a. Europa en Amerika.

Nederland: Zeldzaam. Ingeburgerd na 2000.

Vlaanderen: Zeldzaam ingeburgerd. Voor het eerst aangetroffen in 2003.
Wallonië :
Zeldzaam ingeburgerd. Voor het eerst aangetroffen in 2006.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).

2001-2022 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL