Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Grondster - Illecebrum verticillatum

Frysk: GrŻnstjerke

English: Coral-necklace

FranÁais: IllťcŤbre verticillť

Deutsch: Knorpelkraut

Synoniemen:

Familie: Caryophyllaceae (Anjerfamilie)

Naamgeving (Etymologie): De stengels liggen min of meer stervormig op de grond, waaraan de plant haar Nederlandse naam te danken heeft. Illecebrum komt van het Latijnse illecebra (bekoring), wat slaat op de sierlijkheid van het plantje. Verticillatum betekent kransdragend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig, zelden overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: Juni, juli, augusatus, september en oktober.

Afmeting: 5-30 cm.


David Mercier
- tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

© Wijnand van Buuren - verspreidingsatlas.nl


Michel Gaubert
- tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Wortels: Bijworteltjes op de onderste stengelknopen.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De liggende stengels zijn draadvormig, kaal en vaak rood van kleur. Ze wortelen op de knopen en liggen stervormig uitgespreid.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl

© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Hajotthu -
CC BY 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De stompe, glimmende, 0,2-0,5 cm grote blaadjes zijn eirond tot smal spatelvormig of langwerpig. De steunblaadjes zijn klein.


Piet Bremer -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


C T Johansson -
CC BY-SA 3.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen groeien met drie tot zes bij elkaar in kluwens in de bladoksels. Elke bloem heeft vijf priemvormige, zeer kleine, witte kroonbladen, die soms iets roodachtig zijn. De vijf witte puntige, ongeveer 2 mm lange kelkblaadjes staan rechtop en zijn na de bloei verdikt. De schutbladen zijn zilverachtig.


Yoan Martin - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Weddi -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Eenzadig, openspringend. Tweezaadlobbig.


Jorge Nolla - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pionier) op 's zomers matig droge tot vochtige,'s winters vaak onder water staande plaatsen op matig voedselarme, kalkarme, zure zandgrond.

Groeiplaatsen: Wegkanten (langs zandwegen en paden in heidestreken en langs niet geasfalteerde fietspaadjes), heide, afgravingen (zandgroeven) en op de bodem van droogvallende greppels. Vroeger ook in akkers.

Verspreiding

Wereld: Zuid-Europa en Noord-Afrika (Middellandse Zeegebied) en in West-Europa van de PyreneeŽn tot in Noord-Duitsland. Ook verspreid voorkomend in Engeland, Wales en Midden-Europa.

Nederland: Vrij zeldzaam op de zandgronden in het oosten en zuiden. Elders zeer zeldzaam.

Vlaanderen: Zeldzaam. Het meest nog  in het noorden van de provincie Antwerpen en in de Kempen.. Zeer sterk afgenomen.
WalloniŽ:
Zeer zeldzaam. Nog slechts op drie plekken.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 3, Jan Kops (1814)


Flora von Deutschland, ÷sterreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1885-1905)


Genera plantarum florae germanicae, Dicotyledones 1, Monochlamidae, deel 1, T.F.L. Nees von Esenbeck (1835)


Flora regni borussici, deel 12, A.G. Dietrich (1844)


British entomology, deel 4, J. Curtis (1823-1840)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)


Hortus Romanus juxta Systema Tournefortianum, deel 8, Giorgio Bonelli (1783-1816)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 7, J.E. Sowerby (1867)


British phaenogamous botany, deel 6: W. Baxter (1834-1843)


Flora Parisiensis, deel 8, P. Bulliard (1776-1781)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL