Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Groot moerasscherm - Apium nodiflorum

Andere namen

Frysk: Grut feanskerm

English: Fool's water-cress

Français: Ache nodiflore

Deutsch: Knotenblütiger Sellerie

Verouderde of andere namen: Helosciadium nodiflorum

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Apiales

Familie: Apiaceae (Schermbloemenfamilie)

Geslacht: Apium (Moerasscherm)

Soort: Apium nodiflorum

Naamgeving (Etymologie): Apium komt van apion, hetgeen weer is afgeleid van pioon (glanzig), vanwege de glans van de bovenkant van de bladen. Nodiflorum betekent met bloemen op de knopen.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Helofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus en september.

Afmeting: 30-100 cm.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Daderot -
CC0


Jean-Pierre Lespinasse - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Wortels


Frantz-Samy -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De liggende of opstijgende stengels zijn fijn gegroefd. Ze wortelen op de onderste knopen.

Bladeren: De bladen zijn geveerd met vijf tot dertien eironde of langwerpige, meestal 1½-6 cm lange (soms kleiner of langer tot 10 cm), gekarteld-gezaagde deelblaadjes. De bladscheden zijn groter en breed vliezig gerand.

Bloemen: Tweeslachtig. De zittende of kort gesteelde bloemen groeien in drie tot vijftien stralen en staan tegenover de bladeren. Meestal is er geen omwindsel. De kleine kroonbladen zijn spits en wit of groenwit.

Vruchten: Een splitvrucht. De eivormige vruchten zijn 2-2½ mm lang en zijn voorzien van vrij brede, sterk uitspringende afgeronde ribben. Tweezaadlobbig.

Biotoop

Bodem: Zonnige tot half beschaduwde plaatsen op natte, matig voedselrijke tot voedselrijke, kalkhoudende grond en in zoet of zwak brak water (vrijwel alle grondsoorten).

Groeiplaatsen: Water (beken, verlandende sloten en andere verlandingsvegetaties), waterkanten (modderige oevers, open plekken langs geultjes, langs vrijwel zoete kreken en in het zoetwatergetijdengebied in kommen tussen de kreekoeverwallen tussen riet en biezen), grasland (weiland), bossen (grienden en bronbossen), zeeduinen (drinkpoelen in de duinstreek) en in wilgenstruweel.

Verspreiding

Wereld: West-Azië, Noord-Afrika en West- en Zuid-Europa. Ingeburgerd in Noord- en Zuid-Amerika.


gbif.org

Nederland: Plaatselijk vrij algemeen in het westen en zuidwesten, in de kalkrijke duinen en in het rivierengebied en zeldzaam in Zuid-Limburg. Elders zeer zeldzaam.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Vrij zeldzaam. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Algemeen, maar vrij zeldzaam in de Kempen.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Plaatselijk vrij algemeen, maar vrij zeldzaam in de Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 16, Jan Kops en F.W. van Eeden (1881)


Genera plantarum florae germanicae, Conspectus, deel 6, T.F.L. Nees von Esenbeck (1849)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 4, J.E. Sowerby (1865)


Medical Botany, deel 1, W. Woodville, W.J. Hooker, G. Spratt (1832)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


British phaenogamous botany, deel 6: W. Baxter (1834-1843)


Grandes Heures Anne de Bretagne, Jean (Jehan) Bourdichon (1503-1508)

© 2001-2019 K.M. Dijkstra