Wilde planten in Nederland en België

Groot glaskruid - Parietaria officinalis

Frysk: Grutte glêspoetser

English: Eastern Pellitory-of-the-wall

Français: Pariétaire officinale

Deutsch: Aufrechtes Glaskraut

Synoniemen:

Familie: Urticaceae (Brandnetelfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Glaskruid slaat op het gebruik van de bladeren als poetsmiddel voor glas. Parietaria komt van het Latijnse paries (wand), de plant groeit namelijk op muren. Officinalis komt van het Latijnse officium (werkplaats, in plantkundig/medische verband is dat de apotheek). Officinalis betekent dus in gebruik in de apotheek / geneeskrachtig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juni t/m oktober.

Afmeting: 20-120 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels


herbariaunited.org


europeana.eu -
CC BY-SA 3.0


europeana.eu -
CC BY-SA 3.0


europeana.eu -
CC0

Stengels: De meeestal rechtopstaande, gevulde stengels zijn groen of rood aangelopen. Ze zijn maar weinig of niet vertakt en meestal verspreid behaard.
In oudere edities van Heukels Flora werd vermeld dat de stengels hol zouden zijn. Dat klopt niet en dit is dan ook aangepast in de nieuwste uitgave.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De langwerpig eironde bladen zijn heldergroen en worden 3-12 cm. Ze zijn drie tot vijf maal zo lang als de steel. Aan de voet zijn ze wigvormig tot afgerond, aan de top lang toegespitst en met een gave rand. De drie schutblaadjes zijn aan de voet niet met elkaar vergroeid.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Polygaam (vaak tweeslachtig). De bloemen groeien in kluwens in de bladoksels. Ze zijn viertallig, klein en groenig. De meeldraden zijn geel.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: De zwarte nootjes zijn 1,2-1,8 mm lang. Het bloemdek sluit na de bloei als een urntje om het nootje en wordt dan nauwelijks langer (ongeveer 2 mm). De vrije bloemdekslippen blijven heel kort. Tweezaadlobbig.


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Licht beschaduwde, zelden zonnige, warme plaatsen op vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, omgewerkte grond (op plekken waar humus en minerale bestanddelen met elkaar worden vermengd) en op stenige plaatsen.

Groeiplaatsen: Beschutte omgewerkte grond, aan de voet van muren, rotsen, bosranden, heggen, struwelen (voedselrijke zomen), bossen (loofbossen, met name aan de voet van hellingen en parkbossen), zeeduinen, stadswallen, ruderale plaatsen, onder stoeproosters en trottoirkanten.

Verspreiding

Wereld: Midden- en Zuidoost-Europa en Zuidwest-Azië. Sinds lang ingeburgerd in Noordwest-Europa en het noordelijke deel van Midden-Europa.

Nederland: Zeldzaam aan de Zeeuwse en Hollandse binnenduinrand. Elders zeer zeldzaam.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam. Het meest in de duinen en langs de rivieren.
Wallonië:
Zeer zeldzaam.

Toepassingen

Al sinds de oudheid wordt de plant als geneeskruid gebruikt. In de middeleeuwen werd Groot glaskruid in de nacht voor bepaalde feestdagen verbrand om de duivel te bezweren.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 9, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1846)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 2, Martinus Houttuyn (1796)


Cruijdeboek, deel 1, Rembert Dodoens. Gheslacht, onderscheet, fatsoen, naemen, cracht ende werckinghe (1554)


Naauwkeurige beschrijving der aardgewassen. Tweede boek. Van alle lage boomen, en heesteren of struvellen. Abraham Munting (1696)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


New Kreüterbuch, L. Fuchs (1543)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


British entomology, deel 2, J. Curtis (1823-1840)


Medical Botany, deel 4, W. Woodville, W.J. Hooker, G. Spratt (1832)


Flora Londinensis, deel 4, William Curtis (1781-1784)


Flore médicale, deel 5, F.P. Chaumeton (1831)


Flora Parisiensis, deel 4, P. Bulliard (1776-1781)


Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)


Hortus Romanus juxta Systema Tournefortianum, deel 8, Giorgio Bonelli (1783-1816)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Flora regni borussici, deel 10, A.G. Dietrich (1842)


Genera plantarum florae germanicae, Dicotyledones 1, Monochlamidae, deel 1, T.F.L. Nees von Esenbeck (1835)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Herbarium Blackwellianum, deel 2, E. Blackwell (1754)


Herbier de la France, deel 6, P. Bulliard (1776-1783)


Atlas des plantes de France, deel 3, Amédée Masclef (1893)


Grandes Heures Anne de Bretagne, Jean (Jehan) Bourdichon (1503-1508)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL