Wilde planten in Nederland en België

Groot moerasscherm - Helosciadium nodiflorum

Frysk: Grut feanskerm

English: Fool's water-cress

Français: Ache nodiflore

Deutsch: Knotenblütiger Sellerie

Synoniemen: Apium nodiflorum

Familie: Apiaceae (Schermbloemenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Apium komt van apion, hetgeen weer is afgeleid van pioon (glanzig), vanwege de glans van de bovenkant van de bladen. Nodiflorum betekent met bloemen op de knopen.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Helofyt.

Hoofdbloei: Juni t/m september.

Afmeting: 30-100 cm.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Daderot - cc0


Jean-Pierre Lespinasse - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr

Wortels


Frantz-Samy - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De fijn gegroede stengels kruipen aan de voet, wortelen op de onderste knopen en zijn daarna opstijgend.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0


Emmanuel Stratmains - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


Laurent Petit - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr

Bladeren: De bladen zijn geveerd met vijf tot dertien eironde tot langwerpige, meestal 1½-6 cm(-10 cm, maar soms kleiner) lang, gekartelde (gezaagde) deelblaadjes. De vrij grote bladscheden zijn breed vliezig gerand.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0


kuleuven-kulak.be/bioweb


Marie Portas - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr

Bloemen: Tweeslachtig. De zittende of kort gesteelde bloemen groeien in drie tot vijftien stralen en staan tegenover de bladen. Meestal zijn  er geen omwindselbladen (soms tot twee). De kleine kroonbladen zijn spits en wit of groenwit.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0


Emmanuel Stratmains - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0


kuleuven-kulak.be/bioweb

Vruchten en zaden: De eivormige splitvruchten zijn 2-2½ mm lang en zijn voorzien van vrij brede, sterk uitspringende afgeronde ribben. Tweezaadlobbig.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0

 
Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0


Geert van Poelgeest - cc by-nc 4.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige tot half beschaduwde plaatsen op natte, matig voedselrijke tot voedselrijke, kalkhoudende grond en in zoet of zwak brak water (vrijwel alle grondsoorten).

Groeiplaatsen: Water (beken, verlandende sloten en andere verlandingsvegetaties), waterkanten (modderige oevers, open plekken langs geultjes, langs vrijwel zoete kreken en in het zoetwatergetijdengebied in kommen tussen de kreekoeverwallen tussen riet en biezen), grasland (weiland), bossen (grienden en bronbossen), zeeduinen (drinkpoelen in de duinstreek) en in wilgenstruweel.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit West-Azië, Noord-Afrika en West- en Zuid-Europa.

Nederland: Inheems. Vrij zeldzaam.

Vlaanderen: Inheems. Vrij algemeen.

Wallonië: Inheems. Vrij algemeen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 16, Jan Kops en F.W. van Eeden (1881)


Genera plantarum florae germanicae, Conspectus, deel 6, T.F.L. Nees von Esenbeck (1849)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 4, J.E. Sowerby (1865)


British phaenogamous botany, deel 6: W. Baxter (1834-1843)


Grandes Heures Anne de Bretagne, Jean (Jehan) Bourdichon (1503-1508)


Medical Botany, deel 1, W. Woodville, W.J. Hooker, G. Spratt (1832)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2022 K.M. Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl