Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Groot zeegras - Zostera marina

Frysk: Seewier

English: Common eelgrass

FranÁais: ZostŤre marine

Deutsch: GroŖe Seegras

Synoniemen: Zostera angustifolia

Familie: Zosteraceae (Zeegrasfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Zostera komt van het Griekse zoster (gordel of lint), naar de bladvorm. Marina betekent van of aan de zee.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hydrofyt.

Hoofdbloei: Juni, juli, augustus en september.

Afmeting: 20-150 cm.


Inger Marie Laursen -
CC BY-NC 4.0


Em Lim -
CC BY-NC 4.0


Ola Wergeland Krog -
CC BY 4.0


hitchco -
CC0-1.0

Wortels: De krachtige en kruipende wortelstokken worden minstens 2 mm dik. Vorstgevoelig.


Daderot -
CC0


sarawick -
CC BY-NC 4.0


Stickpen - Public Domain


trine123 -
CC BY-NC 4.0

Stengels: Een onbehaarde plant. Bloeiende stengels worden enige centimeters tot soms meer dan 1 meter lang. De stengels zijn vertakt met vele kortere, niet-bloeiende en langere, bloeiende stengels. Samen vormen ze pollen.


ryanluft -
CC BY-NC 4.0


hpr61 -
CC BY-NC 4.0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Bladeren: De donkergroene, lijnvormige bladen zweven in het water. Zij zijn enige decimeters tot meer dan 1 meter lang. Ze zijn minimaal 2 mm breed, maar vaak 0,5-1 cm. Ze zijn 3-7-nervig en hebben een afgeronde bladtop met een topspitsje, een gesloten schede en drie of vijf (soms zeven of negen) hoogtenerven, waarvan de buitenste duidelijk afstand houden van de bladrand. Na de bloei valt het deel van het schutblad boven de schede af en de schede verkleurt geel, daarna bruin en tenslotte zwart.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Brian Starzomski -
CC BY-NC 4.0


Lamiot -
CC BY-SA 1.0


John D Reynolds -
CC BY-NC 4.0

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. Bloeiende stengels zijn vertakt met aan elke tak twee tot negen bloeiwijzen. De steel van de bloeiwijze is onder de bloeischede verdikt en is tijdens de bloeitijd even breed als de schede en de bladschijf van het schutblad. De aar is veelbloemig. De groenachtige bloemen zijn zeer klein. De helmhokjes zijn 4-5 mm. De stempel is twee keer zo lang als de stijl.


Chris Cameron -
CC BY-NC 4.0


lyleander -
CC BY-NC 4.0


Lisia Lopes -
CC BY-NC 4.0


Chris Cameron -
CC BY-NC 4.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De vrucht is eirond-cilindrisch (3 mm lang en2 mm breed), aan de voet afgeknot, witachtig en  overlangs-gestreept. De zaden zijn dof, grijsachtig en geribd in de hoogterichting (overlangs-gestreept). Tweezaadlobbig.


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen in voedselrijk, zout en brak water, op of iets onder de laagwaterlijn. De bodem is fijn grinderig, zandig of slikkig.

Groeiplaatsen: Water (ondiepten in de Waddenzee en de zeearmen in Zeeland, bij eb niet droogvallende plaatsen, bodems van diepe kwelderkreken en soms in binnendijkse plassen).

Verspreiding

Wereld: Langs de zeekust op het noordelijk halfrond, van de Middellandse Zee tot aan de rand van de poolstreken.

Nederland: Vroeger algemeen in de Waddenzee en de Zeeuwse zeearmen. Nu zeldzaam. Na 1932 (na een wierziekte) zeer sterk afgenomen.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam.
WalloniŽ:
Niet in WalloniŽ.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 12, Jan Kops, P. M. E. Gevers Deijnoot en F. A. Hartsen (1865)


Repršsentanten einheimischer Pflanzenfamilien in bunten Wandtafeln mit erlšuterndem Text, C. Bollmann (1879-1882)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Svensk botanik, deel 3, J.W. Palmstruch e.a. (1807)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


British phaenogamous botany, deel 6: W. Baxter (1834-1843)


Bilder ur Nordens Flora, deel 3, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 9, J.E. Sowerby (1869)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL