Grote brandnetel

Namen

Wetenschappelijk: Urtica dioica

Nederlands: Grote brandnetel

Frysk: Grutte brannettel

English: Stinging Nettle (California nettle, Great Nettle, Greater Nettle, Slender Nettle, Tall Nettle, True Nettle)

Français: Grande Ortie

Deutsch: Große Brennnessel

Familie: Brandnetelfamilie, Urticaceae

Geslacht: Urtica, Brandnetel

Naamgeving: Urtica komt van het Latijnse urere (branden). Dioica betekent tweehuizig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt of hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 30-130 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


H. Zell - CC BY-SA 3.0


kallerna - CC BY-SA 3.0

Wortels: Een horizontale wortelstok met taaie gele wortels, die zich sterk vertakken.


Rasbak - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


hasbrouck.asu.edu - CC BY-SA 3.0


web.corral.tacc.utexas.edu - CC0-1.0

Stengels: De bloeiende stengels staan rechtop, met korte zijtakjes in de bladoksels. Op stengels groeien brandharen en gewone kortere haren. De plant groeit in grote groepen.


Frank Vincentz - CC BY-SA 3.0


Bff - CC BY-SA 4.0


Bff - CC BY-SA 4.0


Donar Reiskoffer - CC BY-SA 3.0

Bladeren: De tegenoverstaande bladeren zijn donkergroen, langwerpig tot eirond, grof ondiep gezaagd en met een hartvormige voet. Ze worden 5-10 cm lang. De tand aan de bladtop is groter dan de andere bladtanden. De bladschijf is langer dan de steel. Op de bladonderkant groeien brandharen en gewone kortere haren.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Frank Vincentz - CC BY-SA 3.0


Frank Vincentz - CC BY-SA 3.0

Bloemen: Eenslachtig. Tweehuizig. De bloemen zijn groenachtig. De mannelijke bloemen vormen lange overhangende katjesachtige bloeiwijzen, die langer dan de bladsteel zijn. De vrouwelijke bloemen vormen kleine kluwens, die later gaan hangen.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


H. Zell - CC BY-SA 3.0


Frank Vincentz - CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


dzn.eldoc.ub.rug.nl


Frank Vincentz - CC BY-SA 3.0


Frank Vincentz - CC BY-SA 3.0


Frank Vincentz - CC BY-SA 3.0

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op matig droge tot natte, voedselrijke tot zeer voedselrijke, met name stikstofrijke, humeuze grond.

Groeiplaatsen: Puin, ruigten, bossen (loofbossen, ooijbossen, bronbossen, populieren- en wilgenbossen), bosranden, struwelen (voedselrijke zomen), ruderale plaatsen, waterkanten (langs vervuild water) en bemeste bermen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Europa en Siberië. Ingeburgerd elders in gematigde streken.

Grote brandnetel - Urtica dioica

Nederland: Zeer algemeen.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeer algemeen.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Grote brandnetel - Urtica dioica

Wallonië: Algemeen.

Toepassingen

De plant groeit op plaatsen waar de bodem veel stikstof bevat. De vezels van de stengels werden vroeger gebruikt om doek van te weven. Al in het bronzen tijdperk werden brandneteldoeken gebruikt. Volgens een Deens volksverhaal groeit de Brandnetel alleen op plaatsen waar het bloed van onschuldigen heeft gevloeid. De plant wordt verwerkt in brandnetelkaas, kan worden gegeten als spinazie en er kan brandnetelsoep van worden gemaakt. Brandnetelgier werkt tegen bladluizen en als bemesting.

Oude illustraties


Flora Batava, deel 1, Jan Kops (1800)


Flora Batava, deel 1, Jan Kops (1800)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 2 (1796)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 2 (1796)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885 - 1905)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

© 2001-2017 K.M. Dijkstra