Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Grote klaproos - Papaver rhoeas

Andere namen

Frysk: Klaproas

English: Common poppy

Français: Coquelicot

Deutsch: Klatschmohn

Verouderde of andere namen: Gewone klaproos

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Ranunculales

Familie: Papaveraceae (Papaverfamilie)

Geslacht: Papaver (Klaproos)

Soort: Papaver rhoeas

Naamgeving (Etymologie): De naam klaproos komt van het klappend geluid dat de bloemblaadjes maken wanneer je ze (omgevouwen) tussen de handen legt en er op slaat. Papaver komt van het Keltische woord papapap (kinderpapa) of van papa (pap of brij) en verum (echt of waar), m.a.w. ware pap. Het plantensap werd namelijk in de pap gedaan om kleine, huilende kinderen rustiger te maken. Rhoeas is een Latijnse plantennaam en stamt misschien af van reoo (vloeien of verdwijnen) en zou dan betrekking hebben op het spoedig afvallen van de kroonbladen. Meer waarschijnlijk is de afleiding van roia (granaatboom en granaatappel), doordat de kleur van de bloem en de vorm van de vrucht overeenkomst met deze vertonen.

Kruising: Grote klaproos kan een bastaard vormen met Bleke klaproos (Papaver x exspectatum).
De steriele bastaard tussen Bleke en Grote klaproos staat op open, ± stikstofrijke en zonnige, droge tot vochtige, matig voedselrijke tot zeer voedselrijke, neutrale tot vaak kalkhoudende grond, die kan bestaan uit zowel lichte klei, löss, leem als zavel en lemig zand, verder staat ze ook op stenige plaatsen. Ze groeit in akkers en akkerranden, in bermen en op dijken, op omgewerkte- en braakliggende grond, op bouwterreinen, spoorwegemplacementen en op industrieterreinen, op ruderale plekken in de zeeduinen, op puin en op andere ruderale plaatsen. Ze kan aangetroffen worden op alle plaatsen waar beide soorten samenkomen. De hybride is intermediair wat betreft de beharing op de bloemsteel en de vorm en afmeting van het kapsel. Volgens sommige auteurs is het niets anders dan een vorm van Grote klaproos met abnormaal kapsel, ook bij Grote klaproos komen steriele exemplaren voor.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni en juli.

Afmeting: 20-60 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Een penwortel.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Stengels: De rechtopstaande, ruig behaarde stengels zijn meestal vertakt aan de voet. Ze bevatten wit melksap.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De eerst gevormde rozetbladeren sterven al snel af. De verspreidstaande, langwerpige en behaarde (met afstaande, stijve en borstelige haren) bladen zijn veerdelig of afnemend dubbel veerdelig met vrij brede grof ingesneden slippen. De bovenste gezaagde slip is ongeveer half zo lang als de hele bladschijf. Stengelbladen met een duidelijke eindlob.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. Voor de bloei hangen de knoppen aan de lange stelen naar beneden. De twee harige kelkbladen omhullen de hele bloemknop. De beide kelkbladen vallen af als de bloem zich opent. De alleenstaande bloemen groeien aan het eind van de steel. De vier dunne kroonbladen zijn 2-4 cm en vallen snel af. Meestal zijn ze vuurrood met een zwarte vlek aan de voet, maar soms zijn ze lichter van kleur tot bijna wit. Ze zijn meer breed dan lang en bedekken elkaar voor een groot deel. Het kale bovenstandig vruchtbeginsel is omgekeerd eivormig, met acht tot veertien donkerpaarse stempelstralen die aan de top over elkaar heen liggen. De meeldraden zijn blauwachtig en de bloemstelen meestal bochtig met rode borstelige afstaande of soms aanliggende haren.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een doosvrucht. De kale vruchten zijn breed eivormig en hoogstens twee keer zo lang als breed. Ze hebben een afgeronde voet. Bovenop de vruchtdoos zie je de zwartpaarse stempelstralen. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Danny Steven S. -
CC BY-SA 3.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pioniervegetatie) op droge tot vochtige, omgewerkte, matig voedselrijke tot zeer voedselrijke, vaak kalkhoudende grond (lichte klei, löss, zavel, leem, lemig zand en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Akkers, bermen, omgewerkte grond, ruderale plaatsen, braakliggende grond, zeeduinen (ruderale plaatsen), dijken, industrieterreinen, bouwterreinen en langs spoorwegen (spoorwegterreinen).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Europa, maar nu in alle werelddelen. In Europa noordelijk tot in Zuid-Scandinavië.


gbif.org

Nederland: Vrij algemeen, maar zeldzaam in het noordoosten en op de Veluwe.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Al voor 1500 ingevoerd (archeofyt).

Grote klaproos

verspreidingsatlas.nl

Bleke klaproos x Grote klaproos (Papaver x exspectatum)

verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Algemeen, maar zeldzamer in de Kempen. Het meest in de Polders.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Vrij algemeen, maar zeldzaam in de Ardennen.

Wetenswaardigheden

De Grieken wijdden de klaproos aan Aphrodite, de godin van de landbouw en het moederschap. De Romeinen meenden dat de klaproos een gunstig effect had op de groei van het graan. Alle klaprozen hebben een bedwelmende (niet ongevaarlijke) werking. Ruiken aan een Klaproos kan hoofdpijn veroorzaken, maar soms werd de plant juist gebruikt bij bestrijding van migraine en hoofdpijn. Ook werd er een relatie gelegd tussen de Klaproos en onweersbuien. In Engeland zou het plukken van de bloem ernstige donderbuien veroorzaken, maar in Nederland, België en Frankrijk was het juist een middel om onweer te voorkomen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 4, Jan Kops (1822)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 2 (1796)


Wilden huel
Cruijdeboek, deel 3, Rembert Dodoens. Wortelen, medecynale cruyden, ende quaden hinderlijcke ghewassen (1554)


Botanische wandplaten


Deutschlands flora, deel 5, J. Sturm, J.W. Sturm (1804-1806)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Botanischer Bilderatlas nach dem natürlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)


Medizinal Pflanzen, deel 3, F.E. Köhler, W. Müller (1890)


Unsere Unkräuter, Zweite Auflage, L. Klein (1926)


Kräuterbuch, Unsere Heilpflanzen in Wort und Bild, Friedrich Losch (1914)


Flora regni borussici, deel 3, A.G. Dietrich (1835)


Unkrauttaflen - Weed plates - Planches des mauvaises herbes - Ugressplansjer, E. Korsmo (1934-1938)


Icones plantarum medico-oeconomico-technologicarum, deel 2, F.B. Vietz (1804)


Botanische Wandtafeln, A. Peter (1901)


Repräsentanten einheimischer Pflanzenfamilien in bunten Wandtafeln mit erläuterndem Text, C. Bollmann (1879-1882)


Plantae medicinales, deel 2, Nees von Esenbeck, M.F. Wijhe (1828-1833)


New Kreüterbuch, L. Fuchs (1543)


New Kreüterbuch, P.A. Mattioli (1563)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Svensk botanik, deel 8, J.W. Palmstruch e.a. (1807-1838)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 1, J.E. Sowerby (1863)


British entomology, deel 5, J. Curtis (1823-1840)


Flora Londinensis, deel 3, William Curtis (1778-1781)


Flora Londinensis, deel 5, William Curtis (1784-1788)


Medical Botany, deel 3, W. Woodville, W.J. Hooker, G. Spratt (1832)


Herbarium Blackwellianum, deel 1, E. Blackwell (1750)


Herbarium Blackwellianum, deel 6, E. Blackwell (1773)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Flora Parisiensis, deel 1, P. Bulliard (1776-1781)


Nouvelle iconographie fourragère (Atlas) J. Gourdon, P. Naudin (1865-1871)


Flore médicale, deel 3, F.P. Chaumeton (1830)


Grandes Heures Anne de Bretagne, Jean (Jehan) Bourdichon (1503-1508)


Hortus floridus, fasicle pars altera, C. van de Passe (1614)


Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)

© 2001-2019 K.M. Dijkstra