Grote klaproos

Namen

Wetenschappelijk: Papaver rhoeas

Nederlands: Grote klaproos (Gewone klaproos)

Frysk: Klaproas

English: Common poppy (Corn poppy)

Français: Coquelicot

Deutsch: Klatschmohn

Familie: Papaverfamilie, Papaveraceae

Geslacht: Papaver, Klaproos

Kruising: Grote klaproos kan een bastaard vormen met Bleke klaproos (Papaver x exspectatum).
De steriele bastaard tussen Bleke en Grote klaproos staat op open, ± stikstofrijke en zonnige, droge tot vochtige, matig voedselrijke tot zeer voedselrijke, neutrale tot vaak kalkhoudende grond, die kan bestaan uit zowel lichte klei, löss, leem als zavel en lemig zand, verder staat ze ook op stenige plaatsen. Ze groeit in akkers en akkerranden, in bermen en op dijken, op omgewerkte- en braakliggende grond, op bouwterreinen, spoorwegemplacementen en op industrieterreinen, op ruderale plekken in de zeeduinen, op puin en op andere ruderale plaatsen. Ze kan aangetroffen worden op alle plaatsen waar beide soorten samenkomen. De hybride is intermediair wat betreft de beharing op de bloemsteel en de vorm en afmeting van het kapsel. Volgens sommige auteurs is het niets anders dan een vorm van Grote klaproos met abnormaal kapsel, ook bij Grote klaproos komen steriele exemplaren voor.
CC BY-NC-SA 3.0 NL René van Moorsel, 2015.

Naamgeving: De Nederlandse naam klaproos komt van het klappend geluid dat de bloemblaadjes maken wanneer je ze (omgevouwen) tussen de handen legt en er op slaat. Papaver komt van het Keltische woord papapap (kinderpapa) of van papa (pap of brij) en verum (echt of waar), m.a.w. ware pap. Het plantensap werd namelijk in de pap gedaan om kleine, huilende kinderen rustiger te maken. Rhoeas is een Latijnse plantennaam en stamt misschien af van reoo (vloeien of verdwijnen) en zou dan betrekking hebben op het spoedig afvallen van de kroonbladen. Meer waarschijnlijk is de afleiding van roia (granaatboom en granaatappel), doordat de kleur van de bloem en de vorm van de vrucht overeenkomst met deze vertonen.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni en juli.

Afmeting: 20-60 cm.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl

© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Bubbah63 - CC BY-SA 4.0


Derzno - CC BY-SA 4.0

Wortels


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


http://herbariaunited.org/

Stengels: De ruig behaarde stengels zijn meestal vertakt aan de voet. Ze bevatten wit melksap.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl

© Mark Uittenbogerd - verspreidingsatlas.nl


Danny Steven S. - CC BY-SA 3.0


Steve Jurvetson - CC BY 2.0

Bladeren: De langwerpige bladen zijn veerdelig of afnemend dubbel veerdelig met vrij brede grof ingesneden slippen. De bovenste slip is ongeveer half zo lang als de hele bladschijf.


Alvesgaspar - CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De alleenstaande bloemen groeien aan het eind van de steel. De kroonbladen zijn 2-4 cm. Meestal zijn ze vuurrood met een zwarte vlek aan de voet, maar soms zijn ze lichter van kleur tot bijna wit. Ze zijn meer breed dan lang en bedekken elkaar voor een groot deel. Het kale vruchtbeginsel is omgekeerd eivormig, met acht tot veertien donkerpaarse stempelstralen die aan de top over elkaar heen liggen. De meeldraden zijn blauwachtig en de bloemstelen meestal bochtig met rode borstelige afstaande of soms aanliggende haren.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Mark Uittenbogerd - verspreidingsatlas.nl


© Koen van Zoest - verspreidingsatlas.nl


Donald Hobern - CC BY 2.0

Vruchten: Een doosvrucht. De kale vruchten zijn breed eivormig en hoogstens twee keer zo lang als breed. Ze hebben een afgeronde voet. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


dzn.eldoc.ub.rug.nl


dzn.eldoc.ub.rug.nl


dzn.eldoc.ub.rug.nl


Danny Steven S. - CC BY-SA 3.0

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pioniervegetatie) op droge tot vochtige, omgewerkte, matig voedselrijke tot zeer voedselrijke, vaak kalkhoudende grond (lichte klei, löss, zavel, leem, lemig zand en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Akkers, bermen, omgewerkte grond, ruderale plaatsen, braakliggende grond, zeeduinen (ruderale plaatsen), dijken, industrieterreinen, bouwterreinen en langs spoorwegen (spoorwegterreinen).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Europa, maar nu in alle werelddelen. In Europa noordelijk tot in Zuid-Scandinavië.

Grote klaproos - Papaver rhoeas

Nederland: Vrij algemeen, maar zeldzaam in het noordoosten en op de Veluwe.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Al voor 1500 ingevoerd (archeofyt).

Grote klaproos

verspreidingsatlas.nl

Bleke klaproos x Grote klaproos (Papaver x exspectatum)

verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Algemeen, maar zeldzamer in de Kempen. Het meest in de Polders.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Grote klaproos - Papaver rhoeas

Wallonië: Vrij algemeen, maar zeldzaam in de Ardennen.

Wetenswaardigheden

De Grieken wijdden de klaproos aan Aphrodite, de godin van de landbouw en het moederschap. De Romeinen meenden dat de klaproos een gunstig effect had op de groei van het graan. Alle klaprozen hebben een bedwelmende (niet ongevaarlijke) werking. Ruiken aan een Klaproos kan hoofdpijn veroorzaken, maar soms werd de plant juist gebruikt bij bestrijding van migraine en hoofdpijn. Ook werd er een relatie gelegd tussen de Klaproos en onweersbuien. In Engeland zou het plukken van de bloem ernstige donderbuien veroorzaken, maar in Nederland, België en Frankrijk was het juist een middel om onweer te voorkomen.

Oude illustraties


Flora Batava, deel 4, Jan Kops (1822)


Flora Batava, deel 4, Jan Kops (1822)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 2 (1796)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 2 (1796)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

© 2001-2017 K.M. Dijkstra