Wilde planten in Nederland en België

Grote ratelaar - Rhinanthus angustifolius

Frysk: Grutte rinkelbel

English: Greater Yellow Rattle

Français: Rhinanthe à grandes fleurs

Deutsch: Großer Klappertopf

Synoniemen: Rhinanthus serotinus, Rhinanthus major

Familie: Orobanchaceae (Bremraapfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Rhinanthus komt van het Griekse rhis of rhinos (neus) en anthos (bloem), hetgeen slaat op de bovenlip van de bloemkroon, die als een neus vooruitsteekt. Angustifolius betekent met smalle bladen.

Kruising: Grote ratelaar kan een kruising vormen met met Kleine ratelaar (Rhinanthus x fallax).


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Peter Meininger -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Halfparasiet.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni, juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 10-80 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Christian Fischer -
CC BY-SA 3.0

Wortels: Een kleine penwortel.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


europeana.eu -
CC BY-SA 3.0

Stengels: De rechtopstaande, vierkantige stengels kunen al dan niet vertakt zijn. Op de stengels zie je korte, zwarte streepjes. Ze zijn niet of maar weinig behaard.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


böhringer friedrich -
CC BY-SA 2.5


HermannSchachner -
CC0

Bladeren: De tegenoverstaande, lijnvormige tot langwerpig-eivormige bladen zijn 2-5 mm breed. Ze zijn getand. De langwerpige schutbladen zijn gezaagd en veel bleker dan de stengelbladen. Ze zijn langer dan de kelken en hebben onderaan grote tanden.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


Mathieu Menand - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De kelk is kaal of alleen aan de rand behaard (de vier kale kelkbladen zijn vergroeid). De 1,6-2 cm grote bloemen zijn geel. Ze zijn zwak naar boven gebogen en de keel is gesloten. De bovenlip heeft twee donker blauwpaarse, zelden bijna witte tanden van ongeveer 2 mm. De stempel komt net buiten de bovenlip uit. De kroonbuis is licht gebogen en behaard. Het vruchtbeginsel is bovenstandig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Hans Hillewaert -
CC BY-SA 3.0


Jerzy Opiola -
GFDL

Vruchten: Een doosvrucht. De vrucht springt langs een naad open. De platte zaden zijn vrij groot, met rondom een vleugelrand. Ze rammelen (ratelen) in de verdroogde kelken. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op vochtige tot natte, soms vrij droge, matig voedselarme tot matig voedselrijke, weinig of niet bemeste, zwak zure grond. Ook in zwak brak milieu (vrijwel alle grondsoorten, behalve zeeklei). Grote ratelaar is een halfparasiet en parasiteert op grassen.

Groeiplaatsen: Grasland (hooiland), bermen, dijken, langs spoorwegen (spoorbermen), zeeduinen (duinvalleien en laagblijvend duingrasland), grienden, waterkanten (slootkanten) en vroeger ook in akkers.

Verspreiding

Wereld: Europa, behalve in het zuiden en in enige westelijke randgebieden. Oostelijk tot in Centraal-Azië.

Nederland: Plaatselijk vrij algemeen, maar zeldzaam tot zeer zeldzaam in de Groningse, Friese en Hollandse zeekleigebieden, in laagveengebieden, Zuid-Limburg, in de Peel en op de Veluwe.

Vlaanderen: Vrij zeldzaam, maar plaatselijk vrij algemeen. Sterk achteruitgegaan. De rode blokjes geven aan waar de plant vroeger is gevonden, maar daar nu is verdwenen.

Wallonië: Zeldzaam tot zeer zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Cruijdeboek, deel 4, Rembert Dodoens. Corenen, Legumina, Distelen ende dyerghelijcke (1554)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Flora regni borussici, deel 2, A.G. Dietrich (1834)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Bilder ur Nordens Flora, deel 1, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Grandes Heures Anne de Bretagne, Jean (Jehan) Bourdichon (1503-1508)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Botanischer Bilderatlas nach dem natürlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)


Unkrauttaflen - Weed plates - Planches des mauvaises herbes - Ugressplansjer, E. Korsmo (1934-1938)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 6, J.E. Sowerby (1866)

 


© 2001-2020 K.M. Dijkstra