Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Grote tijm - Thymus pulegioides

Andere namen

Frysk: Grutte wylde time

English: Broad leaved thyme

Français: Thym de bergère

Deutsch: Gewöhnlicher Thymian

Verouderde of andere namen: Thymus chamaedrys, Grote wilde tijm

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Lamiales

Familie: Lamiaceae (Lipbloemenfamilie)

Geslacht: Thymus (Tijm)

Soort: Thymus pulegioides

Naamgeving (Etymologie): Thymus kan afgeleid zijn van het Griekse thuo (parfumeren), vanwege de geur, thyo (offeren), omdat het kruid als een soort wierook gebruikt werd in tempels, van thymos (kracht) of van thumos (passie). Pulegioides betekent gelijkend op Pulegium (Polei).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid, halfstruikje.

Winterknoppen: Chamaefyt.

Bloeimaanden: Juni, juli en augustus.

Afmeting: 2-30 cm.


Piet Bremer - CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Joost Bouwmeester - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Wortels: Een penwortel.


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/

Stengels: De meestal opstijgende, vierkantige en vaak wat roodachtige  stengels zijn alleen behaard op de vier  ribben. Onderaan verhouten de stengels  en aan de  stengeluiteinden vind je de bloeiwijze. De plant groeit in pollen, dus zonder ver kruipende uitlopers.


Willie Riemsma - CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


http://www.kuleuven-kulak.be/


bertrant.bui - CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De tegenoverstaande,  vrij dunne, slappe, kale of alleen aan de voet  gewimperde blaadjes zijn eirond, niet getand, kort gesteeld en geuren aromatisch. Ze hebben een versmalde voet. De nerven springen aan de onderkant maar weinig uit (Kleine tijm heeft dikke nerven).


Piet Bremer - CC BY-NC-SA 3.0 NL


http://www.kuleuven-kulak.be/


http://www.kuleuven-kulak.be/


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De 3-6 mm grote, langwerpige, onderaan onderbroken hoofdjes zijn roze-paars. De tanden van de bovenlip van de kelk zijn ongeveer even lang als breed. De bovenste kelktanden zijn meestal gewimperd. De onderlip  is in drie slippen  verdeeld. Elke bloem heeft vier naar buiten stekende meeldraden  (twee langere en twee kortere). Het bovenstandige vruchtbeginsel  is tweehokkig. Er is  één stijl  met  twee stempels.


http://www.kuleuven-kulak.be/


http://www.kuleuven-kulak.be/


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een vierdelige  splitvrucht. De bijna 1 mm grote zaden zijn vrijwel  rond.   De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Marie Portas - CC BY-SA 2.0 FR


Marie Portas - CC BY-SA 2.0 FR


dzn.eldoc.ub.rug.nl

 

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op droge tot vochthoudende, matig voedselarme, neutrale of vaak kalkrijke grond (zand, leem, zavel, mergel en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Grasland (laag blijvend grasland en kalkgrasland), bermen, struwelen, bossen (zonnige plekken langs bospaden), afgravingen (kiezelgroeven), langs spoorwegen (spoordijken), rivierduintjes, rivierdijken, zandige plekken in het winterbed van de rivieren, begraafplaatsen en zeeduinen (duinvalleien en duingrasland).

Verspreiding

Wereld: Midden-Europa, van Noord-Portugal en de Balkan tot in Midden-Engeland en Midden-Scandinavië. Ingeburgerd in Noord-Amerika.


gbif.org

Nederland: Vrij algemeen in de Hollandse duinen en plaatselijk in Zuid-Limburg en het rivierengebied en zeldzaam in het oosten en midden van het land en in Zeeland.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Vrij zeldzaam. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Vrij algemeen in de duinen en vrij algemeen langs de Maas. Elders zeldzaam. Sterk afgenomen.
Rode lijst. Kwetsbaar.

Wallonië: Vrij algemeen, maar zeer zeldzaam in de Hoge Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra