Wilde planten in Nederland en België

 Nederlandse namen   Wetenschappelijke namen 

Grote vossenstaart - Alopecurus pratensis

Frysk: Kúndergers

English: Meadow foxtail

Français: Vulpin des prés

Deutsch: Wiesenfuchsschwanz

Synoniemen:

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Alopecurus komt van het Griekse alopex (vos) en oura (staart), vanwege de vorm van de aar. Pratensis betekent in weiden groeiend.

Kruising: Grote vossenstaart kan een kruising vormen met Geknikte vossenstaart (Alopecurus x hybridus). De bastaard is onvruchtbaar en intermediair tussen de ouders. De plant onderscheidt zich van Geknikte vosenstaart door de 3½-4½ mm lange aartjes en van Grote vossenstaart door de spitsere, langere tongetjes (vrij zeldzaam).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: April, mei en juni, maar soms ook in augustus, september en oktober.

Afmeting: 30-120 cm.


Willie Riemsma -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Daderot - Public Domain


Donald Hobern -
CC BY 2.0

Wortels


John Milne and Sons - Public Domain


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0

Stengels: De stengels staan rechtop of zijn bij de voet geknikt. Ze wortelen alleen op die plek (korte uitlopers). Losse pollen vormend.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


AnRo0002 -
CC0


Donald Hobern -
CC BY 2.0


Fir0002 -
CC BY-SA 3.0

Bladeren: De lichtgroene bladeren zijn 0,6-1 cm breed. De bovenkant is ruw en zwak geribd. De ribben staan niet dicht opeen. Het tongetje is stevig, 1-2½ mm en in het midden nauwelijks hoger dan aan de kanten. De bladscheden zijn glad en die van de bovenste bladeren zijn iets opgeblazen.


Donald Hobern -
CC BY 2.0


Yoan Martin
- tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Yoan Martin
- tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Radim Holiš -
CC BY-SA 3.0 cz

Bloemen: Tweeslachtig. De zacht behaarde bloeiwijze is vrij fors tot 10 cm lang en 0,5-1 cm breed (een dichte aar). De aartjes zijn 4-6 mm lang, eivormig tot elliptisch, kort gesteeld en staan met vier tot zes aan één zijtakje. De 2 -3½ mm lange helmknoppen zijn roomwit of paars, maar later worden ze bruin. De meeldraden steken ver naar buiten. De 5 mm lange kelkkafjes zijn over 1/3 van de hoogte vergroeid. Op de kiel zijn ze gewimperd. De naald van het onderste kroonkafje wordt tot 9 mm lang, meestal vlak boven de voet aangehecht en zwak knievormig verbogen. De draadvormige stempels  zijn grijswit.


Cor Nonhof -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Rosser1954 -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een graanvrucht. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Eenzaadlobbig.


Steve Hurst - USDA-NRCS PLANTS Database


Gérard Leveslin
- tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Gérard Leveslin
- tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op vochtige tot vrij natte, voedselrijke, vaak bemeste grond (alle grondsoorten, maar het meest op klei).

Groeiplaatsen: Grasland (uiterwaarden en periodiek overstroomd grasland), dijken, bermen, waterkanten, bossen (lichte loofbossen), bosranden, essenhakhout, heggen, struwelen en ruigten.

Verspreiding

Wereld: West- en Noord-Azië, Noordwest-Afrika en Europa, behalve in het uiterste zuiden. Ingeburgerd in Oost-Azië, Australië en Noord- en Zuid-Amerika.

Nederland: Zeer algemeen.

Vlaanderen: Zeer algemeen, maar zeldzaam in de duinen en in het noorden van de Vlaamse Zandstreek en niet op het plateau van de Hoge Kempen.

Wallonië: Algemeen, maar vrij zeldzaam in de Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Deutschlands flora, deel 2, J. Sturm, J.W. Sturm (1801-1802)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Icones plantarum medico-oeconomico-technologicarum, deel 3, F.B. Vietz (1806)


Plantarum indigenarum et exoticarum Icones ad vivum coloratae, deel 8 (1794)


Bilder ur Nordens Flora, deel 3, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)

`
Svensk botanik, deel 1, J.W. Palmstruch e.a. (1803)


British entomology, deel 7, J. Curtis (1823-1840)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Gramen phalarioides alterum - Gramen alopecuroides
Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)


Species graminum, deel 1, K.B. Trinius en W.G. Pape (1823-1828)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Botanischer Bilderatlas nach dem natürlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)


Flora regni borussici, deel 9, A.G. Dietrich (1841)


Genera plantarum florae germanicae, Monocotyledones 1 Graminae, deel 2, T.F.L. Nees von Esenbeck (1843)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Flora Londinensis, deel 5, William Curtis (1784-1788)


Atlas des plantes de France, deel 3, Amédée Masclef (1893)

 

© 2001-2020 K.M. Dijkstra