Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Grote biesvaren - Isoetes lacustris

Frysk: Ruskfearke

English: Quillwort

FranÁais: IsoŤte des lacs

Deutsch: See-Brachsenkraut

Synoniemen:

Familie: Isoetaceae (Biesvarenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Isoetes komt van het Griekse isos (gelijk) en ťtos (jaar), oftewel het hele jaar door gelijk blijvend, doordat zij steeds groen blijft. Lacustris betekent aan of in meren en vijvers groeiend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Sporenplant.

Winterknoppen: Hydrofyt.

Rijpe sporen: Juli, augustus en september.

Afmeting: 6-20 cm.


Honymand -
CC0


Valerii Glazunov - CC BY 4.0


gbif.org -
CC0-1.0


Olga Biryukova -
CC BY-NC 4.0

Wortels: De bruinachtige wortels zijn gaffelvormig vertakt.


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Olga Biryukova -
CC BY-NC 4.0


Nate Martineau -
CC BY 4.0


Samuel Brinker -
CC BY-NC 4.0

Stengels: De plant groeit onder water. De lobben van het stammetje vertonen na vervelling enkele hoogtegroeven. De planten kunnen grote aaneengesloten vegetaties vormen.


Olga Biryukova -
CC BY-NC 4.0


Alexey P. Seregin -
CC BY-NC 4.0


scaldov -
CC BY-NC 4.0


© Biopix: JC Schou

Bladeren: Een rozet van tien tot veertig bladen, die meestal recht omhoogstaan. Ze zijn vrij stijf, maar soms ook slap, doorschijnend donkergroen en worden tot 20 cm lang en 2Ĺ mm breed. Verder zijn ze stomp vierhoekig en is de top vrij plotseling toegespitst. De bladen zijn breder en meestal stijver dan die van Kleine biesvaren. Ze hebben een verbrede voet, bleke vliezige randen en ze blijven in dezelfde stand als de plant uit het water wordt gehaald. Bladen van zowel Grote als Kleine biesvaren hebben 4 luchtkanalen. In de herfst laten de bladen los en gaan dan drijven.


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


gbif.org - CC0-1.0


© Biopix: JC Schou


gbif.org - CC0-1.0

Vruchten: Sporen met langwerpige knobbeltjes. Ze zijn iets groter en grijsachtiger dan die van Kleine biesvaren.


© Biopix: JC Schou


© Biopix: JC Schou


gbif.org - CC0-1.0


gbif.org - CC0-1.0

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen in helder, voedselarm, neutraal tot zwak zuur, stikstofarm, ondiep water met een open zandbodem (vaak in wat dieper water dan Kleine biesvaren).

Groeiplaatsen: Water (op de bodem van heidevennen, die zelden of nooit droogvallen). Ze kan in iets dieper water groeien dan de Kleine biesvaren.

Verspreiding

Wereld: Voornamelijk in koelere streken in Noord- en Midden-Europa, Zuidoost-Canada en het oosten van Verenigde Staten.

Nederland: Zeer zeldzaam in Noord-Brabant. Vroeger ook bij Drachten en bij Weert. Sterk afgenomen.

Vlaanderen: Niet in Vlaanderen.
WalloniŽ:
Niet in WalloniŽ.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 22, Jan Kops, F.W. van Eeden en L.Vuyck (1906)


Flora Batava, Jan Kops, F. W. van Eeden, L. Vuyck. Deel 23 (1911)


Flora von Deutschland, ÷sterreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1885-1905)


Sudetenflora, M. Winkler (1900)


Repršsentanten einheimischer Pflanzenfamilien in bunten Wandtafeln mit erlšuterndem Text, C. Bollmann (1879-1882)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 12, J.E. Sowerby (1886)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Plantarum indigenarum et exoticarum Icones ad vivum coloratae, deel 4 (1791)


Pflanzenleben des Schwarzwaldes, Friedrich Oltmanns (1927)


Svensk botanik, deel 9, J.W. Palmstruch e.a. (1807-1838)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL