Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Grote engelwortel - Angelica archangelica

Frysk: Grutte ingelwoartel

English: Angelica root

FranÁais: Grande Angťlique

Deutsch: Engelwurz

Synoniemen: Aartsengelwortel

Familie: Apiaceae (Schermbloemenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Angelica komt van angelus (engel). De Latijnse naam Angelica betekent engelkruid en archangelica is afgeleid van archangelus (aartsengel). Volgens een oud verhaal zou de plant naar de aarde zijn gezonden om de mensen te behoeden voor de plagen en epidemieŽn die hen teisterden.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Tweejarig, soms  tot vierjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juli, augustus en september.

Afmeting: 90-250 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


P.F. Stolwijk -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Jean-Jacques Houdrť
- tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Wortels: Een wortelstok. Worteldiepte tot 50 cm.

Stengels: De groene, soms paars aangelopen stengels zijn gegroefd en hol.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Krzysztof Ziarnek -
CC BY-SA 4.0


Meneerke bloem -
CC BY-SA 3.0


Meneerke bloem -
CC BY-SA 3.0

Bladeren: De geurende wortelbladeren hebben een ronde, buisvormige steel Ze zijn driehoekig of ruitvormig, twee- tot drievoudig geveerd met, tamelijk onregelmatige slippen, die grof getand zijn. De bovenste bladeren zijn verkleind tot grote, opgeblazen scheden. Het eindblaadje is vaak drielobbig en loopt vaak af aan de voet.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Acabashi -
CC BY-SA 4.0


Lazaregagnidze -
CC BY-SA 3.0


Doronenko -
CC BY 2.5

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen groeien in schermen, die tot meer dan 25 cm groot worden. Schermen met talrijke stralen. De stelen van de schermpjes zijn alleen bovenaan ruig behaard. De bloemen zijn groenachtig of wit en 3-4 mm. De stijlen zijn tijdens de bloei kort, meestal korter dan het grote stijlkussen, maar bij de vrucht twee keer zo lang. De omwindselbladen zijn schaars of ontbreken.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


H. Zell -
CC BY-SA 3.0


Deecodee -
CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een splitvrucht. De vruchten zijn 6-8 mm. De vruchtwand is in twee lagen verdeeld, de binnenste is vergroeid met het zaad. Tweezaadlobbig.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


H. Zell -
CC BY-SA 3.0


Thierry Pernot
- tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL - Digitale zadenatlas 

Biotoop

Bodem: Zonnige tot half beschaduwde plaatsen op zeer vochtige tot natte, vaak periodoiek overstroomde, voedselrijke grond in een zoet of zwak brak milieu (klei en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Waterkanten (o.a. greppels, sloten, aanspoelingsgordels van rivieren, kribben en vaak in spleten van stenen dijkbeschoeiingen), ruderale plaatsen, ruigten (natte ruigten), grienden, struwelen, wilgenbosjes, omgewerkte grond, haventerreinen en moerassen (buitendijks rietland en het zoetwatergetijdengebied).

Verspreiding

Wereld: In het zuiden van Groenland, in Noord- en Midden-AziŽ en in Noord-Europa. Ingeburgerd in West- en Midden-Europa.

Nederland: Plaatselijk algemeen in het rivierengebied, in aangrenzende gebieden en langs het IJsselmeer. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam.

Vlaanderen: Vrij algemeen ingeburgerd.
WalloniŽ:
Vrij zeldzaam ingeburgerd. Het meest langs de Samber (daar al sinds ongeveer 1950).

Toepassingen

Engelwortel was een onderdeel van een tegengif preparaat (Theriak), dat door Romeinse edellieden werd gebruikt als ze dachten vergiftigd te zijn door een tegenstander. Tegenwoordig wordt de plant nog toegepast om te spijsvertering te bevorderen, met name bij mensen met veel stress.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen (1796-1813)


Botanische wandplaten


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, ÷sterreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1885-1905)


Die officinellen Pflanzen der Pharmacopoea Germanica, F.G. Kohl (1891-1895)


Medizinal Pflanzen, deel 2, F.E. KŲhler, W. MŁller (1890)


New KreŁterbuch, L. Fuchs (1543)


Plantae medicinales, deel 1, Nees von Esenbeck, M.F. Wijhe (1828-1833)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 4, J.E. Sowerby (1865)


Medical Botany, deel 1, W. Woodville, W.J. Hooker, G. Spratt (1832)


Introductio generalis in rem herbariam, deel 4, A.Q. Rivinus (1690-1777)


Flore mťdicale, deel 1, F.P. Chaumeton (1833)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's NatŁrlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Icones plantarum medico-oeconomico-technologicarum, deel 1, F.B. Vietz (1800)


Flora regni borussici, deel 12, A.G. Dietrich (1844)


Atlas der officinellen Pflanzen, deel 2, O.C. Berg, C.F. Schmidt (1894-1896)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Svensk botanik, deel 9, J.W. Palmstruch e.a. (1807-1838)


Herbarium Blackwellianum, deel 5, E. Blackwell (1765)


A curious herbal, deel 2, E. Blackwell (1739)


Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL