Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Grote kroosvaren - Azolla filiculoides

Frysk: Grut read kroas

English: Water fern

FranÁais: Azolla fausse-filicule

Deutsch: GroŖer Algenfarn

Synoniemen:

Familie: Vlotvarenfamilie (Salviniaceae)

Naamgeving (Etymologie): Azolla komt van het Grieksche a (niet) en zoe (leven), omdat de plant op droge plaatsen sterft. Filiculoides is het verkleinwoord van filix (varen) en filis (draad).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Sporenplant.

Winterknoppen: Hydrofyt.

Rijpe sporen: September en oktober.

Afmeting: 1-3 cm, maar sosm tot 6 cm.


Marie Portas
- tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Hugues Tinguy
- tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


© Marie-Lan Nguyen -
CC BY 2.5


Stickpen - Public Domain

Wortels en stengels: De stengel is sterk veervormig vertakt met vrij lange, zwartbruine wortels. De wortels worden tot 6 cm lang. De worteltjes hangen vrij in het water onder de drijvende bladeren en breken gemakkelijk af.


Mygaia -
CC BY-SA 3.0


Mygaia -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Mygaia -
CC BY-SA 3.0

Bladeren: Meestal zijn de bladen groen, maar ook vaak met een rode tint en ze kunnen ook volledig rood kleuren (met name in de herfst). De bladen drijven en komen vaak kroezig boven het water uit. De bovenste bladlob is 1 tot 2 mm. De bladen hebben een stompe top en een brede, ongekleurde, vliezige rand en ťťncellige papilachtige haren met brede voet. Ondergedoken bladen kunnen tot 6 cm groot worden. De bladeren zien er typisch ruw en korrelige uit. Ze zijn waterafstotend (druppels blijven erop liggen). In de winter sterven de planten vaak af door vorst.


Liliane Roubaudi
- tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Dominique Remaud
- tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Daniel J. Layton -
CC BY-SA 3.0


Christian Fischer -
CC BY-SA 3.0

Vruchten: De soort verspreidt zich voornamelijk vegetatief, maar kan soms ook minuscule sporen vormen. De sporendoosjes zijn te vinden op de onderste lobben in omhulsels, sporen zonder dwarsschotjes. De macrospore heeft drie ballen aan de top en is omgeven door een massa, die bestaat uit holten, met ringvormig uitstekende kanten.

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen in ondiep, stilstaand of soms langzaam stromend, voedselrijk tot vaak zeer voedselrijk, zoet of zwak brak, neutraal tot licht alkalisch, rustig (stilstaand of zeer zwak stromend) water met een (zeer organische) bodem van klei of laagveen.

Groeiplaatsen: Water (sloten, poelen, kanalen, vijvers, afwateringsgrachten en aan de rand van plassen).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit de warmere delen van Noord- en Zuid-Amerika. Nu in bijna alle werelddelen.

Nederland: Algemeen. Het meest in het westen, noorden en in het rivierengebied.

Vlaanderen: Vrij algemeen ingeburgerd. In BelgiŽ werd de soort voor het eerst gevonden in 1912.
WalloniŽ:
Zeldzaam ingeburgerd.

Wetenswaardigheden

Fossiele vondsten wijzen er op dat Grote kroosvaren hier heel vroeger veel voorkwam. De plant is dus als het ware teruggekeerd in Europa.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 24, Jan Kops, F.W. van Eeden en L.Vuyck (1915)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


American fern journal, deel 34 (1944)


American fern journal, deel 51 (1961)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL