Grote tijm - Thymus pulegioides

Frysk. Grutte wylde time

English. Broad leaved thyme

Français. Thym de bergère

Deutsch. Gewöhnlicher Thymian

Synoniemen. Thymus chamaedrys, Grote wilde tijm

Familie. Lamiaceae (Lipbloemenfamilie)

Naamgeving (Etymologie). Thymus kan afgeleid zijn van het Griekse thuo (parfumeren), vanwege de geur, thyo (offeren), omdat het kruid als een soort wierook gebruikt werd in tempels, van thymos (kracht) of van thumos (passie). Pulegioides betekent gelijkend op Pulegium (Polei).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur. Overblijvend.

Plantvorm. Chamaefyt.

Hoofdbloei. Juni t/m november.

Afmeting. 2-30 cm.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Marie Portas - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0

Wortels. Een penwortel.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels. De plant groeit in pollen, dus zonder ver kruipende uitlopers. De meestal opstijgende, vierkantige en vaak wat roodachtige stengels zijn alleen behaard op de vier ribben. Onderaan verhouten de stengels en aan de stengeluiteinden vind je de bloeiwijze.


Willie Riemsma - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Sylvain Piry - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


bertrant.bui - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr

Bladeren. De tegenoverstaande, vrij dunne, slappe, kale of alleen aan de voet gewimperde blaadjes worden tot 1,8 cm lang. Ze zijn eirond, niet getand, kort gesteeld en geuren aromatisch. Ze hebben een versmalde voet. De nerven springen aan de onderkant maar weinig of niet uit.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0

Bloemen. Tweeslachtig. De 3-6 mm grote, langwerpige, onderaan onderbroken hoofdjes zijn roze-paars. De tanden van de bovenlip van de kelk zijn ongeveer even lang als breed. De bovenste kelktanden zijn meestal gewimperd. De onderlip is in drie slippen verdeeld. Elke bloem heeft vier naar buiten stekende meeldraden (twee langere en twee kortere). Het bovenstandige vruchtbeginsel is tweehokkig. Er is één stijl met twee stempels.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0

Vruchten en zaden. Een vierdelige splitvrucht. De bijna 1 mm grote zaden zijn vrijwel rond. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Marie Portas - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


Marie Portas - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - cc by-sa 4.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem. Zonnige, open plaatsen op droge tot vochthoudende, matig voedselarme, neutrale of vaak kalkrijke grond (zand, leem, zavel, mergel en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen. Laag blijvend grasland, kalkgrasland, bermen, struwelen, zonnige plekken langs bospaden, kiezelgroeven, spoordijken, rivierduintjes, rivierdijken, zandige plekken in het winterbed van de rivieren, begraafplaatsen, duinvalleien en duingrasland.

Verspreiding

Wereld. Oorspronkelijk uit Europa en West-Azië.

Nederland. Inheems. Vrij zeldzaam.

Vlaanderen. Inheems. Vrij algemeen.

Wallonië. Inheems. Vrij algemeen.

©2001-2023 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl