Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Grove varkenskers - Lepidium coronopus

Frysk: Bargekers

English: Swine-cress

FranÁais: Corne de cerf

Deutsch: Niederliegender KršhenfuŖ

Synoniemen: Coronopus squamatus,Grote varkenskers

Familie: Brassicaceae (Kruisbloemenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Coronopus betekent kraaienpoot. Het is afgeleid van koroone (kraai) en poes (voet). Squamatus betekent met schubben of schubbig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: Juni, juli en augustus.

Afmeting: 10-25 cm.


Annick Larbouillat
- tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl

© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De stengels liggen plat op de grond. Ze zijn kort en vertakt.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


Hugues Tinguy - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De iets vlezige rozetbladen zijn in omtrek ovaal en meestal ťťn of twee keer veerdelig.


© Edwin Dijkhuis - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Fornax -
CC BY-SA 3.0


kuleuven-kulak.be/bioweb

Bloemen: Tweeslachtig. De plant heeft korte bloemtrosjes dicht bij elkaar in het midden van de rozet. De witte bloemen zijn 2-3 mm. De kroonbladen zijn smal en iets langer dan de kelkbladen. Elke bloem heeft zes meeldraden. De bloemstelen zijn korter dan de bloemen.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb

Vruchten: Een doosvrucht. De niervormige hauwtjes zijn 2-3 mm lang en 3-4 mm breed. Ze zijn knobbelig (wrattig) door getande richels en hebben een afgeronde of kort toegespitste nauwelijks ingesneden top. Het vruchtsteeltje is korter dan het hauwtje. Tweezaadlobbig.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pionier en tredplant) op vochtige, voedselrijke tot zeer voedselrijke, vaak betreden, niet zure kleigrond. De plant verdraagt enig zout (het meest op zware klei).

Groeiplaatsen: Wegranden (o.a. langs grindpaden en trottoirs grenzend aan grasvelden), braakliggende grond, grasland (vooral bij weilandingangen en vaak belopen gazons), wagensporen over kleidijken, lage delen van akkers en op paden.

Verspreiding

Wereld: Middellandse-Zeegebied, Zwarte-Zeegebied en een groot deel van Europa. Nu in bijna alle werelddelen, vooral in kustgebieden.

Nederland: Vrij algemeen in het kustgebied van Zeeland, Zuid-Holland, Noord-Holland en het noordelijk zeekleigebied, vrij zeldzaam in het rivierengebied in Midden-Nederland. Elders zeer zeldzaam.

Vlaanderen: Vrij algemeen. Het meest  in het kustgebied en in het zuidwesten van de Leemstreek.
WalloniŽ:
Zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 3, Jan Kops (1814)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 6 (1801)


Cruijdeboek, deel 1, Rembert Dodoens. Gheslacht, onderscheet, fatsoen, naemen, cracht ende werckinghe (1554)


Flora regni borussici, deel 7, A.G. Dietrich (1839)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 1, J.E. Sowerby (1863)


Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)


Herbarium Blackwellianum, deel 2, E. Blackwell (1754)


Deutschlands flora, deel 16, J. Sturm, J.W. Sturm (1835-1837)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


A curious herbal, deel 1, E. Blackwell (1737)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL