|
Wilde planten in Nederland en België |
|
Gulden boterbloem - Ranunculus auricomus
Frysk-Gouden bûterblom
English-Goldilocks Buttercup
Français-Renoncule tête d'or
Deutsch-Gold-Hahnenfuß
Synoniemen
Familie-Ranunculaceae (Ranonkelfamilie)
Naamgeving (Etymologie)-Boterbloem heet zo vanwege de boterkleurige bloemblaadjes. Ranunculus is het verkleinwoord van het Latijnse rana (kikker). Ranonkels groeien vaak in of langs het water en in vochtige weiden, de plek waar veel kikkers voor komen. Auricomus betekent met gouden kuif.
Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).
Levensduur-Overblijvend.
Plantvorm-Hemikryptofyt.
Hoofdbloei-April en mei.
Afmeting-15-50 cm.
|
|
|
|
Wortels
Stengels-De planten zijn kaal of alleen bovenaan behaard. De stengels staan rechtop. De bloemstelen zijn glad, dus zonder groeven.
|
|
|
|
Bladeren-Giftig. De onderste bladen (die vaak al tijdens de bloei geel worden) zijn bijna rond en vaak niet of ondiep ingesneden (ongedeeld tot driedelig). De andere, verspreidstaande bladen zijn handvormig met drie tot vijf smalle slippen.
|
|
|
|
Bloemen-Tweeslachtig. De gele bloemen zijn 1½-2½ cm. De bloemkroon is vaak niet goed ontwikkeld, doordat er één of meerdere kroonbladen ontbreken of ze zijn verschillend van grootte. Soms zijn er echter wel vijf kroonbladen volledig ontwikkeld. De vijf afstaande kelkbladen zijn strogeel. De schutbladen zijn verdeeld in vijf of zeven lijnvormige, meestal gaafrandige of soms gegaffelde slippen.
|
|
|
|
Vruchten en zaden-Een eenzadige dopvrucht of nootje. De nootjes zijn zacht behaard. Ze vormen een bolvormig, licht goudkleurig hoofdje met een haakvormige snavel. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.
|
|
|
|
Biotoop
Bodem-Zonnige tot beschaduwde, maar meestal half beschaduwde plaatsen op vochtige tot vrij natte, matig voedselrijke, zwak zure tot vaak kalkhoudende, lemige of kleiige grond (zand, leem, zavel, rivierklei, löss en op stenige plaatsen).
Groeiplaatsen-Loofbossen, parkbossen, beek- en rivierbeleidende bossen, langs bospaden, bosranden, houtwallen, heggen, hakhout in uiterwaarden, de hoogste delen van wilgenvloedbos, bossen aan de binnenduinrand, slootkanten, enigszins afkalvende beekoeverwallen, rotsachtige plaatsen, rietland, bermen en grazige plaatsen aan de voet van dijken, boezemland en soms in hooiland.
Verspreiding
Wereld-Oorspronkelijk uit Europa tot in Midden-Azië.
Nederland-Inheems. Vrij zeldzaam.
Vlaanderen-Inheems. Vrij algemeen.
Wallonië-Inheems. Vrij algemeen.
Toepassingen
Pijlpunten werden ingesmeerd met het sap om ze giftig te maken. Een geheel andere toepassing was het gebruik van de plant bij de behandeling van de pest en krankzinnigheid. In de middeleeuwen gebruikten bedelaars het sap van de plant om hun zweren mee in te wrijven. Door de werking van het sap werd de huid nog lelijker om te zien.
2001-2023 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl