Haagbeuk

Namen

Wetenschappelijk: Carpinus betulus

Nederlands: Haagbeuk

Frysk: Haachboek

English: Hornbeam (European hornbeam)

Français: Charme commun

Deutsch: Gewöhnliche Hainbuche

Familie: Berkenfamilie, Betulaceae

Geslacht: Carpinus, Haagbeuk

Naamgeving: Carpinus komt van het Griekse carphos (alles wat droog is), hetgeen slaat op de droge vruchten. Betulus betekent berk.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Boom.

Winterknoppen: Fanerofyt.

Bloeimaanden: April en mei.

Afmeting: 6-25 meter.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Willow - CC BY 2.5


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Jean-Pol Grandmont - CC BY 3.0

Wortels: Een vlak wortelstelsel zonder penwortel.


Frank Vincentz - CC BY-SA 3.0


Nova - CC BY 3.0

Stam: Een gesloten kroon. De schors is glad, maar soms met iets uitstekende lijsten. De stam van oudere bomen heeft vaak met een gegolfd oppervlak.


Jean-Pol Grandmont - CC BY 3.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0

Takken: De grijsachtige takken zijn kaal. Ze hebben spitse knoppen.


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


MPF - CC BY-SA 3.0


AnRo0002 - CC0


MurielBendel - CC BY-SA 4.0

Bladeren: De eironde bladeren hebben een iets scheve of hartvormige voet en een korte spits. Ze worden 5-8 cm, zijn iets geplooid en scherp gezaagd. Aan de onderkant zijn ze behaard op de nerven. Er zijn tien tot veertien paar zijnerven.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Frank Vincentz - CC BY-SA 3.0


Rasbak - CC BY-SA 3.0

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. De tot 5 cm lange, langwerpige katjes zijn in omtrek rond en groenachtig van kleur. Ze verschijnen tegelijk met de bladeren. Ze groeien in de bladoksels aan takken van het vorige jaar, de mannelijke katjes in het midden van een tak en de vrouwelijke bovenaan. Vrouwelijke bloemen vormen losse trossen met een driedelig schutblad. Mannelijke bloemen hebben geen bloemblad.


H. Zell - CC BY-SA 3.0


Krzysztof Ziarnek - GFDL


Sten - CC BY-SA 3.0


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De vruchten hangen met vele bijeen in trossen. De 0,5-1 cm grote nootjes worden omgeven door een groen, driedelig, bladachtig en spiesvormig omhulsel. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


dzn.eldoc.ub.rug.nl


dzn.eldoc.ub.rug.nl


Frank Vincentz - CC BY-SA 3.0


ArtMechanic - CC BY-SA 3.0

Biotoop

Bodem: Zonnige tot matig beschaduwde, warme plaatsen op vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, zwak zure tot meestal kalkrijke, losse, liefst humeuze grond boven een zware, compacte ondergrond (leem, löss, lemig zand, lichte klei en zand).

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen, hellingbossen en kalkrijke bossen), houtwallen, hakhout, heggen, struwelen, langs holle wegen en waterkanten (beekoeverwallen).

Verspreiding

Wereld: Midden- en Zuidoost-Europa. Het mijdt een groot deel van het West-Europese kustgebied. Noordelijk tot in Zuid-Zweden, zuidwestelijk tot de Pyreneeën en westelijk tot in Oost-Nederland en Zuid-Engeland. Ook in de Kaukasus en Noord-Iran.

Haagbeuk - Carpinus betulus

Nederland: Plaatselijk vrij algemeen in Limburg, Twente, de Achterhoek en het aangrenzende rivierengebied. Elders waarschijnlijk aangeplant en vervolgens verwilderd.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Algemeen, maar zeldzamer in het kustgebied en de noordelijke Kempen.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Haagbeuk - Carpinus betulus

Wallonië: Algemeen, maar zeldzamer in de Hoge Ardennen.

Toepassingen

Het zware hout is hard en taai. Het werd gebruikt voor het maken van tandraderen, spaken e.d., ook werd het verwerkt tot hakblokken voor slagers en houten hamers. Als hakhout diende de boom vroeger voor de produktie van brandhout. Haagbeuk is zeer geschikt voor het maken van heggen, hij is gemakkelijk te snoeien, wordt zeer dicht en behoudt 's winters een deel van de dode bladeren. De boom werd vaak voor geriefhout tot de grond omgehakt of geknot. De twijgen gebruikte men om takkenbossen voor ovens, houtskool en bonenstaken te maken.

Oude illustraties


Flora Batava, deel 17, Jan Kops en F.W. van Eeden (1885)


Flora Batava, deel 17, Jan Kops en F.W. van Eeden (1885)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885 - 1905)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

© 2001-2017 K.M. Dijkstra