Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Haarfonteinkruid - Potamogeton trichoides

Frysk: TriedbearzerŻch

English: Hairlike pondweed

FranÁais: Potamot capillaire

Deutsch: Haar-Laichkraut

Synoniemen: Haarfijn fonteinkruid

Familie: Potamogetonaceae (Fonteinkruidfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Potamogeton is afgeleid van het Griekse potamos (rivier) en geiton (buurman), m.a.w. een rivierbewoner. Trichoides betekent haarachtig of haarfijn.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hydrofyt.

Bloeimaanden: Juni en juli.

Afmeting: 30-75 cm.


AnRo0002 -
CC0


Eduard Garin -
CC BY-NC 4.0


T.Voekler -
CC BY-SA 3.0


Degtyarev Nikolai Ivanovich -
CC BY-NC 4.0

Wortels: Een draadvormige, rijk vertakte wortelstok. Aan de knobbels bij de stengelknopen kan een zwevende wortel ontstaan.


herbariaunited.org


europeana.eu -
CC0


europeana.eu -
CC0


europeana.eu -
CC0

Stengels: Een onbehaarde plant. De zeer dunne, draadvormige stengels zijn vrijwel rond, bleek en sterk vertakt, met meestal 2 tot 5 cm lange leden en vaak met verkorte takken (schijnbaar bladbundels) in de bladoksels.


jan wessels -
CC BY-NC-ND 4.0


Andre Hosper -
CC BY 4.0


David Mercier -
CC BY-SA 2.0 FR


Marie Portas -
CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: Alle bladen zijn ondergedoken. De grasachtige, zittende bladen zijn smal lijnvormig (draadvormig) tot borstelvormig, meestal 2-3 cm lang en 0,5-1 mm breed, donkergroen en meestal weinig doorschijnend. Naar de top (toegespitst) en de voet versmallen ze zeer geleidelijk. De middennerf is dikker dan de rest van het blad. Er zijn nauwelijks zijdelingse nerven. Aan de voet van ieder blad zitten twee min of meer duidelijke zwartachtige knobbels. De scheden (steunblaadjes) in de bladoksels zijn tot 7 mm lang, spits, meest bruin en vallen spoedig af.


T.Voekler -
CC BY-SA 3.0


Erik-Jan Beenackers -
CC BY-NC-ND 4.0


jeffrey huizenga -
CC BY-NC-ND 4.0


Marie Portas -
CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De aren zijn los, vier tot achtbloemig, met meestal maar ťťn vruchtje in iedere bloem. De draadvormige aarstelen zijn twee tot drie maal zo lang als de aren (tot 5 cm lang). De bloemen zijn groenig. De soort bloeit niet vaak.


Bas Kers -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Marie Portas -
CC BY-SA 2.0 FR


Nathalie De Somer -
CC BY-NC-ND 4.0


Nathalie De Somer -
CC BY-NC-ND 4.0

Vruchten: Een steenvrucht. De vruchtjes zijn vrij groot (3 mm lang en 2 mm breed), half cirkelrond, de buikzijde is bijna recht, maar met onderaan een uitsteekseltje en loopt naar boven in een kort, recht spitsje uit. Vaak is er ťťn nootje per bloem, maar soms tot drie. Tweezaadlobbig.


Marie Portas -
CC BY-SA 2.0 FR


Marie Portas -
CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen in ondiep, stilstaand tot zwak stromend, matig voedselrijk tot voedselrijk, soms vervuild, zwak zuur tot kalkhoudend, zoet of zeer zwak brak water op allerlei bodems, maar het meest op klei en leem.

Groeiplaatsen: Water (vijvers, poelen, plassen, kanalen, sloten, beken, kleine riviertjes en kwelplekken).

Verspreiding

Wereld: Zuid-, Midden- en West-Europa, West-AziŽ, Noordwest-Afrika  en Zuid-Afrika.

Nederland: Vrij algemeen in laagveengebieden, in delen van Noord-Brabant, in Zuidoost-Frysl‚n en Drenthe en zeldzaam in het rivierengebied. Elders zeer zeldzaam.

Vlaanderen: Zeldzaam, maar iets algemener in de Maasvallei en de Kempen.
WalloniŽ:
Zeer zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 9, J.E. Sowerby (1869)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL