Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Hangende zegge - Carex pendula

Frysk: Hingjende sigge

English: Pendulous sedge

FranÁais: LaÓche ŗ ťpis pendants

Deutsch: Hšnge-Segge

Synoniemen:

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Zegge stamt uit het Indogermaanse woord seq (snijden). Carex is zeer waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse ceiro (ik snij), een verwijzing naar de scherpe kanten van de bladeren. Pendula betekent hangend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Mei en juni.

Afmeting: 50-150 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Een korte, verhoutende wortelstok.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Stengels: De stengels staan vaak schuin uit. Ze zijn tot 3 mm dik en, scherp driekantig. De onderste scheden zijn donker bruinrood. Hangende zegge vormt brede en vrij dichte pollen.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De bladeren zijn 1-2 cm breed. Van boven zijn ze donkergroen en van onderen blauwgrijs. De randen zijn snijdend ruw, behalve aan de bladvoet.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. De bloemen groeien in een langgerekte bloeiwijze met bovenaan een iets knotsvormige mannelijke aar (en al of niet met een kleinere tweede mannelijke aar aan de voet) en twee tot vijf dichtbloemige vrouwelijke aren. Bloemen met drie stempels. De aren zijn 7-15 cm, hebben een lange steel en zijn vrij dun (0,5 cm breed). Ze hangen boogvormig over. De schutbladen zijn al of niet langer dan de bloeiwijze en met een tot 10 cm lange schede, die de aarsteel voor het grootste deel omhult.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Meneerke bloem -
CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De urntjes zijn spoelvormig en met twee duidelijke nerven. Voor het overige zijn ze niet duidelijk generfd en worden ze 3-3Ĺ mm lang en 1 mm breed. Naar de top zijn ze zeer geleidelijk versmald in een korte, bijna niet getande snavel. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Eenzaadlobbig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Biotoop

Bodem: Beschaduwde plaatsen op natte, matig voedselarme tot matig voedselrijke, zwak zure tot kalkhoudende, humeuze grond (leem, veen en stenige plaatsen). Meestal in de kwelzone in bossen op leemgrond.

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen, bronbossen, langs bosbeken, veentjes in hellingbossen en langs de Maas).

Verspreiding

Wereld: Zuidwest-AziŽ, Noordwest-Afrika, op Madeira en de Azoren en in Zuidoost-, Midden- en West-Europa, noordelijk tot in Schotland en Denemarken.

Nederland: Vrij zeldzaam. Het meest in Zuid-Limburg. Elders geregeld verwilderd.

Vlaanderen: Vrij algemeen.
WalloniŽ:
Vrij algemeen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 12, Jan Kops, P. M. E. Gevers Deijnoot en F. A. Hartsen (1865)


Flora Batava, deel 20, Jan Kops en F. W. van Eeden (1898)


Naturalis Biodiversity Center, Leiden


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, ÷sterreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1885-1905)


Flora Danica Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL