Wilde planten in Nederland en België

Hard zwenkgras - Festuca brevipila

Frysk: Skieppegers

English: Hard fescue

Français: Fétuque cendrée

Deutsch: Blauschwingel

Synoniemen: Festuca cinerea, Festuca ovina subsp. cinerea, Festuca trachyphylla

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Festuca komt van het keltische fest (weiland). De betekenis van brevipila is mij niet bekend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: April, mei, juni en juli.

Afmeting: 30-80 cm.


© Rudolf van der Schaar - verspreidingsatlas.nl


Emilien Henry - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Emilien Henry - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


inaturalist.org - © Don Sutherland -
CC BY-NC 4.0

Wortels: Geen wortelstokken en ook geen uitlopers.


sweetgum.nybg.org -
CC BY 4.0


plant.depo.msu.ru -
CC BY 4.0


plant.depo.msu.ru -
CC BY 4.0


files.plutof.ut.ee -
CC BY-NC 4.0

Stengels: De bloeistengels staan rechtop. Polvormend.


© Biopix: JC Schou

© Biopix: JC Schou

© Biopix: JC Schou

© Biopix: JC Schou

Bladeren: De bladen zijn groen of grijsgroen. De niet bloeiende bladeren zijn 0,7-1,1 mm breed, met aan de bovenkant één tot zeven ribben. De bladscheden zijn van boven tot onderaan open. Onderaan de bladschijf ontbreken oortjes en ook het tongetje is nauwelijks zichtbaar.


Emilien Henry -
tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Rense Haveman -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Biopix: JC Schou


Rainer Burkard -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloempluim is 3-12 cm lang, samengetrokken en heeft rechtopstaande zijtakken. De aartjes zijn 4-7 mm lang. Elk aartje bevat vijf of zes bloemen. De kafnaalden zijn 1,2-2½ mm. De twee kelkkafjes van elk aartje zijn ongelijk van grootte. Iedere bloem heeft drie meeldraden en een bovenstandig vruchtbeginsel met één stijlen twee stempels.


Kristian Peters -
CC BY-SA 3.0


Emilien Henry - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Rainer Burkard -
CC BY-SA 4.0


Emilien Henry - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een graanvrucht. Eenzaadlobbig.


Jose Hernandez - USDA-NRCS PLANTS Database

Jose Hernandez - USDA-NRCS PLANTS Database


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, soms licht beschaduwde, grazige tot vaak open plaatsen op droge, matig voedselarme, vaak zwak zure, kalkarme tot kalkhoudende, goed doorlatende, vaak omgewerkte zandgrond. Vaak op reliëfrijk terrein.

Groeiplaatsen: Heide, grasland (schraal grasland, hooiland, weiland en hellingen), bermen, dijken, langs spoorwegen (spoorbermen), rivierduinen, onder laanbomen, bosranden en bossen (lichte loofbossen).

Verspreiding

Wereld: Een groot deel van Europa en West-Azië. Ook in Noord-Amerika.

Nederland: Vrij algemeen.

Vlaanderen: Vrij algemeen.
Wallonië:
Zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL