Wilde planten in Nederland en België

Harige ratelaar - Rhinanthus alectorolophus

Frysk

English-European Yellow rattle

Français-Rhinanthe crête-de-coq

Deutsch-Zottiger Klappertopf

Synoniemen

Familie-Orobanchaceae (Bremraapfamilie)

Naamgeving (Etymologie)-Rhinanthus komt van het Griekse rhis of rhinos (neus) en anthos (bloem), hetgeen slaat op de bovenlip van de bloemkroon, die als een neus vooruitsteekt. Alectorolophus is afgeleid van het Griekse alector (haan) en lophos (kam).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur-Eenjarig.

Plantvorm-Therofyt.

Hoofdbloei-Mei t/m juli.

Afmeting-20-80 cm.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Meneerke bloem - cc by-sa 3.0


H. Zell - cc by-sa 3.0


Meneerke bloem - cc by-sa 3.0

Wortels-Een penworteltje.


bisque.iplantcollaborative.org - cc by-nc 3.0


europeana.eu - cc by-sa 3.0


europeana.eu - cc by-sa 3.0


europeana.eu - cc by-sa 3.0

Stengels-De rechtopstaande, vierkantige stengels hebben geen zwarte strepen, zijn al dan niet vertakt en met name bovenaan rondom dicht behaard.


© Marian Baars - verspreidingsatlas.nl

© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


H. Zell - cc by-sa 3.0

Bladeren-De tegenoverstaande bladen zijn langwerpig tot eirond. Ze zijn getand en bleekgroen. Ze zijn wollig behaard. Ze hebben niet genaalde, gelijkmatige en niet zeer spitse tanden.


Enrico Blasutto - cc by-sa 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante - cc by-sa 4.0

Bloemen-Tweeslachtig. De tegenoverstaande, gezaagde schutbladen zijn bleker (gelig groen) dan de stengelbladen. Ze hebben korte driehoekige tanden waarvan de onderste nauwelijks zijn dan de bovenste. De alleenstaande bloemen groeien in de oksels van de schutbladen. Ze zijn geel en worden 1,5-2,5 cm lang. Ze hebben een naar boven gebogen kroonbuis. De twee tanden van de bovenlip zijn meer lang dan breed, blauwpaars en 1-2 mm lang. De keel is gesloten. De platte kelk is wollig behaard met lange meercellige haren en met korte eencellige haren. De vier kelkbladen zijn vergroeid. Er zijn vier meeldraden, een bovenstandig vruchtbeginsel en één stijl met twee stampers.


Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl

© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl

© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

Vruchten en zaden-De zaden rammelen (ratelen) in de rijpe doosvrucht. Tweezaadlobbig.


AnRo0002 - cc0


H. Zell - cc by-sa 3.0


kuleuven-kulak.be/bioweb


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem-Zonnige, vrij open plaatsen (een niet te dichte grasmat) op matig droge tot meestal vrij vochtige, matig voedselarme tot matig voedselrijke, licht bemeste en kalkrijke grond (zand, leem en mergel).

Groeiplaatsen-Kalkgrasland, uiterwaarden, weiland, vochtig hooiland, grazige hellingen, tamelijk steile hellingen en bermen.

Verspreiding

Wereld-Oorspronkelijk uit Europa.

Nederland-Inheems. Zeldzaam.

Vlaanderen-Inheems. Zeldzaam.

Wallonië-Inheems. Zeer zeldzaam.

2001-2024 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl