Klaas Dijkstra

Harig wilgenroosje
Epilobium hirsutum


Klik op een afbeelding om te vergroten.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

In het kort.

  • Harig wilgenroosje of Epilobium hirsutum is een soort uit de Teunisbloemfamilie (Onagraceae).
  • Het is een overblijvende, 60-150 cm hoge plant.
  • Vaak in groepen groeiend.
  • Een wortelstok met lange, dikke, ondergrondse uitlopers.
  • Ronde, rechtopstaande stengels met vele lange afstaande haren.
  • De middelste, 6-12 cm grote stengelbladen zijn halfstengelomvattend, scherp gezaagd en aan beide kanten met name op de nerven lang afstaand behaard.
  • Harig wilgenroosje bloeit van juni t/m september.
  • Een bebladerde, soms vertakte tros met viertallige, paarsrode of rozerode, 2-3 cm grote bloemen.
  • Zaden met vruchtpluis.
  • Harig wilgenroosje groeit op zonnige of half beschaduwde plaatsen op meestal natte, voedselrijke grond.
  • Groeiplaatsen zijn o.a. waterkanten, bij bronnen, natte ruigten, moerassen, braakliggende grond, spoorbermen, kanaalbermen, duinvalleien, langs essen- en elzenbosjes en  ruderale plaatsen.
  • Harig wilgenroosje komt oorspronkelijk uit gematigde en warmere streken in Europa en Azië.
  • In Nederland en België is het een algemene inheemse soort.

Uitgebreide beschrijving

Frysk Stokroastieneblom

English Great Willowherb

Français Epilobe hirsute

Deutsch Zottiges Weidenröschen

Synoniemen

Familie Onagraceae (Teunisbloemfamilie)

Naamgeving (Etymologie) De naam wilgenroosje dankt de plant aan het feit dat de bladen lijken op die van de wilg. Epilobium is van oorsprong een Oud-Griekse naam. epi (op), lobos (hauw of peul) en ion (een viool). De zaaddoos lijkt op een hauw en de bloem lijkt op Viola matronalis (Hesperis matronalis of Damastbloem), maar verschilt daarvan doordat de bloem op het vruchtbeginsel (zaaddoos) is geplaatst. Hirsutum betekent ruwharig.

Levensduur Overblijvend.

Plantvorm Hemikryptofyt of helofyt.

Hoofdbloei Juni t/m september.

Afmeting 60-150 cm.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Wortels Een wortelstok met lange, dikke (vlezige), ondergrondse uitlopers. Vaak worden er grote groepen gevormd.


storage.idigbio.org - cc by-nc 3.0


s.idigbio.org - cc by-nc 3.0


s.idigbio.org - cc by-nc 3.0


storage.idigbio.org - cc by-nc 3.0

Stengels De ronde, rechtopstaande stengels zijn begroeid met vele lange afstaande haren. De stengels hebben geen lijsten en zijn rijk vertakt.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Bladeren De onderste bladen zijn eerst kaal en glanzend. De latere bladeren zijn behaard (zowel de boven-als de onderkant, met name op de nerven) en langwerpig. De middelste stengelbladen zijn enigszins stengelomvattend (halfstengelomvattend), kort langs de stengel aflopend, scherp gezaagd, met haakvormig gekromde tanden en aan beide kanten met name op de nerven lang afstaand behaard. Ze zijn 6-12 cm. De onderste stengelbladen staan tegenover elkaar. Hogerop staan ze verspreid.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Bloemen Tweeslachtig. De viertallige, paarsrode of rozerode, 2-3 cm grote bloemen groeien in een bebladerde, soms vertakte tros. De 1-1,6 cm lange kroonbladen zijn hartvormig ingesneden. De langgesteelde bloemen groeien in de oksels van de schutbladen. Ze hebben vier in een kruis staande stempellobben en een haarkrans rondom de stijl. Er zijn acht meeldraden. Het vruchtbeginsel is onderstandig.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0

Vruchten en zaden Een doosvrucht. De zaaddoos lijkt op een hauw. Er zijn vaak veel zaden met vruchtpluis. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


Klaas Dijkstra - cc by-sa 4.0


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem Zonnige of half beschaduwde plaatsen op vochtige tot meestal natte, voedselrijke tot zeer voedselrijke, zwak zure tot kalkrijke grond. De plant verdraagt enig zout (alle grondsoorten).

Groeiplaatsen Omgewerkte grond, langs greppels, beken, rivieren, kanalen en sloten, oeverwallen, kribben, bij bronnen, natte ruigten, verruigde rietmoerassen, zeggenmoerasssen, afgravingen, braakliggende grond, spoorbermen, kanaalbermen, plantsoenen, struwelen in duinvalleien, langs infiltratiekanalen in duinwaterwingebieden, langs essen- en elzenbosjes, pas drooggevallen grond in voormalige zeearmen, ruderale plaatsen en moestuinen.

Verspreiding

Wereld Oorspronkelijk uit gematigde en warmere streken in Europa en Azië.

Nederland Inheems. Algemeen.

België Inheems. Algemeen.

Toepassingen

Harig wilgeroosje is gewijd aan Sint-Antonius. In Lapland en IJsland werd er thee van getrokken. Het werd vroeger gebruikt bij darmstoornissen en om inwendige bloedingen te voorkomen of te stelpen, maar later bleek de plant giftig en darmkrampen te veroorzaken.

2001-2026 K.M. Dijkstra - cc by-sa 4.0