Wilde planten in Nederland en België

Harlekijn - Anacamptis morio

Frysk: Toffels en skuon

English: Green-winged orchid

Français: Orchis bouffon

Deutsch: Kleines Knabenkraut

Synoniemen: Orchis morio

Familie: Orchidaceae (Orchideeënfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Anacamptis komt van het Griekse anakamptoo (ombuigen), omdat de zijdelingse, buitenste bloemdekdelen afstaan. Morio betekent harlekijn.

Kruising: Harlekijn x Brede orchis (Orchis x boudieri)

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Hoofdbloei: April, mei en juni en soms ook in september en okrober.

Afmeting: 8-30 cm.


Willie Riemsma -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Hans Toetenel -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© C.A.J. Kreutz - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

Wortels: Meestal is er maar één, rondachtige knol, maar enkele keer meer dan één. De plant groeit dan in polletjes.


herbariaunited.org


europeana.eu -
CC BY 4.0


europeana.eu -
CC BY 4.0


europeana.eu -
CC0

Stengels: De lichtgroene, niet behaarde en bebladerde stengels zijn kantig en worden naar boven toe roodpaars. Aan de stengelvoet zitten spitse, witachtige scheden.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Bernd Haynold -
CC BY-SA 3.0


Didier Desouens -
CC BY-SA 4.0


Liuthalas -
CC BY-SA 3.0

Bladeren: De bladen vormen meestal een rozet. De bovenkant is niet of maar weinig glanzend. Ze zijn langwerpig tot breed langwerpig en niet gevlekt. De bovenste, kleinenere bladen omvatten met de schede de stengel.


Bernd Haynold -
CC BY-SA 3.0


Björn Sothmann -
CC BY-SA 3.0


Joachim Lutz -
CC BY-SA 4.0


Joachim Lutz -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De vrij ijle aar bevat hoogstens vijftien bloemen. De schutbladen zijn eirond-lancetvormig, dunvliezig, gekleurd, zonder dwarsnerven, 3-5-nervig, de hogere zijn éénnervig. Zij zijn hoogstens even lang als het vruchtbeginsel. De vrijwel geurloze bloemen zijn donker roodpaars tot roze of wit. De buitenste bloemdekbladen zijn paarsrood met een zestal groene nerven (de helm is zeer stomp). De bloemlip is 0,7-1 cm. De lip is meer breed dan lang, heeft drie lobben van brede, min of meer teruggeslagen, afgeronde zijslippen en een korte, iets in tweeën gespleten middenslip. De middenslip van de lip staat naar voren uit. De cylindrisch-knotsvormige spoor is vrij lang, staat horizontaal of wijst iets omhoog, is ongeveer even lang als de lip, maar korter dan het vruchtbeginsel. Dit vruchtbeginsel is zittend, verlengd spilvormig, naar boven sterk gekromd, meestal driekantig, vaak purper aangelopen. Het zuiltje is kort met een stomp uitlopend helmbindsel.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Hans Toetenel -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

Vruchten: Een doosvrucht. Eenzaadlobbig.


Aleksandr_Levon -
CC BY-NC 4.0


Aleksandr_Levon -
CC BY-NC 4.0


Aleksandr_Levon -
CC BY-NC 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op vrij vochtige, matig voedselarme, weinig of niet bemeste, zwak zure tot kalkhoudende grond (zand, leem, klei, zavel, kleihoudend veen en mergel). Vaak op plaatsen met basische kwel.

Groeiplaatsen: Grasland (laagblijvend grasland, blauwgrasland, schraal hooiland, grazige hellingen en vrij droog grasland in hoge uiterwaarden), afgravingen (verlaten groeven), brakwaterveen, voormalige zandplaten en zeeduinen (duingrasland).

Verspreiding

Wereld: West-, Midden- en Oost-Europa. Noordelijk tot in Schotland en het Oostzeegebied. Andere ondersoorten groeien in het Middellandse-Zeegebied en in de Kaukasus.

Nederland: Zeldzaam. Zeer sterk afgenomen.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam. Waarschijnlijk nog maar op één plek in het binnenland. In de duinen is Harlekijn voor het laatst gevonden omstreeks 1980. Zeer sterk afgenomen.
Wallonië:
Zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 7, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1836)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 4, Johann Carl Krauss (1800)


Deutschlands flora, deel 20, J. Sturm, J.W. Sturm (1845-1849)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Kräuterbuch, Unsere Heilpflanzen in Wort und Bild, Friedrich Losch (1905)


Flora Danica Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Botanischer Bilderatlas nach dem natürlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)


Die Orchidaceen Deutschlands, Deutsch-Oesterreichs und der Schweiz, M. Schulze (1894)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL