Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Hazenzegge - Carex leporina

Frysk: GlÍde sigge

English: Oval Sedge

FranÁais: LaÓche des liŤvres

Deutsch: HasenfuŖ-Segge

Synoniemen: Vroege hazenzegge, Carex ovalis

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Zegge stamt uit het Indogermaanse woord seq (snijden). Carex is zeer waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse ceiro (ik snij), een verwijzing naar de scherpe kanten van de bladeren. Ovalis betekent eivormig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Mei en juni.

Afmeting: 20-60 cm.


kimosabi -
CC BY-NC 4.0


Alain Poirel - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


David Mercier -
CC BY-SA 2.0 FR


Jean-Claude Bouzat - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Wortels


Cor Nonhof -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: Dichte tot vrij losse pollen vormend. De kale, rechtopstaande of opstijgende bloeistengels zijn stomp, dicht onder de aar iets ruw, scherp driekantig en hangt meestal over. Ze zijn zelden korter dan de bladen en alleen beneden bebladerd. De bloeistengel met (1-)2-4(-5) bladen.


Bartosz Cuber -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De meestal vrij stijf rechtopstaande bladen zijn 2-3 mm breed. Ze zijn vrij ruw, grijsgroen en korter dan de stengel. De onderste bladscheden zijn bruin, kunnen al dan niet rood zijn aangelopen en gaan rafelen.


Kristian Peters -
CC BY-SA 3.0


David Mercier -
CC BY-SA 2.0 FR


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


© Hans Mankor -
CC BY-NC-ND 3.0

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. Het onderste is soms priemvormig of bladachtig en meestal veel korter dan de bloeiwijze (of het ontbreekt). De andere schutbladen zijn bruin en kafjesachtig. De compacte (het lijkt wel wat op een hazenpootje), 1,5-4 cm lange bloeiwijze verkleurt spoedig bruin. De bloeiwijze bestaat meestal uit drie tot zes (zelden tot negen) dicht bijeenstaande, zittende, omgekeerd eironde tot langwerpige en ten slotte ovale aartjes. De as van de bloeiwijze is vaak wat opzij of heen en weer gebogen. Aan de voet vind je enkele mannelijke bloemen, hogerop staan de vrouwelijke bloemen. Bloemen met twee stempels. De kafjes zijn bruin met een groene middenstreep en een smalle vliezige rand. De kafjes zijn eirond-lancetvormig, spits, lichtbruin, met een witachtige rand en een groene kiel. Zer zijn iets glanzend en minstens zo lang als de urntjes.


Willie Riemsma -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Jean-Claude Bouzat - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: De platte, ovale, bruinachtig grijze nootjes zijn 1,1-1,8 mm lang. De rechtopstaande, dicht op elkaar liggende urntjes zijn 3,4-4,7(-5,2) mm lang, 1,3-2,1 mm breed, geelbruin en sterk afgeplat. Verder zijn ze langwerpig-eirond, zwak generfd, smal gevleugeld en plotseling in de snavel versmald in een korte tweetandige snavel. De vleugels zijn 0,2-0,6 mm breed en naar de zijde van de spil van de aartjes gebogen. De zaden zijn kortlevend (ťťn tot vijf jaar). Eenzaadlobbig.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


© Marc de Bont -
CC BY-NC-ND 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op matig vochtige, voedselarme tot matig voedselrijke, zwak zure, kalkarme grond (lichte grondsoorten, vooral op humeus, leemhoudend zand, maar ook wel op leem). Vaak op verstoorde grond.

Groeiplaatsen: Waterkanten (slootkanten), afgravingen (grindgroeven en leemafgravingen), zeeduinen (duinvalleien), grasland (heischraal grasland, speelveldjes en grasland op hoogveen), bermen, bossen (langs bospaden), kapvlakten, enigszins ruderale plaatsen en omgewerkte grond.

Verspreiding

Wereld: Midden- en West-AziŽ, Noordwest-Afrika en vrijwel heel Europa. Ingeburgerd in, AustraliŽ, Nieuw-Zeeland en in het oosten van Noord-Amerika.

Nederland: Vrij algemeen in het oosten en midden van het land, in Zuid-Limburg, de duinen en in laagveengebieden, elders zeldzaam tot zeer zeldzaam.

Vlaanderen: Algemeen. Het meest in de Kempen.
WalloniŽ:
Vrij algemeen in Ardennen. Elders zeldzamer.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 9, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1846)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


No. 8 en No. 129
Beschreibung und Abbildung der theils bekannten, theils noch nicht beschriebenen Arten von Riedgršsern, C. Schkuhr (1801)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Flora Parisiensis, deel 4, P. Bulliard (1776-1781)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL