Heemst - Althaea officinalis

Frysk. Teewoartel

English. Common marsh mallow

Français. Guimauve officinale

Deutsch. Echter Eibisch

Synoniemen:

Familie. Malvaceae (Kaasjeskruidfamilie)

Naamgeving (Etymologie). Heemst is vermoedelijk, net als het Duitse 'Eibisch', een verbastering van Hibiscus (tegenwoordig de naam van een ander geslacht uit dezelfde familie). Althaea komt van het Griekse altaia (genezing), hetgeen slaat op de geneeskrachtige eigenschappen. Officinalis komt van het Latijnse officium (werkplaats, in plantkundig/medische verband is dat de apotheek). Officinalis betekent dus in gebruik in de apotheek (geneeskrachtig).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur. Overblijvend.

Plantvorm. Hemikryptofyt of geofyt.

Hoofdbloei. Juli t/m september.

Afmeting. 60-150 cm.


Raffi Kojian - cc by-sa 3.0


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0

Wortels. Een kruipende wortelstok.


Victor M. Vicente Selvas - cc0


plantdata.bio.cmich.edu - cc by-nc 3.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels. Pollen vormend. De bloeistengels zijn naar boven niet vertakt. De bloemstelen zijn veel korter dan de bladen.


Puusterke - cc by-sa 4.0


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Bladeren. De fluwelig-viltig behaarde bladen zijn driehoekig-eirond, getand en meestal met drie tot vijf ondiepe lobben. De bovenste bladen zijn tot hoogstens éénderde ingesneden.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Bloemen. Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De witroze, 1½-4 cm grote bloemen staan alleen of meestal in groepjes in bebladerde trossen of pluimen. De kroonbladen zijn 1,5-2 cm lang. Ze zijn langer dan de kelk. Ze hebben ongeveer negen, onderling vergroeide bijkelkblaadjes. De bijkelkslippen zijn lijnvormig tot langwerpig. De kelk is fluwelig behaard. De helmknoppen zijn paarsachtig.


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


Phil Sellens - cc by 2.0


Puusterke - cc by-sa 4.0


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl

Vruchten en zaden. Een splitvrucht. De deelvruchten zijn behaard. Tweezaadlobbig.


Planteur - cc by-sa 3.0


Marie Portas - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


© Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem. Zonnige plaatsen op vochtige tot vrij natte, voedselrijke, meestal brakke grond (klei, veen en zand).

Groeiplaatsen. Rietmoerassen, natte ruigten, strooiselruigten, hogere delen van kwelders of schorren, duinvalleien, strandvlakten die grotendeels door duinen zijn omgeven, langs poelen met brak veen en langs brakke kreken.

Verspreiding

Wereld. Oorspronkelijk van Centraal-Azië tot in West-Europa. In onze omgeving voornamelijk in kustgebieden.

Nederland. Inheems. Vrij zeldzaam.

Vlaanderen. Inheems. Zeldzaam.

Wallonië. Inheems. Zeer zeldzaam.

Toepassingen

Heemst was vroeger in gebruik als voedsel- en vezelplant. De wortelstok vormde een onderdeel van salades en uit de bastvezels werd touw en papier gemaakt. In een aantal landen wordt de plant nog steeds als artsenijgewas verbouwd. Zowel de wortelstok als de bladeren en bloemen worden geoogst. Ze hebben een hoog slijmgehalte en zijn tegen allerlei kwalen in gebruik.

©2001-2023 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl