Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Heen - Bolboschoenus maritimus

Frysk: Heinebal

English: Sea club-rush

FranÁais: Scirpe maritime

Deutsch: Strandsimse

Synoniemen: Scirpus maritimus, Zeebies

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Bolboschoenus komt van het Latijnse bulbus (bol). Die naam heeft betrekking op de knopige verdikkingen op de wortelstok. Het tweede deel van de naam (schoenus) is afgeleid van het Griekse schoinos (strik), gebruikt als vlechtwerk, vanwege de taaiheid van de halmen. Maritimus betekent van of aan de zee.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Helofyt of geofyt.

Hoofdbloei: Juni t/m augustus (-herfst).

Afmeting: 40-100 cm.


Alain Poirel - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Michel Gaubert - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Rosser1954 -
CC BY-SA 3.0


Christian Fischer -
CC BY-SA 3.0

Wortels: Een forse, kruipende wortelstok met harde, vezelige, bruingrijze, bewortelde knollen, die tot enkele cm groot kunnen worden.


Florent Beck - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Florent Beck - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De rechtopstaande, forse, met merg gevulde stengels zijn scherp driekantig en over bijna de hele hoogte bebladerd.


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


AnRo0002 -
CC0


AnRo0002 -
CC0


AnRo0002 -
CC0

Bladeren: De lijnvormige bladen zijn vrij vlak, tot 1 cm breed en aan de top driekantig. Naar boven zijn ze ruw op de randen en op de onderkant van de middennerf. Op de overgang van de bladschede naar de bladschijf zie je aan de buitenkant twee lichte vlekken.


Cor Nonhof -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


AnRo0002 -
CC0


AnRo0002 -
CC0


David Eickhoff -
CC BY 2.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloeiwijze is meestal schermvormig of hoofdjesachtig, maar de aar kan ook alleen staan. De roodbruine aren bevatten veel bloemen en zijn 1-2 cm lang, maar soms tot 4 cm. Ze zijn meer dan twee keer zo lang als breed. Aan de voet vind je meestal drie schutbladen, die meestal langer zijn dan de bloeiwijze. De kafjes staan in een spiraal, ze zijn eirond en aan de top ingesneden, waar de middennerf als een naald van enkele millimeters hoogte uitkomt. Het vruchtbeginsel is bovenstandig. Stijlen met meestal drie stempels (zelden twee).


Hans Toetenel -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Michel Gaubert - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Rosser1954 -
CC BY-SA 3.0

Vruchten: De glanzend bruine nootjes zijn 3-4 mm lang en 2,2-2,7 mm breed. Op dwarsdoorsnede zijn ze ovaal tot bijna driehoekig. De exocarp (buitenste laag van de vruchtwand) is ongeveer twee keer zo dik als de mesocarp (middelste laag van de vruchtwand). De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Eenzaadlobbig.


AnRo0002 -
CC0


Florent Beck - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


exocarp (buitenste laag) - mesocarp (middelste laag) - endocarp (binnenste laag) - s=zaad

Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op natte, voedselrijke, meestal kalkhoudende grond en in ondiep, zoet, zout tot meestal licht zilt water met een organische of licht organische, slibrijke, zeer carbonaatrijke bodem (zand, veen, zeeklei en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Waterkanten (langs rivieren, tichelgaten, afwateringskanaaltjes, sloten, vijvers, plassen, kanalen, grachten en basaltglooiingen), water (verlandende sloten), kwelders, grasland ('s winters overstroomde laagten in zilt weiland, langdurig onder water staande delen van weiland en weilandgreppels), zeeduinen (op strandvlakten in poelen en slenken waar zich regenwater en water uit de duinen verzamelt), moerassen (zoetwatergetijdengebied) en soms in akkers.

Verspreiding

Wereld: Gematigde en warme streken in AustraliŽ, Oost-Canada, AziŽ, Afrika en Europa. Ingeburgerd in Noord- en Zuid-Amerika.

Nederland: Algemeen in het westen en noorden van het land in een ongeveer 50 kilometer brede strook langs de Noordzeekust, vrij algemeen in het IJsselmeergebied en het rivierengebied. Elders zeer zeldzaam.

Vlaanderen: Vrij algemeen.
WalloniŽ:
Zeldzaam.

Toepassingen

De knolletjes (heenkloten of hanebollen) worden op schorren door overwinterende ganzen graag opgewroet en gegeten. Ze worden ook wel gestoken als voer voor tamme ganzen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 7, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1836)


Naturalis Biodiversity Center, Leiden


Deutschlands flora, deel 4, J. Sturm, J.W. Sturm (1803-1804)


Genera plantarum florae germanicae, Monocotyledones 2 Cyperaceae, deel 3, T.F.L. Nees von Esenbeck (1843)


Svensk botanik, deel 4, J.W. Palmstruch e.a. (1807)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL